Je leest:

Poldernederlands: proef op de som

Poldernederlands: proef op de som

Auteur: | 24 april 2007

Het Poldernederlands is zo ongeveer de bekendste nieuwe taalvariant. Toch is er nog maar weinig onderzoek naar gedaan. Spreken intellectuele vrouwen de klinker ‘ei’ echt uit als [aai], zoals Jan Stroop beweert? Metingen verschaffen duidelijkheid.

In 1998 verscheen in het enige nummer van het tijdschrift Noordzee een spraakmakend artikel van taalkundige Jan Stroop: “Wordt het Poldernederlands model?” Daarin beschrijft hij een verandering in de uitspraak van het Nederlands. Hij noemt dit nieuwe accent ‘Poldernederlands’, naar het fameuze ‘poldermodel’, dat volgens hem behalve voor economisch succes ook staat voor “een maatschappij waarin het begrip Algemeen Beschaafd Nederlands tot een anachronisme geworden is, zoals trouwens meer vormen van beschaving”.

Het opvallendste kenmerk van Poldernederlands is de uitspraak van de klank ‘ei’ als [aai]: ‘kijken’ klinkt als [kaaiken] en ‘eigenlijk’ wordt [aaigenlijk]. Vooral zelfbewuste jonge intellectuele vrouwen zouden Poldernederlands spreken, maar volgens Stroop is het ook al de norm voor de standaardtaal aan het worden.

Culturele bagage

De media toonden veel belangstelling voor het Poldernederlands, maar onder taalkundigen ontstond een grote behoefte aan wetenschappelijk bewijs voor Stroops indrukken. Marc van Oostendorp schreef bijvoorbeeld in een recensie: “Stroop heeft een interessante ontdekking gedaan en deze op een enthousiaste manier aan de man gebracht. Dat is mooi. Nu wordt het tijd om de hele kwestie eens serieus te gaan onderzoeken.” Dat heb ik gedaan. Voor mijn doctoraalscriptie Algemene Taalwetenschap heb ik de klank ei onder de loep genomen. Ik heb opnames gemaakt van zestien mannen en zestien vrouwen die te gast waren in het VPRO-televisieprogramma “Het blauwe licht”.

In “Het blauwe licht” bespraken Anil Ramdas en Stephan Sanders tweewekelijks, later wekelijks, met twee gasten televisiebeelden, foto’s en krantenberichten. In totaal was elke gast rond de zes minuten aan het woord.

Volgens Lies Kuisdom, voormalig producent van “Het blauwe licht”, werden voor het programma mensen gevraagd die een flinke culturele bagage hadden, zoals filmmakers, schrijvers en intellectuelen: “mensen die in staat zijn de diepere lagen van de beelden te vinden en niet bang zijn om voor hun mening uit te komen”. De vrouwen onder hen zijn dus precies de types die Poldernederlands zouden moeten spreken.

Randstad

Om antwoord te krijgen op de vraag of intellectuele vrouwen inderdaad sterker Poldernederlands spreken dan intellectuele mannen, heb ik van alle gasten tien ‘ei’-klanken en, als referentiepunten, vijf ‘aa’- en ‘ie’-klanken gemeten.

Van een deel van de sprekers heb ik een e-mailadres gevonden. Aan hen heb ik een mailtje met een vragenlijst gestuurd. Daarin vroeg ik naar hun geboortejaar, geboorteplaats, andere woonplaats (en), opleiding, beroep, het beroep van hun vader en moeder, en taal, dialect of accent van hun vader en moeder.

Het gemiddelde geboortejaar is voor de vrouwen en mannen gelijk. Ten tijde van de opnames waren de sprekers gemiddeld 47 jaar. Veel sprekers komen uit het westen van het land; ten minste zes vrouwen en acht mannen komen uit de Randstad. De groep mannen en de groep vrouwen zijn redelijk vergelijkbaar wat herkomst betreft. Bijna alle sprekers die reageerden, hebben een universitaire opleiding gevolgd.

De meeste sprekers zijn werkzaam in de media. Anderen houden zich in hun beroep bezig met wetenschap, kunst, literatuur, politiek of sport. De sprekers van wie het beroep van de ouders bekend is, blijken uit middenklassengezinnen te komen. Van de meesten spreken of spraken de ouders Standaardnederlands of Nederlands met een accent – en dus geen vreemde taal of een dialect.

Aai-top-vijf

Nauwgezette bestudering van de ‘ei’-klanken die te horen waren uit de mond van gasten in het tv-programma “Het blauwe licht” leidde tot de volgende top vijf van personen die sterk Poldernederlands spreken:

1. Annemarie Mol (1958, hoogleraar filosofie) 2. Alkeline van Lenning (1956, universitair docent sociologie) 3. Maria Henneman (1956, hoofdredacteur Netwerk) 4. Dana Nechustan (1970, filmregisseur) 5. Hedy d’Ancona (1937, politicus)

De eerste man, Kees Driehuis (1951, programmamaker VARA-tv), vinden we pas op de negende plaats. De top-vijf van laagst scorende personen ziet er zo uit:

1. Bastiaan Bommetje (1955, uitgever en publicist) 2. Adriaan van Dis (1946, schrijver en presentator) 3. Troetje Loewenthal (1944, coördinator expertisecentrum) 4. Andries Knevel (1952, EO-directeur en presentator) 5. Arnoud Holleman (1964, beeldend kunstenaar)

De overige gasten van “Het blauwe licht” wier spraak is onderzocht: Frits Barend, Patty Brard, Cisca Dresselhuys, Sjarel Ex, Jacobine Ceel, Paul Haenen, Tom van ’t Hek, Vincent Icke, Jeroen van Inkel, Chris Keulemans, Dana Linssen, Annemarie Oster, Patricia Pisters, Cerardjan Rijnders, Helga Ruebsamen, Paul Schnabel, Rosita Steenbeek, Moniek Toebosch, Bert van der Veer, Jolande Withuis en Paul Witteman.

Dit onderzoek is gepubliceerd in de bundel Linguistics in the Netherlands. Amsterdam (etc.), Benjamins, 2002.

Tweeklank

Uit de spraak van elke persoon heb ik tien ‘e’-klanken geselecteerd. Daarbij heb ik gelet op de uitspraak, niet op de spelling. De klank ‘ei’ wordt soms gespeld als ‘ij’ en soms als ‘ei’, en beide gevallen komen voor in mijn selectie – behalve natuurlijk als ze anders klinken, bijvoorbeeld als [uh]. Dus in het woord ‘eigenlijk’ heb ik alleen de eerste klinker onderzocht. In totaal heb ik 320 ‘ei’-klanken verzameld.

De ‘ei’-klank bestaat uit twee delen. Hij begint als de ‘e’ in ‘pet’ en eindigt als ‘ie’. Aan het begin van deze zogenoemde tweeklank staatje mond dus anders dan aan het eind. Van de ‘ei’ heb ik drie eigenschappen gemeten. Ik wilde weten hoe ver de mond geopend was bij het eerste deel van de ‘ei’, hoe groot het verschil was tussen het eerste en het tweede deel en hoe lang de klinker was.

Als de vrouwen de ‘ei’ echt als [aai] uitspreken, zou hun mond bij het eerste deel van de ‘ei’ verder geopend moeten zijn dan die van de mannen. Verder zou bij de vrouwen het verschil tussen het eerste en het tweede deel van de ‘ei’ groter moeten zijn: de afstand tussen ‘aa’ en ‘ie’ is groter dan die tussen ‘e’ en ‘ie’. Ten slotte zou de klank langer moeten zijn. Het uitspreken van bijvoorbeeld de woorden ‘baai’ en ‘haai’ neemt iets meer tijd in beslag dan het uitspreken van ‘bij’ en ‘hei’.

Zeg ‘ns ’aa’

Maar hoe meet je hoe open iemands mond was bij het uitspreken van een klinker? Spraakklanken bevatten verschillende ‘formanten’. Dat zijn geluidsfrequenties die door resonantie van de mond-keel-neusholte worden versterkt. Als een spreker zijn mond verder opent, verandert die resonantie. Deze verandering kun je meten aan de hand van de frequentie van de eerste formant van de klinker.

Doordat de vorm en maat van de menselijke spraakorganen verschillen, variëren ook formantwaarden van persoon tot persoon, zelfs als de klinkers op het gehoor hetzelfde zijn. Daarom heb ik als referentiepunten van elke spreker ook ‘aa’- en ‘ie’-klanken gemeten.

De metingen heb ik uitgevoerd met het computerprogramma “Praat”, dat speciaal is ontwikkeld voor de analyse, synthese en manipulatie van spraak. Ik heb de frequentie (in hertz) van de eerste formant van de ‘ei’ gemeten op twee vaste tijdstippen: op 25 en 75 procent van de duur van de klinker. De meting op 25 procent moest een beeld geven van het eerste deel van de klank, die op 75 procent van het tweede deel. De ‘aa’ en ‘ie’ blijven van het begin tot het eind ongeveer gelijk, dus die klanken heb ik alleen op 50 procent van de klinkerduur gemeten. Ook heb ik van elke klinker de duur (in milliseconden) gemeten.

Trendsetters

Uit de computer rolden pagina’s vol getallen. Na heel wat rekenwerk komt naar voren dat de vrouwen het begin van de ‘ei’ met een verder geopende mond uitspreken dan de mannen. Verder is bij de vrouwen het verschil tussen het eerste en het tweede deel van de ‘ei’ groter dan bij de mannen.

De ‘ei’ van de vrouwen is langer dan die van de mannen, maar dat geldt ook voor de ‘aa’ en de ‘ie’. Relatief, ten opzichte van de ‘aa’, spreken vrouwen de ‘ei’ niet langer uit dan mannen. Uit het feit dat toch aan twee van de drie criteria is voldaan, blijkt dat de vrouwen de ‘ei’ daadwerkelijk als (een korte) ‘aai’ uitspreken.

Daarnaast is er bij de vrouwen een verband tussen de leeftijd en het verschil tussen het eerste en het tweede deel van de ‘ei’: hoe jonger de spreker, des te groter het verschil. Jonge vrouwen spreken dus sterker Poldernederlands dan oudere vrouwen. Bij de mannen speelt de leeftijd geen rol.

De conclusie uit dit alles is duidelijk. Vrouwen zijn inderdaad de trendsetters van het Poldernederlands. Jan Stroop heeft het dus bij het rechte eind.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.