Je leest:

Porno in de disco

Porno in de disco

Immoreel, crimineel of geen probleem?

Auteur: | 18 maart 2009

Openlijke seks in de disco, op het strand of op een parkeerplaats. Het is een fantasie van menigeen. Als het te opvallend tot uitvoering komt, zitten bestuurders van lagere overheden ermee in hun maag. Wel of niet toelaten? Strakke reglementering van zoiets spannends? En wordt ons – over de lengte van de geschiedenis genomen – niet eerder een preutser dan een ‘vrijer’ gedrag opgelegd? Stephanie Bael, criminologe te Gent, schreef een thesis over hoe de publieke handhaving van de zedelijkheid fluctueert met de tijdgeest.

Begin deze eeuw werden in de Antwerpse discotheek Zillion regelmatig nogal ruige ‘Zundays-feesten’ georganiseerd. Op 21 februari 2001 wijdde het VTM-programma Telefacts daar een uitzending aan. De voice-over hijgt: ‘Pas rond één uur barst het feest los, en danst de jeugd op beukende techno het ochtendgloren tegemoet, extravagant, uitdagend, in een roes. Maar vandaag is dat ook niet meer genoeg, jongeren willen meer, veel meer. Vandaag slaan de driften op hol in de danstempel. Discotheken ademen seks.’ Een pornoactrice die haar brood verdient op de Zundays-feesten vat het gebeuren bondiger samen. ‘Striptease is een beetje passé, nu is ’t meer live show wat we doen.’

Telefacts maakte de tongen los in België. Kan dat zomaar, porno in de disco? Mag dat wel? Hoe zit het dat er ook minderjarigen binnen waren? Moeten die niet tegen zulke immorele vertoningen beschermd worden? En gaat Telefacts met het op de buis brengen van zulk materiaal niet zelf ook over de streep? De Antwerpse politie werd na enige politieke druk ook wakker en besloot Frank Verstraeten, de eigenaar van Zillion, te vervolgen wegens ‘openbare zedenschennis en het aanzetten tot ontucht op een openbare plaats door woorden of handelingen’. Bovendien werd hem het ‘houden van een ontuchthuis’ ten laste gelegd. Dit kwam nog bovenop een aantal andere verwijten aan het front van Verstraeten, die vooral van doen hadden met belastingen en vergunningen. Verstraeten denkt dan ook dat de politie alles op alles heeft gezet om hem en zijn discotheek kapot te maken en dat de uitzending van Telefacts daarbij goed van pas kwam.

De zaak werd van rechtbank naar rechtbank gepingpongd. Tot, uiteindelijk, het Antwerpse Hof van Beroep in 2005 besloot dat Verstraeten de zeden niet had geschonden. De rechters voegden echter aan hun oordeel toe dat ze Verstraetens activiteiten wel degelijk immoreel vonden.

De nieuwe mens

Daar maakt men dus een belangrijk onderscheid dat ten tijde van Louis XIV nog niet bestond: het verschil tussen recht en moraal (zie kader). Het kan best zijn dat je als samenleving iets afkeurenswaardig vindt, maar als de wet het niet verbiedt, dan is het niet verboden totdat de wet veranderd is.

Tot de Franse Revolutie en de opkomst van de burgerij als belangrijkste politieke factor werden wetten voornamelijk gebruikt om de moraal van de machthebber uit te dragen. Maar na de Revolutie stond de burger centraal en veranderde dat. Wetten werden vehikels om de burger te beschermen tegen schadelijke daden van andere burgers en de overheid. Tegelijkertijd veranderde ook het denken over zedelijkheid. Tot in de achttiende eeuw golden seksuele codes in beperkte, overzichtelijke gemeenschappen. Door de opkomende industrie ontstond er echter steeds meer één maatschappij, waarvoor één systeem nodig was. De industrialisatie veranderde bovendien de rol van de handarbeider. Die werkte niet langer op het land om bieten te rooien die zijn gezin ’s avonds zou eten, maar in de fabriek tegen dag- of weekloon.

Deze nieuwe economische omstandigheden vroegen om een andere seksuele moraal, zo betoogt Stephanie Bael in haar thesis De evolutie van het misdrijf openbare zedenschennis in navolging van de filosoof Jos van Ussel. Mensen mochten niet langer direct aan hun lusten – of dat nu alcohol was of seks – toegeven, maar moesten hun gevoelens met de ratio onderdrukken. Wat niet nuttig was, was niet goed en seks was slechts nuttig als het tot voortplanting leidde.

In Frankrijk, Engeland en België zetten de verstedelijking en industrialisatie al vóór de Franse Revolutie in. Nederland, waar de industriële revolutie pas haar hoogtepunt kende rond 1900, was de absolute hekkensluiter. In de ons omringende landen gingen de scheiding van recht en moraal en de wettelijke afwijzing van bandeloze seks dus hand in hand.

Live pornoshows

Aan het hof van Lodewijk de Veertiende ging het er wild aan toe. Als de feesten en partijen van destijds op film waren vastgelegd, vond je ze nu niet bij de kostuumdrama’s maar in het smoezeligste hoekje van de videotheek. De hovelingen zagen seks als een publieke bron van vermaak, niet als iets wat alleen achter gesloten deuren en na een kerkelijke huwelijksvoltrekking mocht bestaan.

Dat deze vrije seksuele moraal niet door de hele zeventiende-eeuwse samenleving werd gedeeld, deerde Louis niet. Voor hem gold immers als geen ander dat híj de wet bepaalde. In dit opzicht hield hij er geen dubbele moraal op na. Ook met de seksuele gedragingen van zijn onderdanen op het platteland bemoeide hij zich niet.

Ruim tweehonderd jaar later is dat wel anders. Nederlandse gemeenten zetten alles op alles om zogenoemde Wasteland-party’s te voorkomen, waar het publiek in lak en leer verschijnt en dat niet de hele avond aanhoudt. In Vlaanderen leidden de Zundays-feesten in de Antwerpse discotheek Zillion zelfs tot een politiek relletje. Waren de live pornoshows die op zulke avonden werden opgevoerd acceptabel, of gingen ze te ver? En als ze te ver gingen, had de overheid daar dan iets mee te maken?

Bael: ‘Ik had verwacht dat de reden voor bestraffing van dit misdrijf lag in de katholieke achtergrond van België, maar eigenlijk waren het dus economische omstandigheden die de motor waren. De kerk ondersteunde dit proces omdat de code die weerspiegeld werd, goed paste binnen hun visie. Als je je immers overgeeft aan je lusten, heb je minder tijd of behoefte om God te aanbidden.’

De eerste wetten tegen zedenschennis stammen uit de Napoleontische tijd. Ze beschermen vrouwen tegen obscene afbeeldingen en opmerkingen. Mannen moesten blijkbaar hun eigen zielenheil maar bewaken. Later werd ook het verkopen, tentoonstellen en uitdelen van pornografisch materiaal strafbaar.

Of deze eerste wetten echt gericht waren op het beschermen van de zeden is maar de vraag. Deze troffen namelijk vooral politieke en theologische ‘agitatoren’. Vanwege de hoge kosten en de strenge censuur hadden maar weinig mensen toegang tot de drukpers. Wie zijn werk wél kon laten afdrukken, had vaak geld én een mening en kon dus pamfletten drukken. Bijvoorbeeld met porno: er is immers geen betere manier om in één klap je tegenstander als vunzig af te schilderen én je lezers aan je te binden.

Maar godslastering of het beschimpen van de macht werd als net zo onstuimig gezien als seks, dus misschien is het onderscheid wel niet te maken. In de eerste zedenwetten werd ervan uitgegaan dat de ontvangers van het pornografische werk dat niet wíllen zien omdat het hen perverteert. Dat was op de Zundays-feesten wel anders: het publiek wist precies waarvoor het kwam en betaalde er gretig voor.

Sex sells

De volgende fundamentele verandering in het denken over seks was eveneens het gevolg van een economische ontwikkeling. In de twintigste eeuw nam de welvaart zo snel toe dat het begrip ‘vrije tijd’ ontstond. Jongeren hoefden niet meer te werken en konden langer naar school. Zo ontstond voor het eerst een jongerencultuur die anders was dan die van hun ouders. Zij leefden niet meer om te overleven, maar voor de lol. En seks hoorde bij die gewenste lol.

De opkomende consumptiemaatschappij zorgde bovendien voor een nieuw denken over nuttigheid. Het belang van een product werd niet langer afgemeten aan wat het kon, maar aan welk gevoel het gaf. Sex sells, wist ook toen iedereen al, en daar werd dus gretig gebruik van gemaakt. In advertenties werd er lustig op los geïnsinueerd; dat was in de negentiende eeuw nog ondenkbaar.

Bovendien moest er wetgeving komen over anticonceptie. Het debat daarover heeft in België bijna een eeuw geduurd. Dat onderwerp had namelijk nog een zwaardere morele ondertoon dan in Nederland. Was de Eerste Wereldoorlog een straf van God geweest vanwege de bandeloosheid en zedenverwildering? En was het dan niet de taak van de overheid om de burgers tegen herhaling te beschermen?

Het kind kreeg een eigen plek in de zedenwetgeving. Juist tere kinderen moesten tegen pornografie beschermd worden, omdat zij zichzelf niet kunnen beschermen. Voor de duidelijkheid, het gaat hier om het zien van porno, niet om het acteren. Het maken van kinderporno valt uiteraard onder andere wetgeving.

Dat er minderjarigen rondliepen was ook een van de bezwaren die Telefacts had tegen de Zundays-feesten. Hoewel de feesten officieel alleen toegankelijk waren voor meerderjarigen, was het deurbeleid niet strikt. Dit verwijt werd echter niet meegenomen in de aanklacht. De vraag blijft daardoor staan of de pikante praktijken die achter de deur plaatsvonden wel zedenschennis waren.

De bezoekers kwamen er immers vrijwillig en ze wisten precies wat hun te wachten stond. Ze hoefden niet tegen ongewenste viezigheid beschermd te worden, ze kwámen voor die viezigheid. Dat ze daardoor wellicht geperverteerde gedachten zouden krijgen en daarmee de maatschappij zouden kunnen ontwrichten, was de onuitgesproken morele boodschap van de programmamakers, die echter juridisch betekenisloos is.

Volgens de uitbater was Zillion een besloten club. Lidmaatschap was een voorwaarde voor entree. Maar de politie zag Zillion als openbare ruimte, omdat iedereen die aan bepaalde voorwaarden voldeed naar binnen mocht. De pornoacts werden in de optiek van de politie in het openbaar opgevoerd en waren daarom zedenschennis, en dus strafbaar.

Bael neemt aan dat behalve de pragmatische redenen voor vervolging – de andere zaken die tegen Verstraeten en zijn Zillion liepen – de publieke verontwaardiging na de Telefacts-uitzending doorslaggevend is geweest. Morele gronden gingen boven juridische gronden en de aanklacht noemt ze daarom ‘onzin’.

Paaldansen versus de Bibob-wet

‘Bovendien zijn er in Nederland nog wel zulke fuiven. Als mensen uit België er behoefte aan hebben, gaan ze gewoon naar Nederland’, aldus Bael. De tere ziel der Vlamingen is dus allerminst beschermd tegen zijn eigen driften. Toch is ook in Nederland seks in het openbaar niet toegestaan en ook in Nederland is er geen eenduidige mening over wat nou ‘openbaar’ is. In België zijn darkrooms, donkere kamers in discotheken (vooral homodiscotheken) waar bezoekers seks met elkaar kunnen hebben, verboden, in Nederland bestaan ze nog wel openlijk. En zijn in België de meeste disco-uitbaters voorzichtiger geworden met erotische acts, in Nederland worden nog wel pornofeesten georganiseerd. Ook zijn er kinky swingparty’s waarbij het publiek wordt uitgenodigd om seks met elkaar te hebben. Zolang dit in beslotenheid gebeurt, steekt de wet er geen stokje voor.

Toch zijn de gemeenten er vaak niet blij mee. Dat is niet vanwege bedreiging van de openbare orde of iets dergelijks, maar gewoon vanwege de klassieke vieze smaak in de mond. De gemeenten zijn niet blij met het publiek dat zo’n feest aantrekt en ze balen vooral van de ranzige ‘alles-moet-kunnen-uitstraling’ die het heeft. Daarom wordt met man en macht in politieverordeningen gespeurd naar redenen om de organisatie van zo’n feest te dwarsbomen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in Rotterdam en Amsterdam. Ook over paaldansen, een veel minder expliciete erotische act, was veel discussie. Amsterdam heeft dat met succes naar het illegale circuit verbannen.

Dit zijn voorbeelden waarbij actief gezocht is naar een reden om iets wat in principe niet illegaal is, toch te verbieden. Dit lijkt op het Nederlandse gebruik van de wet Bibob. Die is bedoeld om de integriteit van ondernemers te onderzoeken. Maar de antecedenten van groenteboeren en slagers worden in die zin zelden onderzocht; het zijn vooral bordeelhouders die worden aangepakt. Hoewel prostitutie in Nederland met een flink aantal mitsen en maren legaal is, veegt de stad Amsterdam de Wallen schoon. Natuurlijk is dat omdat de stad liever heeft dat alleen ondernemers die zuiver op de graat zijn een prominente plek in de stad krijgen. Maar de voornaamste reden is toch dat de gemeente eigenlijk van haar hoerenimago af wil. De Nederlandse wetgeving over prostitutie staat dat streven in de weg, dus wordt naar een andere wet, in casu de Bibob-wet gegrepen.

Misschien zullen historici over tweehonderd jaar vaststellen dat de huidige crisis onze economie dusdanig heeft veranderd dat ook de zedelijkheid een nieuwe gedaante kreeg. Misschien leidt dat dan tot zedenwetgeving die moraalridders wél een wapen geeft.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Crimelink.
© Crimelink, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 maart 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.