Je leest:

Pasgeboren ster onderzocht

Pasgeboren ster onderzocht

Auteur: | 26 juli 2004

Nieuwe sterren worden maar zelden gevonden: slechts twee in de afgelopen eeuw. Jay McNeil’s pas ontdekte nevel in het sterrenbeeld Orion blijkt nu de kraamkamer van een nét ontbrande ster te zijn.

Astronomen hebben een pas ontdekte ster in het sterrenbeeld Orion onderzocht op röntgenstraling. V1647 Orionis is een extreem jonge ster, ongeveer even zwaar als onze zon en minder dan een miljoen jaar oud. Dit type ster, FU-Orionis genoemd, is erg zeldzaam; sterrenkundigen kennen er minder dan een dozijn.

Joel Kastner en zijn collega’s hebben afgelopen lente onderzocht hoeveel röntgenstraling de pasgeborene uitstraalt om zo meer te weten te komen over deze zeldzame sterren. Met de Chandra-telescoop toonden ze aan, dat de ster teveel röntgenstraling uitstraalt om met traditionele modellen te verklaren. Ze denken dat V1647 wordt gevoed door een protoplanetaire schijf, een schijf gas en stof waaruit later planeten kunnen ontstaan.

McNeil-nevel in het sterrenbeeld Orion. Onderin de nevel is de heldere ster V1647 Orionis te zien. Die is sinds november 2003 helderder gaan branden en verlicht nu de nevel. bron: Adam Block, NOAO

Variabele

V1647 Orionis is van het type FU-Orionis. Dat zijn jonge sterren die in de loop der tijd sterk van helderheid wisselen. In de loop van een paar maanden worden ze tot 100.000 maal helderder, om dan in een paar jaar tijd weer af te zwakken.

Bij zulke heftige processen komt vaak röntgenstraling vrij, wist astronoom Joel Kastner. Daarom vroeg hij waarnemingstijd aan voor de Chandra-telescoop. Die is gespecialiseerd in röntgenwaarnemingen. Begin maart was de ster nog een heldere röntgenbron, maar eind maart was de helderheid al flink gedaald.

Omdat Orion zich op dit moment achter de zon bevindt en pas in de herfst weer zichtbaar wordt, kan Kastner nu geen waarnemingen doen. Gelukkig kwam zijn team een sterrenkundige van de universiteit van Hawaii op het spoor, die in 2002 röntgenopnamen van de regio maakte. Op Ted Simon’s beelden is geen spoortje röntgenstraling te zien, teken dat de opflakkering verband houdt met het helder worden in het zichtbare licht.

Afbeelding van de omgeving van McNeil’s nevel, gemaakt door de Japanse sterrenkundige Yasuo Sano in 2002 en 2004. Het gele lijntje geeft de positie van de nevel weer. De ster in McNeil’s nevel is pas in 2004 begonnen röntgenstralen uit te zenden. bron: Yasuo Sano

Kastner denkt, dat V1647 Orionis wordt omringd door een protoplanetaire schijf van gas en stof. Als een lawine van materiaal uit die schijf op de ster valt, komen röntgenstraling en allerlei andere soorten straling – zoals zichtbaar licht – vrij. Het lijkt erop, dat jonge sterren een aantal van zulke uitbarstingen doormaken voor ze ‘volwassen’ zijn. Archieven uit 1965 laten zien, dat V1647 Orionis toen ook al oplichtte.

Nevel

Jay McNeil wist niet wat hij zag in januari 2004: een nieuwe nevel, middenin het vaak bekeken stervormingsgebied in Orion? De amateur sterrenkundige schakelde astronomen in, die in hun archieven op zoek gingen naar de nieuwe nevel. Die bleek wel op oude foto’s te staan, maar was nog nooit opgemerkt. McNeil kon de nevel zo makkelijk vinden, omdat een nieuwe ster in de nevel sinds november 2003 helder was gaan stralen en zo de nevel verlichtte. De nevel is ondertussen naar hem vernoemd.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 juli 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.