Je leest:

Pesten is nooit gezond; pesten los je op in de groep

Pesten is nooit gezond; pesten los je op in de groep

Gastcolumn door René Veenstra en Gijs Huitsing

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over de wetenschap achter een gebeurtenis in de maatschappij of uit ons dagelijks leven. Deze week: sociologen René Veenstra & Gijs Huitsing over pesten.

Small
René Veenstra is hoogleraar bij de vakgroep Sociologie van de Rijks-universiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar prosociaal en antisociaal gedrag, vriendschapsrelaties, ouder-kind interacties en pesten.

Op 24 november j.l. publiceerde psychologe Guldberg op de opiniesite Spiked een stuk over pesten, dat ook op de NRC-website verscheen onder de titel ‘Pesten is gezond, ook voor de slachtoffertjes’. In één dag leverde dat al meer dan 60 reacties op. Maar klopt Guldbergs analyse van pesten wel?

Guldberg betoogt dat pesten hoort bij opgroeien, en dat antipestprogramma’s voor een slachtoffercultuur zorgen. Volgens haar is het delen van een gezamenlijke antipathie jegens een klasgenootje een normaal, sociaal verschijnsel.

Slachtoffers leren van uitsluiting en staan daardoor sterker in hun schoenen. Leerkrachten of andere volwassenen moeten zich niet met dit sociale proces bemoeien. Daarnaast ageert Guldberg tegen de campagne van de Britse Antipest alliantie, die stelt dat één op de vier kinderen het afgelopen jaar is gepest.

Pesten versus agressie

Op één aspect heeft Guldberg gelijk; de schatting dat vijfentwintig procent van de leerlingen wordt gepest, is te hoog. Het is goed om pas van pesten te spreken als er aan drie voorwaarden wordt voldaan: één of meer personen brengen een ander bewust en herhaaldelijk schade toe, waarbij er machtsongelijkheid is. Met deze definitie wordt naar schatting ongeveer tien tot vijftien procent van de kinderen gepest.

Small

Pesten kan op vele manieren gebeuren. Bijvoorbeeld fysiek (slaan, schoppen), materieel (spullen afpakken, kapot maken), verbaal (uitschelden), relationeel (roddelen, buitensluiten) of digitaal (via de computer of telefoon). Alleen als dit herhaaldelijk gebeurt en er een machtsongelijkheid is, spreken we van pesten. In gevallen waarbij een vorm van geweld een enkele keer plaatsvindt tussen kinderen die ongeveer even sterk zijn, spreken we van agressie.

Dit is een punt waar Guldberg de fout in gaat. Ze verwisselt pesten met agressie en conflicten. Natuurlijk, mag je conflicten met bepaalde klasgenoten hebben, maar je moet ze wel respecteren en niet gaan pesten. Agressie kan soms nuttig zijn, maar niet als het systematisch tegen dezelfde persoon is gericht met dominantie en status als drijfveren.

Bagatelliseren van het probleem

Herhaaldelijke vernedering leidt wel degelijk tot slechte uitkomsten op de lange termijn. Volwassenen die in hun schooltijd zijn gepest, hebben veelal een lager zelfbeeld dan mensen die nooit zijn gepest. Daarnaast vinden ze het vaak moeilijk om andere mensen te vertrouwen en hebben ze een grotere kans om last van psychische problemen te krijgen.

Small

Ook klasgenoten die slechts getuige zijn van pesten, ondervinden er negatieve effecten van. Zij zijn vaak bang om het volgende slachtoffer te worden of voelen zich achteraf schuldig omdat ze het pesten niet zijn tegengegaan.

Pesters, ten slotte, ondervinden zelf ook negatieve gevolgen van hun gedrag. Zo is de kans groot dat zij ook in toekomstige situaties agressie zullen gebruiken als zij op jonge leeftijd niet worden gecorrigeerd.

Guldberg doet onrecht aan mensen die (lang) last hebben van pesten. In haar stuk wordt gedaan alsof je er sterker van wordt, terwijl we weten dat pesters en slachtoffers gemiddeld genomen slechter af zijn.1,2,3 De kop “Pesten is gezond, ook voor de slachtoffertjes” is dan ook onjuist. Er zijn geen studies waaruit blijkt dat slachtoffers van het pesten profiteerden.

Goede interventies tegen pesten

Op basis van een gedateerde studie uit 19984 zegt Guldberg dat er niks tegen pesten te doen is. Het tegendeel is waar. Door de wereldwijd meest vooraanstaande onderzoeker naar pesten, Christina Salmivalli, is recent het KiVa antipestprogramma ontwikkeld. KiVa heeft in Finland ervoor gezorgd dat pesten op scholen met veertig procent afneemt. Ook welzijn, motivatie en schoolprestaties van alle leerlingen op KiVa-scholen blijken in Finland vooruit te gaan. Daarnaast verbetert het welbevinden van leerkrachten, omdat KiVa-leerkrachten beter in staat zijn om pesten effectief aan te pakken, waardoor er een betere sfeer in de klas ontstaat.

Medium
“Ook computergames worden ingezet om pesten te verminderen. Op deze South Park-achtige school komen kinderen in pestsituaties terecht, waar ze op andere karakters kunnen klikken om te zien wat die karakters denken en voelen. Zo kan de empathie van kinderen worden vergroot.”
KiVa

KiVa is succesvol door de combinatie van gebruiksvriendelijk en gevarieerd materiaal, gerichte training en begeleiding van leerkrachten zodat ze kunnen fungeren als een daadkrachtig rolmodel voor leerlingen, en de nadruk op de rol van de groep als geheel. Leerlingen leren samen op te treden tegen pesters en maken het probleem bespreekbaar in de groep. Daardoor leren kinderen om te gaan met conflicten en problemen, zonder de directe hulp van een volwassene. Die staat overigens wel klaar als kinderen er niet uit komen.

KiVa wordt in 2012 ook in Nederland ingevoerd en wetenschappelijk geëvalueerd. Het KiVa antipestprogramma zorgt voor een klas waar pesten sterk wordt teruggedrongen. Dan hoeven we het probleem niet te bagatelliseren maar ook niet te overdrijven, en kunnen we vele pesters en slachtoffers helpen. In Finland hebben al tienduizenden kinderen geprofiteerd van KiVa, en hopelijk kunnen we in Nederland hetzelfde resultaat bewerkstelligen.

Gijs Huiting en René Veenstra zijn werkzaam als promovendus en hoogleraar bij de vakgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen.

Bronnen:

1 Reijntjes, A. et al., ‘Peer victimization and internalizing problems in children: A meta-analysis of longitudinal studies’, Child Abuse & Neglect. 2010;34(4):244-252

2 Sourander, A. et al., ‘Childhood Bullying Behavior and Later Psychiatric Hospital and Psychopharmacologic Treatment’, Arch Gen Psychiatry. 2009;66(9):1005-1012

3 Ttofi, M. et al., ‘Do the victims of school bullies tend to become depressed later in life? A systematic review and meta-analysis of longitudinal studies’, Journal of Aggression, Conflict and Peace Research. 2011;3(2):63-73

4 Eslea, M. et al., ‘The Long-Term Effectiveness of Anti-Bullying Work in Primary Schools’, Educational Research. 1998;40(2):203-18

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 december 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE