Je leest:

Picasso voor meeuwen

Picasso voor meeuwen

Alle kunst is een karikatuur, dat is in een notendop de visie van neurowetenschapper Vilayanur Ramachandran.

Ramachandran is directeur van het Center for Brain and Cognition (University of California, San Diego) en heeft zijn sporen verdiend met onder meer onderzoek naar synesthesie. In 1999 publiceerde hij samen met William Hirstein het artikel ‘The Science of Art’ in het tijdschrift Journal of Consciousness Studies. Het stuk heeft veel stof doen opwaaien omdat het een voorstel doet voor een wetenschappelijke onderbouwing van de waardering voor kunst.

Een van de bouwstenen van Ramachandran’s visie is de supranormale stimulus die etholoog Niko Tinbergen ontdekte. Meeuwenkuikens pikken naar de rode vlek op de gele snavel van hun moeder om haar te bewegen voedsel te geven. In een klassiek experiment zag Tinbergen dat de kuikens veel sterker reageerden op een stokje met drie rode strepen. Kennelijk vormen de drie abstracte strepen, die helemaal niet lijken op de rode stip, in visueel opzicht een versterkte versie van de rode stip op de gele bek.

‘Als meeuwen kunstgalerijen hadden’, stelt Ramachandran zich voor, ‘dan zouden ze het abstracte patroon aan de muur hangen, het aanbidden, er miljoenen dollars voor betalen, het misschien zelfs Picasso noemen, maar niet begrijpen waarom – het vreemde patroon lijkt immers nergens op. Ik zou willen stellen dat hetzelfde opgaat voor de niet-realistische of semi-abstracte kunst waar mensen van genieten.’

Ook is er wat Ramachandran het ‘peak shift’-effect noemt, het overdrijven van typerende kenmerken. Karikaturale cartoons van bekende persoonlijkheden zijn daarvan het meest sprekende voorbeeld. Een karikatuur van Balkenende versterkt de typische Balkenende-eigenschappen – bril, haar – en laat andere aspecten onderbelicht. De tekening wordt daarmee als het ware meer Balkenende dan Balkenende zelf. Zo’n karikatuur wordt een superstimulus waar visuele hersengebieden heftig op reageren. In het verlengde hiervan zou een Van Gogh of een Monet een karikatuur qua kleuren zijn.

Een derde onderdeel van de theorie is het fenomeen ‘grouping’. Bekend is Richard Gregory’s afbeelding van een hond, een Dalmatiër, die er in eerste instantie uitziet als een willekeurige verzameling zwarte stippen tegen een witte achtergrond. Opeens ontdekken je hersenen de hond, een plezierige aha-Erlebnis, en vanaf dat moment is het onmogelijk de hond niet te zien. De losse stimuli zijn gegroepeerd tot één object-stimulus.

Volgens Ramachandran levert de aha-Erlebnis, die ook optreedt bij herkenning van delen van het object zoals de kop van de hond, een emotionele beloning op die herkenning vergemakkelijkt. Evolutionair gezien komt dat van pas bij het doorzien van camouflage en het waarnemen in ruizige omgevingen.

Hetzelfde verschijnsel zou optreden bij kledingstukken die bij elkaar passen omdat ze gedeeltelijk dezelfde kleuren hebben. Een sjaal met rode stippen past bij een rode jurk omdat de ‘gegroepeerde’ waarneming van het rood een aangename ervaring is.

Beeldende kunstenaars zouden dit effect uitbuiten door zoveel mogelijk hele en halve ‘groepen’ of objecten in hun werk te stoppen. Ramachandran: ‘Kunst is het visuele voorspel voor het uiteindelijke hoogtepunt van herkenning.’

Bronnen

‘Beauty or Brains’, V.S. Ramachandran (Science, vol 305, 6 aug 2004) ‘Sharpening Up ’The Science of Art’’, V.S. Ramachandran, (Journal of Consciousness Studies, 8, No. 1, 2001)

Bezoek de website van Bionieuws

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 juni 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE