Je leest:

Postmodern wonen in een sprookjeskasteel

Postmodern wonen in een sprookjeskasteel

Auteur: | 19 juni 2007

Het Brabantse Haverleij bestaat uit vier spiksplinternieuwe kastelen en een vestingstadje. Alles is nieuw maar herinnert aan vroegere tijden. Dikke muren en toegangspoorten benadrukken de grens met buiten. Sociologe Toe Laer ontdekte dat de 21eeeuwse woonconsument herkenning, nostalgie, vertrouwdheid en geborgenheid wil.

Stel je voor: vanuit Den Bosch rijd je de stad uit. Weilanden strekken zich uit tot plotseling vier kastelen opdoemen. Je mond valt open. De nieuwste uitbreiding van de Efteling? Nee, dit heet ‘postmodern wonen’.

Haverleij, zo heet deze bijzondere vinexwijk, bestaat uit vier spiksplinternieuwe kastelen en een vestingstadje, ook wel Het Slot genoemd. Vijf andere kastelen zitten nog in de pijplijn. In totaal komen er zo’n vijftienhonderd mensen te wonen in deze kastelenwijk waar dikke muren, ‘oude’ dichtgemetselde raampjes en toegangspoorten de grens met buiten benadrukken. De binnenplaatsen van de complexen zijn openbaar, maar echt uitnodigend ogen ze niet. Alles is nieuw maar herinnert aan vroegere tijden. Daarom is Haverleij het summum van postmoderne woningbouw.

Stel je voor: vanuit Den Bosch rijd je de stad uit. Weilanden strekken zich uit tot plotseling vier kastelen opdoemen. Je mond valt open. De nieuwste uitbreiding van de Efteling? Nee, dit heet ‘postmodern wonen’. Illustratie: ontwerp voor één van de spiksplinternieuwe kastelen van Haverleij: Leliënhuyze van architect Sjoerd Soeters. bron: Haverleij B.V.

Gitaarleraar

Vorig jaar april logeerde ik een paar dagen in Het Slot, het grootste complex van Haverleij. De vraag die ik mezelf stelde was wie deze 21e-eeuwse kastelen bewonen, en waarom zij deze plek hebben uitgekozen. In mijn observatieverslag schreef ik na de eerste dag:

“Op Slot Haverleij is het druk. Het is zondagmiddag, lekker weer en de deuren staan open. Overal lopen kinderen in en uit. Ouders staan met een glaasje rosé te kletsen in de kleine straatjes van Het Slot. Rond etenstijd wordt het buiten stil. De deur blijft open zodat de kinderen na het eten nog even buiten kunnen spelen (…). "

‘Er wordt hier wel geroddeld hoor,’ verzucht een bewoonster. Ze is moeder van drie kinderen. ‘Iedereen voedt zijn kinderen op zijn eigen manier op. Daar wordt graag over gepraat.’ Rond acht uur is het buiten doodstil. Lopen er in Het Slot misschien nog een paar mensen rond, op de binnenplaats van kasteel Leliënhuyze kun je een speld horen vallen.

Terwijl een bewoonster (29, samenwonend zonder kinderen) de enquête invult, legt ze uit wat voor een netwerk de bewoners van Haverleij vormen. Ze vertelt dat je hier graag wat voor elkaar doet, en dat mensen elkaar bijvoorbeeld aan banen kunnen helpen. ‘En iedereen sport. (…) Mensen vragen gewoon of je meegaat. En al zie je elkaar soms maar eens per week, je steekt gewoon je hand naar elkaar op.’

In haar oude buurt waren de contacten doorspekt met een stille concurrentie. ‘Hier weet je dat je van elkaar op aan kunt.’ En: ‘Met Oud en Nieuw kwam iedereen met een fles champagne naar buiten. We hebben samen vuurwerk afgestoken. Dat was leuk. En toen het klaar was, pakte iedereen een doos en nam zijn eigen rotzooi weer mee naar binnen. Iedereen houdt het hier netjes. We zijn allemaal een beetje hetzelfde.’ Behalve dan een gitaarleraar die aan de andere kant van de binnenplaats woont. ‘Hij is anders dan de rest,’ aldus de bewoonster. ‘Je moet hem ook maar een vragenlijst brengen. Hij is overdag vaak thuis, weet hoe het er hier dan aan toe gaat. Aardige man, een beetje typisch. Hij kan vast veel vertellen.’ "

Uit het onderzoek blijkt dat bewoners van Haverleij onder andere het goede onderlinge contact waarderen. ‘Met Oud en Nieuw kwam iedereen met een fles champagne naar buiten. We hebben samen vuurwerk afgestoken. Dat was leuk,’ aldus een bewoonster van Haverleij.

Contact

De observaties en de uitkomsten van de enquête die ik uitdeelde onder de Haverleij-bewoners gaven een eerste indruk van de redenen om voor een besloten woonomgeving kiezen. Voor een deel lijkt het onbewust te zijn. De veiligheid die de bewoners ervaren is een van de aspecten die zij waarderen in hun besloten woonomgeving, maar waar zij niet bewust naar zochten. Zij ervaren die veiligheid dankzij het hechtere buurtcontact.

Op de vraag hoe het contact hier is in vergelijking met de vorige buurt: “In Amsterdam geen contact, hier veel meer dan verwacht. Contact is er in dagelijkse dingen (als kinderen even bij elkaar spelen etc.) daarnaast gezamenlijk vieren van Oud & Nieuw, bbq’s, Koninginnedag etc.” Een andere bewoner schrijft: “Is véél intensiever en opener. Iedereen staat veel meer voor elkaar klaar. (Je woont ook wel heel erg dicht op elkaar.)”

Op Haverleij wonen relatief veel hoogopgeleide mensen, wat blijkt uit de informele gesprekken en diepte-interviews met Haverleijers. Zij komen meestal uit de stad, vaak van boven de rivieren. Een aantal mensen dat nu op Haverleij woont, kon in hun vorige woonplaats niet aarden. De mentaliteit van de mensen in de kleine Brabantse boerendorpen is bijvoorbeeld anders dan die van de Haverleijers. Dorpsbewoners zijn volgens Haverleijers minder geëmancipeerd, vrouwen werken niet of weinig en de verschillende families gaan al generaties lang met elkaar om.

In een diepte-interview beschrijven twee bewoners, die in Vlijmen woonden voordat zij een huis op Haverleij kochten, het verschil tussen de bewoners in hun oude en nieuwe woonomgeving als volgt:

Man: “Maar wat wonen hier voor mensen, ik denk toch overwegend hoogopgeleiden, hoger opgeleiden, ik denk, een hoog percentage mensen met kleine kinderen (…) Maar ik denk dat de meeste mensen, en dat is ook een heel groot verschil met Vlijmen, ik denk dat toch een overgroot deel van de mensen hier uit de stad of uit een stadse omgeving komt. (…) In Vlijmen, mensen die in Vlijmen wonen, hebben nog nooit ergens anders gewoond dan in Vlijmen of in Haarsteeg of in…” Vrouw: “Ja, die komen zelfs niet eens in Den Bosch.” Man: “Nee! (…)” Vrouw: “Ja, het is echt, werkelijk, dát is inderdaad een van de, een van dé grote verschillen…” Man: “Ja.” Vrouw: “Dat ze vollédig op hun dorp gericht zijn, terwijl hier de mensen veel breder kijken naar Nederland.”

De bewoners van Haverleij vormen een gemeenschap omdat zij vaak hetzelfde soort banen hebben (bedrijfsleven, zelfstandig ondernemers) en in veel gevallen jonge kinderen hebben. Ze voelen zich verbonden door hun gezamenlijke interesses, belangen en vergelijkbare levensfase.

Haverleijers zijn trots op hun besloten woonomgeving en dragen dit uit met eigen kasteelvlaggen en golfwedstrijden die tussen de kastelen worden georganiseerd. bron: Kasteel Leliënhuyze, Haverleij B.V.

Trots

Architect Sjoerd Soeters is een van de grondleggers van het project Haverleij. Hij bouwde zijn kasteel Leliënhuyze vanuit de overtuiging dat mensen niet slechts een nummer willen zijn in een dertien in een dozijn vinexwijk. Haverleijers halen deze hang naar exclusiviteit aan als zij hun woningkeuze uitleggen. Zij zijn trots op de aparte uitstraling van hun woonomgeving. Die past bij hen, vinden ze.

Bewoners die naar Haverleij verhuizen, zijn in hun woningkeuze enerzijds origineel. Zij willen niet per se een (grote) tuin, maar hebben genoeg aan de groene omgeving waarin de kastelen staan. Aan de andere kant zijn de Haverleijers in hun woningkeuze helemaal niet origineel. De beslotenheid van de kastelen maakt deel uit van een trend die in de hele Nederlandse woningmarkt terug te zien is. Ook de neotraditionalistische stijl komt terug in veel andere nieuwbouwwijken.

Samen met de behoefte aan veiligheid duidt deze ‘vernostalgisering’ in de maatschappij op angst, schrijft Hulsman in het NRC Handelsblad. Bekeken vanuit dit idee trekken Haverleijers zich terug achter hun kasteelmuren waar het goed toeven is: schoonheid, natuur en gezelligheid van de gelijkgestemde buurt dragen bij tot de tevredenheid van de kasteelbewoners.

En hoe bewust is hun keuze dan? Zij staan niet bij stil bij de vraag waarom zij zich eigenlijk zo prettig voelen in hun besloten woonomgeving. Haverleijers zijn trots op hun besloten woonomgeving en dragen dit uit met eigen kasteelvlaggen en golfwedstrijden die tussen de kastelen worden georganiseerd. Door dit opvallende woongedrag komen zij over als een aparte groep die genoeg heeft aan elkaar. Samen stralen ze een sterk zelfbewustzijn uit dat alle kritiek weglacht. Dat veel buitenstaanders tegen Haverleij aankijken als een kitscherig project waar mensen wonen die weglopen uit de samenleving, lijkt op de Haverleijers zelf geen invloed te hebben.

Tijdens mijn verblijf op Haverleij viel het me op hoe aardig de bewoners zijn. Mensen hielpen mij door mee te denken, vragenlijsten in te vullen en uit te delen. Ze waren geïnteresseerd in het onderzoek, kwamen met tips en zochten krantenartikelen voor me op. Dit is tekenend voor de sfeer op de kastelen. Deze is ontspannen, men toont belangstelling voor elkaar en er is een hecht contact tussen de bewoners. Het werkt als een netwerk van hartelijkheid: wie hier op bezoek is en geïntroduceerd wordt bij de Haverleijers door iemand die veel mensen kent, kan rekenen op een warm welkom en hulp.

Haverleijers vormen een gemeenschap omdat zij vaak hetzelfde soort banen en vaak ook jonge kinderen hebben. Ze voelen zich verbonden door hun gezamenlijke interesses, belangen en vergelijkbare levensfase.

Veiligheid en geborgenheid

Twee kenmerken die de Haverleijers meestal niet direct noemen, maar die wel – zo blijkt uit de enquête en interviews – bij hun woningkeuze passen, zijn de hang naar geborgenheid en veiligheid. De behoefte aan een veilige omgeving uit zich in de architectuur, die verwijst naar het verleden, zoals ook de kastelen van project Haverleij te herkennen zijn. Architect Soeters noemt het ‘defensible space’; Nan Ellin spreekt in haar boek ‘Postmodern Urbanism’ (1999) van ‘defensive architecture’.

De steeds individuelere zoektocht naar eigen identiteit brengt nostalgische impulsen met zich mee die weerklank vinden in bijvoorbeeld de neotraditionalistische woningbouw. Volgens Soeters is die manier van bouwen een succes omdat het de ‘unheimlichkeit’ wegneemt die mensen in de hedendaagse maatschappij ervaren. De behoefte aan een stabiel thuisfront in de bewegelijke netwerkmaatschappij groeit. Het huis moet volgens Soeters een vast ijkpunt zijn: een persoonlijke omgeving waar het vertrouwd thuiskomen is. Dit zijn algemene ideeën van waaruit de zogenaamde postmoderne architectuur haar gebouwen vormgeeft.

In hoeverre de hang naar herkenning en beschutting ook echt bij dat postmoderne begrip hoort, weet ik niet. Ik zou zeggen dat dit verlangen altijd al bestond, maar dat de aanhangers van de postmoderne beweging die hang naar geborgenheid cultiveren en als een soort muze gebruiken. Het is een soort wisselwerking, want door de bouw van dit soort neotraditionele gebouwen wordt het gevoel versterkt. Gezelligheid, beslotenheid, vertrouwdheid zijn begrippen die vanuit dat oogpunt bezien in de mode zijn.

Uit het veldonderzoek blijkt dat respondenten niet graag het woord ‘angst’ in de mond nemen. Angst is een gevoel dat niet vaak bewust ervaren wordt, maar voor veel bewoners wel herkenbaar is. Uit de interviews blijkt dat bewoners zich veiliger voelen en hun kinderen verder weg laten spelen, zonder dat zij concrete aanwijzingen hebben dat de buurt ook echt veiliger is.

De behoefte aan geborgenheid blijkt ook uit de antwoorden van de kasteelbewoners in die zin dat zij het hechte buurtcontact zo waarderen. Dat is – om wat termen uit de vragenlijsten aan te halen – ‘hechter’, ‘gemoedelijker’, ‘mensen zitten op dezelfde golflengte’ en ‘staan voor elkaar klaar’. Die gemoedelijkheid lijkt dus een oplossing te zijn voor de ‘onzekerheid’ die de kasteelbewoners in hun vorige woonplaats ervoeren.

Volgens Soeters is de neotraditionele manier van bouwen een succes omdat het de ‘unheimlichkeit’ wegneemt die mensen in de hedendaagse maatschappij ervaren. De behoefte aan een stabiel thuisfront groeit. bron: Kasteel Zwaenenstede, Haverleij B.V.

Netwerk

Het hechte contact is een van de kenmerken die het Haverleij-netwerk typeert. Bourdieus theorie waarin hij sociaal kapitaal omschrijft als het netwerk waarover elk individu beschikt en waar hij op uiteenlopende manieren gebruik van kan maken, is herkenbaar bij het onderzoek naar de woonkeuzes van de kasteelbewoners. Het hebben van voldoende sociaal kapitaal is om verschillende redenen extra belangrijk voor Haverleijers.

Ten eerste gaan Haverleijers, in tegenstelling tot bijvoorbeeld stadsbewoners, als zij hun intrek hebben genomen in een van de kastelen deel uitmaken van een besloten woonomgeving waar het contact met de buurt hecht is. Zonder contact met de buurt kan het wonen op Haverleij ervaren worden als stil, saai en eenzaam. Verschillende mensen zijn al verhuisd omdat zij hun kasteel of slot ervoeren als een te stille woonomgeving. Omdat het grootste deel van de Haverleijers overdag op school zit of werkt, is het er tijdens kantooruren stil.

’s Avonds en in het weekend is de buurt levendiger. Zeker in de zomer zitten de bewoners vaak met elkaar op de binnenplaats, en er worden verschillende feesten samen gevierd. Iedereen wil graag onderdeel zijn van het netwerk. Wanneer dat niet het geval is, raken zij op een bepaalde manier in een sociaal isolement, en kan het wonen op Haverleij ook buiten kantooruren als te stil en leeg ervaren worden. Dit kan een reden zijn om te verhuizen.

Het Haverleij-netwerk is hechter dan een stadsnetwerk waarin de relaties tussen mensen vooral fragmentarisch en functioneel zijn. De bewoners zijn zich hier bewust van. Hun hechte buurt biedt hen voordelen als gezelligheid en veiligheid, maar ook praktische zaken zoals een overvloed aan kinderoppas en buren die altijd even kunnen helpen. Toch is het Haverleij-netwerk niet zo hecht als in de kleine boerendorpjes waar sommige Haverleijers vandaan komen. In tegenstelling tot de dorpse gemeenschappen kennen de Haverleijers elkaar kort, en zij hebben dus nog geen gezamenlijke geschiedenis. Dit schept ruimte: persoonlijke geschiedenis of oude familiestructuren spelen hier minder een rol dan bijvoorbeeld in Vlijmen.

Mensen willen weten wie hun buren zijn en daar gezelligheid en steun aan beleven. Verder is er behoefte aan een ruimte waarin de bewoner zich thuis voelt. Geen winderige straten, maar overzichtelijke hoekjes en gezellige pleinen spreken tot de verbeelding van de 21e-eeuwse woonconsument. Maquette van Het Slot, Haverleij B.V.

Thuis is de basis

De vraag was waarom mensen besloten willen wonen. Het moge duidelijk zijn: mensen willen bij elkaar wonen, zij zijn op zoek naar een privéplek in een hechte omgeving. Zij willen weten wie hun buren zijn en daar gezelligheid en steun aan beleven. Verder is er behoefte aan een ruimte waarin de bewoner zich thuis voelt. Geen winderige straten, maar overzichtelijke hoekjes en gezellige pleinen spreken tot de verbeelding van de 21e-eeuwse woonconsument.

De behoefte aan een middelpunt in de vorm van een huis, een basis middenin de hectiek die het leven in de netwerksamenleving met zich meebrengt, is een andere reden waarom bewoners naar een besloten woonomgeving zoeken. Futuristische woningen mogen vernieuwend en verassend zijn, maar sinds de privatisering van de woningmarkt hebben projectontwikkelaars en architecten ontdekt dat die de huizenmarkt niet zullen veroveren. Thuis staat voor basis en dus voor stabiliteit en veiligheid. Een neotraditionele woning past in het verwachtingspatroon van de koper. Hij wil geen verrassingen, maar herkenning, nostalgie, vertrouwdheid en geborgenheid.

In hoeverre de besloten woontrend als positief of negatief te bestempelen is, is niet met één woord te zeggen. Het gevaar van de zoektocht naar nostalgie en geborgenheid is dat de besloten woontrend kan verworden tot een zee vol huizeneilanden waar alleen de bewoners zelf af en aan rijden. Het uitsluiten van anderen, in dit geval de bewoners van een bepaald soort omgeving, zou een gevolg kunnen zijn van de hechte onderlinge band. Dit kan uiteindelijk leiden tot segregatie en vervreemding tussen bevolkingsgroepen. Doorslaan is nooit goed, en als half Nederland straks bestaat uit dit soort semi-besloten woongebieden dan is dat in mijn ogen een enge ontwikkeling.

Maar in bepaalde gevallen kan een kasteel – of een ander soort neotraditionalistische woonomgeving – het antwoord zijn op de woonbehoefte van veel mensen.Vanuit de maatschappij is een kritische houding nodig om te voorkomen dat nieuwe wijken te afgesloten worden of te homogeen qua inwoners. Dat zou naar mijn mening een negatieve ontwikkeling zijn die problematisch kan uitpakken voor mensen buiten en binnen de wijk.

Literatuur:

AGORA (2005) Minithema Gated Communities. AGORA 21, 5, pp. 32-47. Ellin, N. (1999) Postmodern urbanism: revised edition. New York: Princeton Architectural Press. Hulsman, B. (2005) ‘Bang?’ NRC Handelsblad, 30 april 2005. Oeffelt, T. van (2003) ‘De inspiratie van architect Sjoerd Soeters.’ Monumenten 24, 4.

Elfanie toe Laer is afgestudeerd als socioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is gebaseerd op haar masterscriptie waarin ze de achtergrond van de woonkeuze van de bewoners van Haverleij in Den Bosch onderzocht.

Dit artikel is een publicatie van AGORA.
© AGORA, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 juni 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.