Je leest:

Populistische partijen en establishment passen zich aan elkaar aan

Populistische partijen en establishment passen zich aan elkaar aan

Partijen die zich stevig afzetten tegen de bestaande politiek, zijn in staat hun politieke agenda uit te voeren. Dat kan alleen als de gevestigde en de nieuwe partijen zich aan elkaar aanpassen. Onderzoek van promovendus Julien van Ostaaijen naar Leefbaar Rotterdam na 2002 laat zien hoe deze paradox zich voordeed. Hij verwacht dat andere populistische partijen door aanpassing ook succes kunnen hebben.

Ondanks wederzijdse afkeer tussen de ‘oude’ politieke partijen in de Rotterdamse gemeenteraad en nieuwkomer Leefbaar Rotterdam, lukte het die partij belangrijke programmapunten te verwezenlijken. In 2002 had de partij een derde van de stemmen gewonnen en trad Leefbaar toe tot het college van B & W. De vraag was of Leefbaar Rotterdam zich zou aanpassen of dat het bestaande systeem dat zou doen. Ondanks dat Leefbaar Rotterdam geen meerderheid had in de raad, en zich afzette tegen de andere partijen, is de partij erin geslaagd succes te hebben, mede omdat veel politieke en niet politieke actoren die veranderingen mogelijk maakten. Vooral op het gebied van een strikter veiligheidsbeleid (0-tolerantie), maar in meer of mindere mate ook op het gebied van een strengere aanpak van immigratie- en integratievraagstukken, duidelijker afrekenbaarheid van politici en meer inbreng van de burger in de politiek. Tegelijkertijd moest ook Leefbaar Rotterdam zich aanpassen. Het spel van coalitievorming werd geaccepteerd en het uitvoeren van het veiligheidsbeleid werd zelfs grotendeels aan de liberale burgemeester Opstelten overgelaten.

Populistische partijen en de bestaande politiek passen zich aan elkaar aan.
Pictorescue.nl

Ideeën Leefbaar Rotterdam geaccepteerd

Julien van Ostaaijen deed zijn onderzoek aan de hand van interviews met politici en ambtenaren, analyse van websites, kranten en programma’s en bezoek aan debatten en (buurt)bijeenkomsten. Hij concludeert dat de agenda van Leefbaar Rotterdam zelfs voor een deel werd uitgevoerd nadat in 2006 de partij geen deel meer uitmaakte van het College van B & W. Dat kwam doordat die onderdelen inmiddels breed binnen het Rotterdamse bestuur gedragen werden en niet meer van Leefbaar Rotterdam afhankelijk waren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het veiligheidsbeleid, het formuleren van afrekenbare doelstellingen en het ‘kijken achter de voordeur’.

Het succes van vooral het veiligheidsbeleid tussen 1998 en 2008 is geanalyseerd op basis van urban regime analyse. Na 2002 kwam er een nieuwe, aansprekende agenda (Rotterdam veiliger maken), ondersteund door een bestuurlijke coalitie bestaande uit politiek (met een belangrijke rol voor Leefbaar Rotterdam en later de PvdA), bestuur, politie en OM om deze uit te voeren. Deze coalitie beschikte over voldoende (materiële en niet-materiële) hulpbronnen voor de uitvoering van de agenda en er was vertrouwen en uitruil als basis voor samenwerking.

Het onderzoek is van belang in het licht van de opkomst van andere populistische politieke partijen. Op basis van het onderzoek is te verwachten dat populistische partijen ook elders succes kunnen hebben. Ook valt te verwachten dat zij dat alleen kunnen doen, door zich aan te passen aan de spelregels van de bestaande politiek.

Julien van Ostaaijen (Breda 1978) studeerde Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en werkt nu als onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Tilburg (UvT).
© Universiteit van Tilburg (UvT), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 mei 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.