Je leest:

Probleemlezers spreiden over klassen

Probleemlezers spreiden over klassen

Leerlingen die niet zo goed zijn in lezen, doen het het beste in een klas waar het gemiddelde niveau hoog ligt. Ook een grote klas werkt positief: de leerlingen zijn daarin zelfstandiger. Daarnaast hebben plezier in lezen en de aanwezigheid van boeken en kranten in huis een positieve invloed op de leesprestaties.

Om de leesvaardigheid van alle leerlingen te verbeteren, moeten scholen hun probleemgevallen spreiden over verschillende klassen. Dat adviseert pedagoge Mieke van Diepen naar aanleiding van haar onderzoek naar begrijpend lezen bij basisscholen in 35 landen, waaronder Nederland. Mieke van Diepen promoveert op 25 mei aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Het overheersende niveau in basisschoolklassen blijkt van grote invloed op de individuele leesprestaties van leerlingen. Slechte klassen maken leerlingen slechter, goede klassen maken hen beter. Door goede en mindere leerlingen af te wisselen, hebben probleemleerlingen minder invloed op de rest en doen ze het bovendien zelf ook beter.

Zelfstandigheid, boeken en kranten maken het verschil

Vooral het schoolklimaat blijkt in Nederland van grote invloed op de leesprestaties. Een positieve ‘team spirit’, tevreden leerkrachten en betrokken ouders zijn allemaal van invloed op de individuele leesprestaties. Opvallend genoeg doen leerlingen in grote klassen het beter dan hun leeftijdsgenoten in kleinere groepen. Dat komt mogelijk doordat leerlingen in grote klassen zelfstandiger moeten zijn. Dit sluit aan bij het onder vuur liggende ‘nieuwe leren’, dat ook meer zelfstandigheid van de leerlingen vergt.

Een probleemlezer doet het beter in een grote klas met een gemiddeld hoog leesniveau. Door goede en mindere leerlingen af te wisselen, hebben probleemleerlingen minder invloed op de rest en doen ze het bovendien zelf ook beter. In een grote klas zijn de probleemleerlingen bovendien zelfstandiger.

Van Diepen keek ook naar de thuissituaties van kinderen. De aanwezigheid van voldoende boeken en kranten thuis blijkt een groot verschil te maken, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met sociaal-economische achtergrond. Regelmatig tv-kijken of computeren blijkt ook een positief effect te hebben op de leesprestaties, maar hiervoor geldt: overdaad schaadt. Kinderen die meer dan drie keer per dag de computer of tv gebruikten, scoorden slechter dan matige beeldschermgebruikers.

Plezier en voorschoolse educatie maakt goede lezers

Volgens Van Diepen valt de meeste winst te behalen bij de individuele leerling. Lezen is een zichzelf versterkend proces dat begint met plezier. Als een kind eenmaal begint met lezen, gaat het steeds gemakkelijker. Hierdoor neemt het plezier toe en daarmee weer de vaardigheid. Ouders en leraren moeten dit proces in gang zetten.

In de vijf toplanden (Zweden, Nederland, Engeland, Bulgarije en Letland) bleken de invloeden op de prestaties vergelijkbaar. Dit is interessant, omdat landen hierdoor van elkaar kunnen leren. Zweden doet bijvoorbeeld veel aan voorschoolse educatie zoals peuterspeelzalen en levert daardoor goede lezers. Nederlandse leerlingen zijn na de Zweedse de beste lezers.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.