Je leest:

Prof tegen kunstenaar over: grenzen aan de groei

Prof tegen kunstenaar over: grenzen aan de groei

Prof. dr. Arjen van Witteloostuijn in debat met beeldend kunstenaar en wereldburger Thomas van der Leek. Van der Leek maakt zich ernstige zorgen over de gevolgen van de economische groei voor natuur en milieu: zijn die economen niet goed wijs? Van Witteloostuijn antwoordt. Een mini-debat ‘grenzen aan de groei’ in 5 ronden.

Ronde 1: Thomas van der Leek

Beste Arjen van Witteloostuijn,

Hoe meer ik over economie lees, hoe minder ik begrijp dat ‘t altijd maar gaat over groei, groei, groei! ’n Mens voelt toch op z’r klompen aan dat die niet alsmaar verder kan? De bloempot wordt echt niet groter dan ze is.

Er zijn bakken vol van wetenschappelijke “aanwijzingen” over wat onze “groei” aanricht- neem bijvoorbeeld het zesde grote uitsterven van soorten. Volgens biologen ’n nog groter gevaar dan aardopwarming. We worden heus niet méér dan de ecosfeer waar we onderdeel van zijn.

Integendeel, als we ons niet leren beheersen worden we weggeveegd.

Wat denkt u?

groet, Thomas van der Leek

beeld: Thomas van der Leek

Ronde 2: Arjen van Witteloostuijn

Beste Thomas,

Hiermee kan ik slechts instemmen. Economie gaat over heel veel, en zeker niet alleen over groei. Een heel leger milieu-economen pleit voor de inrichting van een duurzame economie. Dat vergt politieke moed. Economie gaat over de omgang met schaarse goederen. Het Aardse milieu is schaars. Sterker nog: door roofbouw wordt het steeds schaarser. Een econoom zal daarom bijvoorbeeld ervoor pleiten milieuschade te beprijzen. Waarom is kerosine sinds jaar en dag belastingvrij? Waarom is rekeningrijden nog altijd niet ingevoerd? Waarom wordt overbevissing getolereerd? Hoe meer ik over de politiek lees, hoe minder ik ervan begrijp. Of liever: hoe beter ik begrijp waarom glasheldere economische inzichten in de praktijk geen kans krijgen.

Prettige feestdagen en een milieuvriendelijk 2007!

Met vriendelijke groet,

Arjen

Ronde 3: Thomas van der Leek

Beste Arjen,

politieke moed van wie dan? Van economen of van politici?

’t Lijkt nou niet bepaald of ’n meerderheid van economen ervoor pleit milieuschade mee te rekenen. Integendeel, hele legers (of mag ik zeggen: horden?) van economen (jawel, als in “sprinkhanenplaag”, zie J.K. Galbraith: “economics is extremely useful as a form of employment for economists”) doen niets anders dan “winsten privatiseren en kosten socialiseren”.

Heb je ’n beetje pech, dan wordt ’t opruimen van ’n gifstort zelfs nog meegerekend als “groei”! Joel Bakan noemt corporaties “externalizing machines”. In dit verband ben ik benieuwd naar hoe ’t staat met het onderwijs in de economie. Hoe ver, bijvoorbeeld, is ’t gedachtengoed van post-autistische economen op de U bekende universiteiten doorgedrongen? En zeker zo belangrijk, willen zulke inzichten ook ’n beetje naar beneden tricklen door de economie-curricula van andere schooltypen?

Met vriendelijke groet, Thomas

Ronde 4: Arjen van Witteloostuijn

Beste Thomas,

Over wat de economie als wetenschap behelst en over wat economen doen, bestaan veel misverstanden. De meeste mensen denken dat het alleen over geld gaat, en dat altijd door elke econoom wordt verondersteld dat een mens zijn eigen persoonlijke geldelijk gewin maximaliseert. Dat is lariekoek. Een (in zijn tijd) beroemde econoom als Hennipman heeft keer op keer uitgelegd dat het economische principe iets heel anders is dan het economische motief. Daarmee trad hij in de voetsporen van de vader van de economie als wetenschap: Adam Smith. Economie gaat altijd over het economische principe, en heel vaak niet over het economische motief. Het economische principe heeft betrekking op de omgang met schaarste. Welke keuzen moeten worden gemaakt in de omgang met schaarste? Met behulp van het economische principe kan worden gezocht naar een antwoord op deze vraag, afhankelijk van het doel dat de beslisser (bedrijf, consument, ambtenaar, milieubeweging, politicus, et cetera) poogt te bereiken. Dat doel kan betrekking hebben op een economisch motief (rijk worden, winst maximaliseren e.d.), maar dat hoeft helemaal niet. De economie als wetenschap doet daar geen uitspraken over.

Daarmee is niet gezegd dat het economische motief onbelangrijk is. Hoe belangrijk het in de praktijk is, is een empirische vraag. Het antwoord hangt af van tijd en plaats, en van wie het betreft. Jongeren in de jaren zestig van de vorige eeuw dachten daar anders over dan die van vandaag. Amerikaanse topmanagers lijken louter door economische motieven te worden gedreven, maar dat geldt niet voor indianen in het Amazone-gebied. Is de stelling te verdedigen dat het economische motief in de Nederlandse samenleving in de afgelopen decennia steeds dominanter is geworden?

Een vriendelijke groet uit een zonnig Zuid-Nederland,

Arjen

Ronde 5

Beste Arjen, na zonneschijn komt regen, zo zie je maar weer. Excuseer m’n lange stilte- ik moest de greppels rond m’n poldervolkstuin uitdiepen. Om te huilen zo nat was die geworden. Rare tijden- op weg naar de tuin kom ik altijd langs wat niet lang geleden nog uitvaart"centrum" heette, maar wat sinds ’n paar jaar ’t opschrift “afscheidscentrum” draagt. De eufemismen verslijten waar je bij staat. Maar dat terzijde.

Ben ik overgevoelig, of verneem ik in je laatste brief ‘n verre echo van “waardevrije wetenschap”, zoals ik dat hoorde noemen in de jaren ’70? De docent van ’t enige economiecollege dat ik ooit liep begon bijvoorbeeld NIET met uitleggen dat wat er dat semester zou volgen ’n economie was, gebaseerd op de inzichten van professor Thurlings (destijds, geloof ik, lid van de eerste kamer voor ’t CDA).. Wat we leren moesten bevatte met andere woorden politieke standpunten, hoe kan ’t ook anders…’n rechtse economie, mocht je toen in die vorige eeuw nog zeggen. Maar hij werd gepresenteerd als objectieve wetenschap. De docent had toch tenminste kunnen vertellen dat er méér manieren zijn om ’t onderwerp te bekijken… en wel méér dan ’n first, second en zelfs third way, je vergeeft me ’t anachronisme? ’t Komt me voor dat zoiets niet meer geweest zou zijn dan elementaire beleefdheid en gepaste bescheidenheid…

‘t Eerste manifest van post-autistische studenten aan de Ecoles Normales Supérieures (zie m’n vorige brief) vraagt juist om pluralisme, om afscheid van de neiging om te doen alsof er maar één economie was, de neoliberale, neoconservatieve, waarbij het er altijd maar weer zorgvuldig NIET over gaat qui bono? wie wint erbij, en wie zijn de verliezers?… waarin de scheve verdeling als ’t onontkoombaar resultaat van natuurwetten gepresenteerd kan worden, zodat wie dat wil lekker doet of daar niets in te kiezen valt… helaas, het is echt erg voor die armen… maar ’t tricklet toch down?…(John Kenneth Galbraight: If you feed enough oats to the horse, the sparrow will survive on the highway)… waarbij aan de vraag of het ook OP kan zo min mogelijk aandacht besteed wordt…geen zaak van economen, van de economische wetenschap?

Overigens was de grote meerderheid van de jongeren waar ik tussen leefde vooral bezig met ’t leren van ’n goed (verdienend) vak, en probeerde daarnaast zoveel mogelijk pret te maken en bier te drinken…studenten schijnen voor die laatste twee tegenwoordig wat minder tijd te hebben…andere tijden, andere zeden, kun je wel zeggen.

En óf dat het economische motief dominant is. Dat is ook passend voor wie maar net genoeg heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar wie als een echte kleuter telkens alleen Méér wil is gewoon slecht opgevoed.

In de kleuter is het reptielenbrein dominant. (Voor de drie breinen: zie bij Piet Vroon, Tranen van de krokodil.) Kleuters vertonen de menselijke hebzucht in z’n meest barre vormen. Daarom moeten kleuters gesocialiseerd worden. Kleuters hebben ‘n heel vervelend soort slimheid. Je hebt niet gezegd dat ’t niet mag, dus mag ’t. De econoom vertelt mij niet dat ’t op kan, en daarom kan ’t niet op. Niet de taak van de econoom? J.K.G. had ze door: ’The modern conservative is engaged in one of man’s oldest excercises in moral philosophy; that is, the search for a superior moral justification for selfishness.’

Met vriendelijke groet uit de polder met z’n prachtige zon-en-wolken: Thomas.

beeld: Thomas van der Leek

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.