Je leest:

Permanente feestdagen

Permanente feestdagen

Gastcolumn door bioloog Ronald Veldhuizen

Auteur: | 11 december 2012

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. Deze week met Ronald Veldhuizen, bioloog, oud-Kennislinkredacteur en mede-auteur van het onlangs verschenen boek ‘Eet mij’ over ‘de psychologie van eten, diëten en te veel eten’.

Koekjes in de kerstboom, amandelstaven in de kast, kerststol in de broodtrommel. Al voordat kerst begint moet het nodige eten in huis worden gehaald. Dat leidde vroeger in mijn ouderlijk huis gek genoeg tot een voedseltekort voor het echte feest: eer de vijfentwintigste aanbrak, was de boom al leeggeroofd en waren de amandelstaven aangebroken. Geen wonder dat we tijdens de feestdagen een zwembandje krijgen: het is wel heel makkelijk om tussendoor iets lekkers in huis te vinden.

Bordje met spreuk in restaurant.
Marloesvanamerom

Dat is tegenwoordig ook buiten de feestdagen makkelijker geworden. Overgewicht in Nederland neemt toe omdat onze eetomgeving steeds meer op een permanent kerstfeest begint te lijken. Alsof het een nieuwe traditie betreft, puilen de supermarkten, straten en voorraadkasten uit van calorierijk en lekker voedsel. En net als de overtollige voorraad kersthapjes, is zo’n permanent royaal voedselaanbod een regelrechte uitnodiging tot overgewicht.

Dikmakende factoren

Wetenschappers spreken ook wel van een obesogene omgeving: een wereld die mensen dik maakt. Net als de feestdagen dus, maar dan zonder onderbreking. Hoe weten we zo zeker dat het voedselaanbod de oorzaak is van onze groeiende buiken, in plaats van bijvoorbeeld een gebrek aan beweging? Ten eerste blijkt – in tegenstelling tot wat je vaak hoort – uit het meest nauwkeurige onderzoek naar bewegingspatronen van de afgelopen dertig jaar dat Nederlanders nu evenveel calorieën verbranden als ze in dunnere tijden deden.

Gemiddeld genomen belandt er steeds meer eten in onze buikjes.
wikimediacommons

Daarnaast is het aannemelijk dat een abnormaal gevulde voedselomgeving een hele maatschappij binnen een paar jaar flink dikker kan maken. De menselijke diersoort, ongeacht zijn gewicht, blijkt makkelijk te verleiden tot een paar extra happen voedsel zodra de kans zich daartoe aandient.

Veel van zulke momenten zijn onnodig. De 6,4 kilo die de gemiddelde Nederlander sinds 1981 is gegroeid, is al te verklaren met het eten van grofweg 100 kilocalorieën extra per dag. Dat komt neer op een glaasje sap of frisdrank, een paar lepels avondeten of een klein toetje. Een hapje hier, een slokje daar: zulke verschillen zijn voor onderzoekers al lastig te meten, laat staan dat we het in ons dagelijks leven zelf kunnen bijhouden.

Grotere porties maken dikker, en vergemakkelijken ook voedselverspilling.
wikimediacommons

Bovendien is eten voor mensen een tweede natuur, zoals ademen. Omdat voedsel in ons brein gekoppeld is aan overleven, laat onze eetlust zich bevooroordelen tot een hapje extra.

“Overeten is een normale reactie op een abnormale omgeving”, zeggen gezondheidswetenschappers dan ook met enige regelmaat. Zonder erbij stil te staan valt de een wat sneller voor een impulsief broodje kroket. De ander verorbert wat makkelijker een tweede of grotere portie, dankzij voordeelverpakkingen en -menu’s veel meer aanwezig dan vroeger.

De kunst van het minderen

Hoe overleven we deze voedselrijkdom zonder te dik te worden? Gewoon ‘besluiten’ om minder te eten werkt niet: de extra happen neem je toch al onbewust. Wel is het zo dat een deel van dat onbewuste eetgedrag in gewoontes ligt besloten, en die zijn te veranderen: vervang een slechte gewoonte met een goede – van suiker in de koffie naar suikerloze koffie – en je bent ongetwijfeld op het goede spoor.

Goedkoop snacken zou minder makkelijk moeten worden.
wikimediacommons

Maar dat lijkt een beetje op dweilen met de kraan open: zolang de omgeving uitpuilt van het makkelijk bereikbare voedsel, zullen er altijd mensen zijn die tegen meer eetprikkels moeten knokken dan ze aankunnen. De belangrijkste weg naar een land waarin mensen niet onbewust en automatisch dik worden, zo vinden wetenschappers, is de eetomgeving aanpassen.

Alle ideeën uit deze koker komen neer op het volgende: impulsaankopen en grote porties zouden niet zo goedkoop en makkelijk binnen handbereik mogen liggen. Dat kan via bijvoorbeeld een snacktaks, het aanscherpen van reclameregels of een verplichting om het snackaanbod minder aantrekkelijk te maken.

Zouden zulke veranderingen worden doorgevoerd, dan wordt kerstmis als traditie misschien weer wat unieker: de enige periode van het jaar dat voedsel van alle kanten op je afkomt. Kom maar op, kerstkransjes, kerststol en amandelstaven. Ik ben er weer klaar voor.

Ronald Veldhuizen werkt als wetenschapsjournalist voor onder meer de Volkskrant, KIJK en NWT. Samen met Asha ten Broeke schreef hij het boek Eet mij over ‘de psychologie van eten, diëten en te veel eten’.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.