Je leest:

Privaat blauw: het succes van beveiligingsbedrijven

Privaat blauw: het succes van beveiligingsbedrijven

Auteur: | 22 juni 2006

In winkelcentra, voetbalstadions en pretparken en in toenemende mate ook op straten, pleinen en treinstations vinden we ze: de mannen en vrouwen met een v’tje op hun shirt. Private beveiliging is ‘booming business’. Een opmerkelijke observatie, omdat er 25 jaar geleden nog amper sprake was van activiteiten op dit terrein. Waar komen al die beveiligers vandaan en, niet minder belangrijk, wat moeten we van deze trend vinden?

De politie is vanouds dé centrale organisatie verantwoordelijk voor veiligheidshandhaving. Samen met hun militaire collega’s oefenen agenten het staatsgezag uit. Het is een tikje vreemd dat het bedrijfsleven klassieke taken van veiligheidszorg zoals toezicht en handhaving overneemt.

Er ontstaat een steeds pluriformer landschap van ‘politie(achtige)’ organisaties in Nederland en daarbuiten. Naast de klassieke politieagent lopen er stadswachten en buurtvaders over straat, een bezoekje aan het voetbalstadion confronteert ons met stewards en private beveiligers zijn alom vertegenwoordig. Hun aantal lag in 2005 rond de 27.000, tegenover 4.350 begin jaren ’’80. Er heeft dus een stormachtige groei plaatsgevonden.

Veel wetenschappers, burgers en politici staan huiverig tegenover deze ontwikkeling. Is het niet zo dat veiligheidshandhaving primair in handen van de overheid (specifiek de politie) moet blijven? Veiligheid is immers letterlijk van levensbelang. Zonder de zekerheid van rust en orde komt van een goed functionerende samenleving weinig of niets terecht.

Mensen zijn vertrouwd met de idee dat politiewerk des overheids is. Toezicht, handhaving en hulpverlening horen in handen van het klassieke ‘blauw op straat’. De inmenging van private partijen in de veiligheidszorg roept daarom de nodige weerstand op. Zeker als het gaat om de zichtbaarheid van beveiligers in wat het ‘publieke domein’ van straten, parken en wegen wordt genoemd.

De Nachtwacht

Toch is deze visie op de politie beperkt. Het beroemdste schilderij van Nederland, De Nachtwacht, laat al zien dat schutterijen bestaande uit burgers (!) verantwoordelijk waren voor veiligheid en orde in de donkere uren van het zeventiende eeuwse Amsterdam. De geschiedenis leert ons dus dat zaken van algemeen belang, zoals veiligheidshandhaving, geen exclusieve inmenging van een overheid behoeven. Gespecialiseerde, publieke politieorganisaties bestaan slechts een kleine tweehonderd jaar. Private beveiliging is daarentegen van alle tijden. Voor de invoering van wat wij tegenwoordig als politie beschouwen waren tal van andere groepen zoals nachtwachten in Nederland of zogenaamde ’ _thieftakers_’ in Groot-Brittannië actief.

Beveiligers zijn, zij het relatief onzichtbaar, al langer actief dan vaak wordt vermoed. Het eerste beveiligingsbedrijf in Nederland openende reeds in 1902 zijn deuren. De markt voor commerciële beveiligers bleef echter lang klein, waar tegenover staat dat veel organisaties er interne diensten op na hielden. Allerlei ondernemingen hadden eigen veiligheidsdiensten die doorgaans voor het grote publiek verborgen bleven. Deze diensten zijn in de loop der tijd geprivatiseerd (men spreekt wel van outsourcen), wat een flinke impuls aan commerciële beveiliging heeft gegeven. Rond 1980 telde Nederland circa 5.175 bedrijfsbeveiligers, een aantal dat inmiddels meer dan gehalveerd is.

Bovendien heeft de politie nooit absolute veiligheid kunnen garanderen. Het is een mythe dat de politie gemeenschappen volledig tegen criminaliteit, overlast, terrorisme en andere vormen van ongewenst of zelfs destructief gedrag kan beschermen. Burgers en bedrijven moeten eveneens hun steentje bijdragen aan een veilige samenleving. Dit is maar beter ook, omdat totalitaire politiestaten over het algemeen bloedige sporen door intermenselijke verhoudingen trekken. In een behoorlijke en democratische maatschappij hoort iedereen een stukje eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Veiligheid te koop

De grootste politieke en sociale gevoeligheden rondom private beveiliging liggen in het feit dat beveiligers op commerciële basis opereren. Veiligheid wordt, ruw samengevat, te koop aangeboden. Dit is een wezenlijk verschil met schutterijen uit de zeventiende eeuw, die min of meer vrijwillig functioneerden. Dergelijke private ordediensten bestonden vaak uit arme lui die voor een borrel, turf of war kleingeld hun ronden liepen.

Beveiligers nemen echter niet zonder meer de plek van politieagenten in. Vaak nemen zij de plaats over van bijvoorbeeld receptionisten, conciërges of suppoosten die niets met regulier politiewerk van doen hebben. Wie goed kijkt ziet dat er, in deftige sociologenterminologie, een formalisering van sociale controle plaatsvindt. In ‘normaal’ Nederlands duidt dit op een proces waarin beroepen met toezicht en ordehandhaving als secundaire taak – receptionisten zijn er vooral om mensen vriendelijk te woord te staan – vervangen worden door beroepen zoals private beveiliging wiens centrale of primaire taak ordehandhaving en toezicht is. Er ontstaat als zodanig een sector naast het politie- en justitieapparaat die ‘waakt over uw en onze eigendommen’.

Wie waakt er over de wakers?

Het is de vraag wie er waakt over het zich steeds verder uitbreidend arsenaal van private wakers. Alhoewel we ervoor moeten hoeden te hoog van de toren de blazen over de ‘explosie’ van de private beveiligingsbranche, kleven er toch serieuze risico’s aan. Voor een weinig zonnige blik in de toekomst van private beveiliging kun je de situatie in bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Zuid-Afrika in ogenschouw nemen. Daar lopen soms zwaarbewapende manschappen rond die gesloten enclaves bewaken. Een doemscenario is dus een soort ’ fortress L.A.’ – verwijzend naar de stad Los Angeles met haar vele camera’s hekken en muren – op Nederlandse bodem.

Een tweede punt van zorg is dat private beveiliging steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van lokale veiligheidsnetwerken. Dit roept vragen op over de coördinatie, democratische inbedding en publieke verantwoording van deze samenwerkingsverbanden. Wie stuurt precies wie aan, is het voor burgers duidelijk wie welke bevoegdheden heeft, waar kunnen burgers met eventuele klachten terecht, welke organisatie in een netwerk is het centrale aanspreekpunt, vindt er geen ‘vriendjespolitiek’ plaats et cetera?

Ten derde zie je dat steeds meer organisaties en functionarissen die op het eerste gezicht niets met veiligheidszorg te maken hebben, zich aansluiten bij de veiligheidsnetwerken. Beveiligingswerk raakt verweven met onder meer scholen en woningbouwverenigingen, zodat er sluipenderwijs een ‘controlecultuur’ kan ontstaan met mogelijk negatieve consequenties voor onze ‘open’ en ‘democratische’ samenleving.

De verspreiding van ordehandhaving schrijdt onverminderd voort over een caleidoscoop publieke én private organisaties . Dwang en drang komen in tal van handen terecht waardoor het gebruik van middelen en instrumenten diffuser wordt. Het geweldsmonopolie van de politie komt hierdoor onder druk te staan. Dit is zorgelijk, omdat het legitiem gebruik van geweld als laatste redmiddel tot de kernbevoegdheden van de staat behoort.

Publiek versus privaat

Aan al voornoemde gevaren en bezwaren ligt het publieke karakter van veiligheid ten grondslag. Veiligheid moet er zijn vóór en dóór iedereen: Veiligheid als het inclusieve en collectieve goed(e) bij uitstek. Een democratische samenleving valt of staat bij een dergelijke invalshoek wil het haar waarden van sociale samenhang, vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid blijven waarmaken.

Private beveiliging is, zo bezien, een contradictio interminus. Het tendeert richting ‘negatieve’ of ‘exclusieve’ veiligheid: lastige groepen worden uitgesloten; de opdrachtgever van beveiligingsbedrijven heeft het laatste woord. ‘Wie betaalt bepaalt’ zegt een oude wijsheid. In extremo blijkt dit uit de vorming van ommuurde woonwijken waar de rijken zich afschermen. Ongewenst bezoek komt er niet in. Het is zaak dat beleidsmakers de waarden van sociale samenhang, vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid in hun vizier houden, niet in de laatste plaats als het gaat over de plaats en rol van private beveiliging in het Nederlandse politie- en veiligheidslandschap.

Over de opkomst van private beveiliging in Nederland zal een proefschrift verschijnen aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen, afdeling Bestuur en Organisatie VU Amsterdam.

Meer informatie

Hans Boutellier (2005). Meer dan veilig: over bestuur, bescherming en burgerschap. Den Haag: Boom Juridisch. Ronald van Steden (2004). ‘Particuliere beveiliging in Nederland: een branche in beweging’, in: VPB, Branche in beweging, Gorinchem. Jan Terpstra (2006). ‘Veiligheidszorg als publiek goed bij een gedeelde verantwoordelijkheid’, in: SMVP, Gedeelde verantwoordelijkheid voor veiligheid, Dordrecht.

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.