Je leest:

Prehistorische inktvissen beten van zich af

Prehistorische inktvissen beten van zich af

Auteur: | 15 juli 2009

Wat doe je als hongerige inktvis als je een ammoniet (fossiele inktvisachtige met kalkschaal) tegenkomt? Val je de opening waardoor de armen van de ammoniet komen aan? De op het oog gemakkelijkste weg is niet de meest succesvolle. Prehistorische inktvissen zonder kalkschaal vielen juist de achterkant van de ammoniet van achter aan, beten een gat in de schaal en vraten hun prooi op. Met groot succes. Tijdsperiode? Van 200-66 miljoen jaar geleden toen de ammonieten én de roofdieren veelvuldig aanwezig waren in de oceanen.

Ammonieten: één van de bekendste fossielen ter wereld. Deze prehistorische inktvisachtige moeten vele vijanden hebben gehad. Daar is echter weinig over bekend. Adiël Klompmaker, Natascha Waljaard (beiden Universiteit Utrecht) en René Fraaije (Oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel) hebben een nieuwe vijand gevonden: andere inktvissen. Deze rovers vielen de ammonieten van achter aan, beten door hun schaal heen en peuzelden de prooi op. Dat staat te lezen in het bekende wetenschappelijke vakblad Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology.

Veel ammonieten leefden in de waterkolom. Sommige ammonieten vertoefden nabij de bodem van de oceaan op zoek naar onder andere algen.

Ammonieten

Deze fossiele inktvisachtigen leefden van ongeveer 400 tot 66 miljoen jaar geleden. Rondom de beroemde Krijt-Tertiair grens stierven ze uit. Waarschijnlijk als gevolg van de komeetinslag nabij Mexico en langdurig vulkanisme in India. Ammonieten zijn één van de meest gewilde collectoritems voor fossielenzoekers vanwege hun schoonheid. Ook zijn ze heel belangrijk in het bepalen van de ouderdom van gesteentelagen op aarde. Ammonieten fossiliseren namelijk goed, zijn wereldwijd te vinden en evolueerden snel. Het 8-10 armige beestje leefde in de oceanen en had een uitwendige kalkschaal.

Een doorsnede van een ammoniet. De (hier kleine) armen staken door de opening naar buiten. De kalkschaal diende niet alleen voor bescherming. De luchtkamertjes maakten de ammoniet een beetje lichter, waardoor de ammoniet niet als een baksteen naar de bodem zonk.

Bescherming mislukt

De kalkschaal dient deels ter bescherming. Maar die bescherming gaat niet altijd op. Veel predatoren grijpen zich vast aan de opening waar de armen uitkomen en bijten/knippen stukjes ervan af. Dergelijke aanvallen op levende Nautilus, een andere groep inktvisachtigen met een uitwendige schaal, zijn vaak niet succesvol. Aanvallen op de opening van de ammonietenschaal mislukten ook vaak, soms geholpen door een verdikking van de schaal op deze plaats. Het is zelfs zo dat sommige ammonieten zich zelfs konden terugtrekken in de ammonietenschaal, met al hun armen.

In de Jura (200-145 miljoen jaar geleden) en in het Krijt (145-66 miljoen) veranderde er iets in het oceaanecosysteem. Inktvissen zonder een uitwendige schaal namen enorm toe in aantal en soortenrijkdom in de vroege Jura. De vele nieuwe soorten waren alle op zoek naar voedsel. Ook is bekend dat inktvissen niet bepaald de domste jongens van de klas zijn. Deze inktvissen hadden het op de veel voorkomende ammonieten voorzien. Op een speciale manier. De inktvissen vielen namelijk niet op de conventionele manier aan, maar ze vielen de ammoniet van de achterkant aan. Een echte verrassingsaanval dus. Waarschijnlijk gebruikten ze hun armen voor houvast voordat ze hun dodelijk beet plaatsten. Met hun sterke en scherpe bek beten ze moeiteloos door de schaal heen. De weke massa was zo gemakkelijk toegankelijk.

Bewijs daarvoor zijn de vele beschadigingen in de laatste winding van de ammonietenschaal op een relatief vaste positie. De auteurs hebben dit type beet het ‘ventrale bijtspoor’ genoemd. Het deel van de schaal waar de beschadiging zit, heet namelijk de ventrale kant.

Androgynoceras links en Amaltheus margaritatus rechts missen een deel van hun schaal. Niet toevallig aan de achterzijde van de ammoniet. Deze ammonieten zijn afgebeeld in ongeveer hun vermoedelijke levenspositie in de waterkolom.
Herman Akkerman

Hakken en verzamelen

Het balletje ging aan het rollen toen René Fraaije veel van deze beschadigingen vond in het Duitse Dotternhausen. Tijdens gezamenlijke veldwerken in 2006 en 2008 werden er nog meer gevondendoor het onderzoeksteam. Verder onderzoek aan collecties in onder andere Naturalis (Leiden), Natuurhistorisch Museum Maastricht en aan de universiteit in het Duitse Münster leverde nog meer resultaten op. De herkomst van de collecties was onder andere Nederland, Duitsland, Frankrijk en Spanje.

In alle grote collecties uit de Jura en het Krijt doken vele bijtsporen op. Wel 10-20% van de collectie had zo’n beschadiging. Van 400-200 miljoen jaar geleden zijn er echter nauwelijks dergelijke bijtsporen in ammonieten bekend. En dat is helemaal niet vreemd aangezien de belangrijkste predator pas vanaf 200 miljoen jaar enorm in soortenrijkdom en aantallen toenam. Waarschijnlijk hebben ook roofvissen een klein deel van deze bijtsporen veroorzaakt.

Eten en gegeten worden blijft boeien. De paleontologie levert zo nu en dan een zo’n verhaal op. Een verhaal dat letterlijk op te rapen is in de groeves.

Een overblijfsel van een fossiele inktvis (links) en de ammoniet Harpoceras (rechts). Ze leefden zo’n 180 miljoen jaar geleden samen in de wateren rond het Duitse plaatsje Dotternhausen. In deze plaats zijn veel ammonieten met bijtsporen gevonden.
Natascha Waljaard

Onderzoek en perspresentatie

Klompmaker en Waljaard deden hun onderzoek als afsluiting van hun master Biogeologie aan de Universiteit van Utrecht. Adiël Klompmaker onderzocht de beschadigingen aan de ammonieten door de geologische tijd heen en van verschillende vindplaatsen. Natascha Waljaard specialiseerde zich in de bijtsporen uit een belangrijke vindplaats in Duitsland (Dotternhausen). Voor het onderzoek kregen beide begeleiding van Prof. dr. Bert van der Zwaan (Universiteit Utrecht) en Dr. René Fraaije.

De presentatie van het onderzoek zal plaatsvinden op zaterdag 18 juli om 15:00 uur in Oertijdmuseum De Groene Poort te Boxtel (Bosscheweg 80, 5283, WB Boxtel, www.oertijdmuseum.nl). Vertegenwoordigers van de pers zijn van harte welkom.

Voor meer info kunt u zich wenden tot Adiël Klompmaker ([email protected]) of Oertijdmuseum De Groene Poort ([email protected]) of bellen naar 0411-616861.

Referentie:

Klompmaker, A.A., N.A. Waljaard & R.H.B. Fraaije. 2009. Ventral bite marks in Mesozoic ammonoids. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology. doi:10.1016/j.palaeo.2009.06.013

Voorbeelden van fossiele inktvissen zonder uitwendige schaal. Deze beestjes leefden zo’n 180 miljoen jaar geleden in de oceaan van zuidwest Duitsland. Toen op zoek naar ammonieten, nu in een museum.
Natascha Waljaard

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juli 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.