Je leest:

Portret van een veelzijdige pil

Portret van een veelzijdige pil

Auteur: | 30 augustus 2008

Statines zijn alom bekend als middel tegen hart- en vaatziekten. Er wordt nog volop gediscussieerd over wie er dagelijks zo’n preventief pilletje zou moeten slikken. Maar vrijwel geen cardioloog twijfelt aan de werkzaamheid van het medicijn. Onderzoek wijst bovendien op mogelijk gunstige effecten van statines bij andere aandoeningen, zoals sommige vormen van kanker en longziektes.

Ruim 1,3 miljoen Nederlanders worden elke dag met hun te hoge cholesterolgehalte geconfronteerd. Zij slikken simvastatine, atorvastatine of een van de andere soorten statines om de kans op hart- en vaatziekten te verlagen. Statines werken vermoedelijk doordat ze een leverenzym remmen dat belangrijk is bij de aanmaak van cholesterol. Vorig jaar werden statines door critici in een negatief daglicht gesteld in een uitzending van het tv-programma Radar. Duizenden mensen zouden hierdoor met het slikken van de cholesterolverlagers gestopt zijn. Prof. dr. Wouter Jukema (Hartziekten) betreurt dit. “Zo’n uitzending doet ongelofelijk veel schade, want statines werken fantastisch.” Toch begrijpt hij de ophef wel. “Vaak kloppen de voorbeelden die genoemd worden, want ook statines kunnen bijwerkingen geven. Meestal zijn die vrij mild, maar ze kunnen ook ernstig zijn en dan moet je gewoon stoppen. Ik deel dan ook niet de mening van sommigen dat statines zo goed zijn dat ze door het drinkwater zouden moeten.”

De structuurformule van rosuvastatine, ook wel bekend onder de merknaam Crestor.
Wikimedia Commons

Clustering van risicofactoren

De voornaamste bijwerking van statines zijn spierpijn en spierzwakte, en in ernstige gevallen spierafbraak. Overstappen op een andere soort kan helpen, maar er zijn ook mensen die tegen geen enkele statine kunnen, vertelt Jukema. De hoogleraar onderzoekt momenteel of iemands genen de verdraagzaamheid voor statines voorspellen. “Maar het gros van de mensen verdraagt ze prima. Veel mensen merken er zo weinig van dat ze gaan twijfelen aan de werkzaamheid.”

Vooral mensen die al een hartinfarct of een andere uiting van hart- en vaatziekten hebben gehad, hebben baat bij statines. “Het risico dat zoiets nog een keer optreedt, kun je dan verminderen met 30 tot 40 procent”, aldus Jukema. Mensen die nog geen aantoonbare hart- en vaatziekten hebben, maar wel een verhoogd risico lopen, moeten volgens de richtlijnen soms ook statines krijgen. Jukema: “Het gaat dan om mensen met een clustering van risicofactoren, zoals een hoge bloeddruk, suikerziekte en een hoog cholesterolgehalte. Een hoog cholesterolgehalte alléén is niet zo’n grote risicofactor voor hart- en vaatziekten.”

Om de langetermijneffecten van statines in kaart te brengen werden meer dan drieduizend statineslikkers en een nog grotere groep niet-slikkers op de voet gevolgd. Statinegebruikers bleken minder vaak kanker te krijgen dan niet-gebruikers ( Journal of Clinical Oncology, 2004).

Onderzoeken die hierna gedaan zijn, konden dit beeld echter niet bevestigen. Volgens ziekenhuisapotheker en promovendus Els Koomen (Klinische Farmacie en Toxicologie) zegt dit nog niet dat statines geen enkel effect op kanker hebben. “Vaak wordt gekozen voor een analyse van alle kankervormen gezamenlijk. Het is echter de vraag of je alle verschillende types kanker zomaar op één hoop mag gooien. Dat kan het effect van statines in een groot onderzoek versluieren. Want voor sommige kankers lijken er meer aanwijzingen te zijn voor een beschermend effect van statines dan voor andere.”

Een ander knelpunt van de meeste onderzoeken is dat ze een korte looptijd hebben. Koomen: “De follow-up-tijd is in veel onderzoeken niet meer dan drie tot vijf jaar. Terwijl het gemiddeld veel langer duurt voor kanker zich ontwikkeld. Dan moet je toch al snel denken aan ten minste tien jaar. Verschillen in het ontstaan van kanker zijn daardoor heel moeilijk aantoonbaar. Onze studie had weliswaar een relatief lange follow-up van gemiddeld zeven jaar, maar zelfs dat zal voor sommige types kanker te kort zijn.”

Melanoom

Een aantal onderzoeken naar het effect van specifieke vormen van kanker laat lichtelijk positieve resultaten zien. Zo onderzocht Koomen of statinegebruikers minder vaak een melanoom, een ernstige vorm van huidkanker, krijgen ( European Journal of Cancer, 2007). In eerder labonderzoek bleken statines de groei van melanoomcellen te kunnen remmen. Maar de resultaten bij mensen vielen aanvankelijk tegen. “Patiënten die een huidmelanoom hadden, bleken niet minder vaak statines gebruikt te hebben, zoals je zou verwachten als statines beschermen tegen het krijgen van een melanoom”, vertelt Koomen. “Maar de melanomen die tijdens statinegebruik zijn ontdekt waren wel minder diep, vooral bij mannen.”

Eventuele toepassing van statines bij melanoompatiënten is echter nog lang niet in zicht. Koomen: “Het is een bevinding die door andere onderzoeken bevestigd moet worden.” Over hoe statines de groei van melanomen zou kunnen vertragen, bestaan wel moleculaire hypotheses. Koomen: “In 30 tot 70 procent van de melanomen is het ras-gen gemuteerd. Hierdoor wordt er meer van het eiwit ras gemaakt, waar melanomen voor hun ontwikkeling van afhankelijk zijn. Dit ras-eiwit kan alleen goed tot expressie komen als het is gekoppeld aan zogenaamde C15-ketens. Statines remmen de aanmaak van deze ketens, wat de groei van melanomen belemmert.”

Zelfdoding

Een geheel ander moleculair pad ligt waarschijnlijk ten grondslag aan het gunstige effect van statines op darmkanker. Dr. James Hardwick (Maag-, darm- en leverziekten) doet hier onderzoek naar. Een aantal jaar geleden bleken epidemiologische gegevens uit te wijzen dat statinegebruik de kans op dikkedarmkanker met bijna de helft vermindert ( New England Journal of Medicine 2005). Hardwick denkt dat dit te danken is aan het eiwit Bone Morphogenetic Protein (BMP). Statines stimuleren de aanmaak van BMP, dat cellen kan aanzetten tot zelfdoding, een normaal proces in het leven van de cel.

Toch remmen statines niet altijd de groei van darmkankercellen, zo ontdekte Hardwick recent. De meeste gekweekte tumorcellen van de dikke darm legden weliswaar het loodje na toevoeging van statines, maar een aantal cellijnen gaf geen krimp of ging door de statines zelfs iets harder groeien. Punt van verschil bleek het gen SMAD4. Darmkankercellen met een foutje in dit gen worden ongevoelig voor statines. Gemuteerd SMAD4 blokkeert de BMP-route naar zelfdoding en stimuleert een ander communicatiekanaal in de cel waardoor de tumor zelfs nog wat sneller kan uitdijen (Gastroenterology 2008). Om te kijken of de mutatie in SMAD4 ook het effect van statines tenietdoet bij echte patiënten met darmkanker gaat Hardwick naar de genetische achtergrond van darmtumoren kijken. “Gemiddeld heeft 30 procent van de darmkankers een mutatie in SMAD4. We verwachten bij statinegebruikers met darmkanker meer SMAD4-mutaties”, aldus Hardwick.

Ontstekingen remmen

Ook lijders aan chronische bronchitis of longemfyseem (samen COPD) hebben mogelijk baat bij statines. “Het idee is dat dit komt doordat statines ontstekingsremmend werken”, vertelt prof. dr. Klaus Rabe (Longziekten). De laatste tijd verandert het beeld van COPD van puur een longziekte naar een systemische ontstekingsziekte, waarbij het hele lichaam betrokken is. “Veel COPD-patiënten sterven niet aan de longziekte, maar aan hart- en vaatziekten”, aldus Rabe. Hij denkt dat de gunstige werking van statines op hart- en vaatziekten niet alleen veroorzaakt wordt door het verlagen van het cholesterolgehalte in het bloed. “Mogelijk remmen statines ook ontstekingen in de vaatwand. Mensen die statines slikken voor hart- en vaatziekten pakken mogelijk een gunstig effect op ontstekingen in de longblaasjes mee.” Er lopen nu studies die onderzoeken hoe groot het effect van statinegebruik op COPD is.

Voorlopig worden statines alleen voorgeschreven om de kans op hart- en vaatziekten te verlagen. Voor een gunstige werking bij andere ziektes is vooralsnog te weinig bewijs om te middel voor te schrijven. Onderzoek is er volop gaande, zoals in het LUMC naar het exacte werkingsmechanisme van statines bij kanker. Koomen: “Het laatste woord over statines is nog lang niet gezegd.”

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 augustus 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.