Je leest:

Plaattektoniek

Plaattektoniek

Plaattektoniek is het bewegen van aardplaten. Alfred Wegener toonde voor het eerst het bestaan van bewegende continenten aan in het begin van de 20e eeuw. Aardplaten bewegen naar elkaar toe, van elkaar af of langs elkaar heen. Dit alles om warmte kwijt te raken uit de diepe aarde. De bewegingen zorgden en zorgen voor veranderingen in de plaats van de continenten. In het verleden waren er bijvoorbeeld diverse supercontinenten. Dit samenkomen en weer uiteengaan had en heeft grote gevolgen voor het klimaat, de zeespiegel, de evolutie, gebergtevorming, de oceaanstromingen maar ook op de verdeling en hoeveelheid grondstoffen zoals aardolie.

Plaattektoniek (ook platentektoniek of schollentektoniek) omvat het bewegen van aardplaten. Langzaam maar zeker beweegt de ene plaat tegen de andere of juist van elkaar af. Dit hele proces lijkt van weinig invloed te zijn maar niets blijkt minder waar. Hoe werkt het nu precies en hoe kwamen wetenschappers tot deze theorie? Hoe lagen de continenten vroeger en wat is de invloed ervan op de wereld van nu? Dit dossier biedt een ingang tot plaattektoniek.

Bewegende platen en plaatgrenzen

IJsland breekt in tweeën en ook Afriks ia aan het breken. De Himalaya’s worden nog steeds hoger. Maar hoe? De aardbol is opgedeeld in aardplaten, die bestaan uit zowel continent als oceaan. Ze bewegen onafhankelijk van elkaar met 0-10 cm per jaar van elkaar af, naar elkaar toe of langs elkaar heen. Deze plaatgrenzen heten respectievelijk divergente, convergente en transforme plaatgrenzen. Dit uiteengaan, botsen en langs elkaar heen bewegen zorgt voor de fenomenen op onder andere IJsland, Afrika en in Azië.

Het jonge oceaangesteente is rood, de oude blauw (maximaal 180 miljoen jaar). Bron: NOAA

Mechanisme

Al deze plaatbewegingen worden veroorzaakt door warmteafvoer vanuit binnenste van de aarde. Ook de ongelijke verdeling van de warmtetoevoer naar het aardoppervlak speelt een rol. Deze warmte is afkomstig van het ontstaan van de aarde (oerwarmte), van de huidige radioactiviteit en van de langzame kristallisatie van de aardkern.

De warmte wordt getransporteerd via convectiecellen in de aardmantel. Warm gesteente beweegt omhoog bij divergente plaatgrenzen en de stroom gaat omlaag bij convergente plaatgrenzen. Ook de platen zelf dragen bij aan de convectie door duwkracht bij divergentie en trekkracht bij het wegduiken van een aardplaat.

De convectiecellen in de aardmantel. Bron: Creative Commons

Bewijzen en ontwikkeling van de theorie

Al deze kennis van bewegende platen en het mechanisme ontwikkelde zich in ongeveer 50 jaar. In 1912 kwam de Duitser Alfred Wegener met zijn ideeën over het bewegen van continenten (continentale drift), die hij in 1915 publiceerde. Wegener stelde dat er 200 miljoen jaar geleden een supercontinent was: ‘Pangea’. Deze splitste zich op in verschillende continenten die naar hun huidige positie bewogen. Bewijzen kwamen van fossielen, de pasvorm van Afrika en Zuid-Amerika, gebergtestructuren en van aanwijzingen voor een ijstijd op verschillende continenten.

Pas in de jaren 50 en 60 werden plaatbewegingen algemeen aanvaard met de introductie van paleomagnetisch onderzoek, het onderzoek naar het aardmagnetische veld in het verleden. Eind jaren 60 kwam plaattektoniektheorie zelf tot stand.

Omkeringen in het aardmagneetveld zijn goed te zien vanaf mid-oceanische ruggen. Bron: USGS

Continentverplaatsing

Toen de theorievorming compleet was, kon verder onderzoek gedaan worden naar hoe de continenten in het verleden precies hadden bewogen (paleogeografie). Het aardse verleden is blijkt een opeenstapeling van vorming en uiteen gaan van supercontinenten, een clustering van grote landmassa’s. Elke 300-500 miljoen jaar is er weer een supercontinent, waarvan Pangea de laatste van was. Zuidelijk Pangea lag op de Zuidpool en het noordelijke gebied rond de evenaar. Pangea splitste zich op vanaf 200 miljoen jaar geleden en de aardplaten bewogen vervolgens naar hun huidige positie.

Het opsplitsen van Pangea vanaf 200 miljoen jaar geleden tot nu. Bron: USGS

Belang plaattektoniek

Met het opsplitsen bewogen de meeste continenten in verschillende richtigen én door verschillende klimaatszones. Dit heeft grote gevolgen voor de evolutie van de flora en fauna, maar ook voor het type gesteente dat gevormd wordt. Ook oceaanstromingen, belangrijk voor het transport van warmte, veranderden. De snelheid van uiteengaan van aardplaten heeft weer invloed op de globale zeespiegel.

De Golfstroom is een krachtige, ondiepe zeestroom Europa voorziet van warmtetoevoer. Bron: GNU

Plaattektoniek zorgt verder voor gebergtevorming, vulkanen en aardbevingen. Gebergtevorming heeft grote invloed op het klimaat door stuwingsregen, de waterhuishouding en meer verwering van gesteente. Als laatste wordt ook de verspreiding en hoeveelheid van veel grondstoffen in hoge mate bepaald door plaattektoniek. Kalksteen, goud, zilver, zout, steenkool, aardolie en aardgas zijn slechts enkele voorbeelden.

Plaattektoniek: veelzijdig met een enorme invloed op het dagelijks leven van de mens.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 augustus 2008

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE