Je leest:

Planetoïde op weg naar Mars

Planetoïde op weg naar Mars

Auteur: | 3 januari 2008

Een rotsblok van honderd meter breed slaat woensdag 30 januari misschien in op Mars, meldde NASA’s Near Earth Object-programma eind december. Planetoïde 2007 WD5 vormt volgens baanberekeningen geen gevaar voor de aarde en mist waarschijnlijk ook Mars. Maar als hij inslaat op de rode planeet, komt er meer energie vrij dan bij een flinke kernexplosie.

Update: 10 januari

Op basis van nieuwe waarnemingen voorspelt NASA’s Near-Earth Object Office nu dat de rots onze buurplaneet met 4000 tot 26.000 kilometer zal missen. Dat is nog steeds een rakelingse scheervlucht; op die afstand van de aarde draaien allerlei satellieten. De rots komt op 30 januari binnen de baan van de twee natuurlijke maantjes van Mars, Phobos en Deimos.

Duimen sterrenkundigen normaal dat een ruimterots zijn doel mist, eind januari houden ze de vingers juist gekruist voor een inslag van planetoïde 2007 WD5 op onze buurplaneet Mars. Het rotsblok van 100 meter breed racet met een snelheid van zo’n 50.000 km/u op Mars af. Op woensdag 30 januari kruist de planetoïde de Marsbaan; maximaal op een veilige afstand van 50.000 km, maar misschien met een inslag die vanuit de ruimte te zien is.

Op woensdag 30 januari kruist planetoïde 2007 WD5 de baan van onze buurplaneet Mars. De precieze timing is nog onzeker, maar er is volgens NASA maar een minieme kans dat de steenklomp daadwerkelijk inslaat op Mars. Daarbij zou een krater van meer dan een kilometer breed ontstaan. De oranje baan geeft aan waar de planetoïde de Marsbaan kan kruisen. (bron: NASA / JPL) Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Waterstofbom

Als 2007 WD5 inslaat op Mars ontstaat er volgens computermodellen een krater van één tot anderhalve kilometer breed. Daarbij komt evenveel energie vrij als bij de explosie van drie megaton TNT, de kracht van een flinke waterstofbom. De inslag zou een wolk stof en puin omhoogslingeren. Dat is zichtbaar met telescopen op aarde, maar ook met satellieten die rond Mars draaien zoals NASA’s Mars Odyssey en Mars Reconnaissance Orbiter en de Mars Express van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Misschien zien ook NASA’s Marsverkenners Spirit en Opportunity sporen van de inslag. De twee robotkarretjes rijden buiten de mogelijke inslagzone rond, maar zijn dichtbij genoeg om een opgeworpen stofpluim te zien.

NASA’s satelliet Mars Reconnaissance Orbiter maakte deze high-res opname van Victoria crater op Mars. De robot Opportunity onderzoekt die één kilometer brede inslagkrater op sporen dat Mars ooit vloeibaar water kende. bron: NASA. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Jupiter en Tunguska

Een live inslag van een planetoïde op Mars is spectaculair en interessant voor de wetenschap, want onderzoekers willen maar al te graag zien hoe de inslag van een planetoïde op een rotsplaneet precies verloopt. Zo kunnen ze achterhalen hoeveel schade een planetoïde veroorzaakt en dat maakt het weer makkelijker om de ernst van een planetoïde op ramkoers met de aarde te voorspellen.

In 1994 keken sterrenkundigen al hoe een reeks brokstukken van de uiteengevallen komeet P/Shoemaker-Levy 9 op gasplaneet Jupiter insloegen. Daarbij ontstonden enorme wervelstormen in de atmosfeer van Jupiter, sommige zo groot als de aarde. Het was de eerste keer dat sterrenkundigen een stuk ruimtepuin op een planeet zagen storten, maar natuurlijk is een botsing op een gasbol als Jupiter maar moeilijk te vergelijken met een inslag op een rotsplaneet als Mars of de aarde.

De planetoïde die nu op Mars afgaat is ongeveer zo groot als het rotsblok dat in 1908 ontplofte boven het Siberische Tunguska. Door wrijving met de dampkring viel de Tunguska-planetoïde al in de lucht uiteen, maar de bijbehorende klap legde bomen in de wijde omtrek plat. Mars mist de dikke atmosfeer van de aarde en daarom zou 2007 WD5 intact op de planeet inslaan met een snelheid van ruim dertien kilometer per seconde.

Door de sterke zwaartekracht van Jupiter brak komeet P/Shoemaker-Levy 9 tijdens een scheervlucht langs de reuzenplaneet uiteen in tientallen brokstukken van soms 2 kilometer groot. Die sloegen in 1994 in op de gasplaneet en lieten kortstondige littekens (donkere vlekken op deze afbeelding) zo groot als de aarde achter in de atmosfeer van de gasreus. bron: NASA / Hubble Science Team. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Achter de maan

Welke route de planetoïde precies kiest is nog onduidelijk, want exacte afstanden en snelheden meten in de ruimte is een pittige opgave. Daar zijn waarnemingen met verschillende telescopen voor nodig, liefst een paar dagen na elkaar zodat de planetoïde iets is verschoven tegen de achtergrond van verre sterren. Helaas verdween 2007 WD5 vlak na zijn ontdekking voor twee weken achter de maan. Vervolgmetingen wijzen nu op een inslagkans van 3,9%; enorm waarschijnlijk in een onderzoeksveld waar kansen op een treffer meestal 1/10.000 of kleiner zijn. ‘We weten zeker dat hij langs Mars vliegt en dat het waarschijnlijk een misser wordt’, aldus NASA-onderzoeker Steve Chesley, ‘maar er blijft die kans op een inslag…’

Meer over inslagen vanuit de ruimte:

Dit artikel is een publicatie van NASA.
© NASA, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.