Je leest:

Parijs in opstand

Parijs in opstand

Rechtse greep naar de macht in 1934

Auteur: | 18 december 2018

De gele hesjes zijn al weken in het nieuws met hun protesten tegen belastingverhogingen. Het gewone leven wordt steeds duurder en de lonen stijgen niet mee. De vergelijking met de Franse Revolutie van 1789 is snel gemaakt. Maar ook in 1934 ging het Franse volk de straat op, wat leidde tot een couppoging van rechts.

De cover van het Franse tijdschrift Détective, januari 1934

Het jaar 1934 begon al onrustig. Het geïllustreerde sensatieweekblad Détective plaatste een verschrikt kijkende blondine op de cover van het januarinummer. Het onderschrift luidde rellerig: ‘1934 opent haar angstige radeloze ogen voor een toekomst vol van haat, tragedies en rampen’. In Parijs werd om de haverklap gestaakt. Op de brede boulevards werden provisorische barricades opgericht en op diverse plekken raakte de politie slaags met betogers.

Maar op 6 februari 1934 sloeg de vlam pas echt in de pan. Een boze menigte probeerde via de Pont de la Concorde het Palais Bourbon te bestormen. Hier was de Nationale Vergadering van de Derde Franse Republiek – vergelijkbaar met de Nederlandse Tweede Kamer – bijeen om naar de regeringsverklaring van het nieuw aangetreden kabinet-Daladier II te luisteren. De boze menigte eiste het vertrek van dat kabinet en het aantreden van één enkele sterke leider, die ‘de corrupte politieke bende’ in het Palais Bourbon eens stevig ging aanpakken. De Derde Republiek moest weg!

Economische stagnatie

Wat ging hieraan vooraf? Frankrijk zat in 1934 in het slop. Het land was de grote verliezen die het had geleden in de Eerste Wereldoorlog nog steeds niet te boven gekomen. Er was een demografische crisis ontstaan doordat tien procent van de volwassen mannen in de loopgraven was gesneuveld.

De wederopbouw was traag verlopen en leunde sterk op Duitse herstelbetalingen. Die bleven in de loop van de jaren twintig steeds verder uit en daar kwam de Grote Depressie van 1929 nog eens bovenop. Door de lage bevolkingscijfers bleef de werkloosheid in eerste instantie laag, maar in 1933 werd ook Frankrijk hard geraakt.

Uitgelicht door de redactie

Geesteswetenschappen
Zintuigen werken samen in verwerking van taal

Biologie
Jacht speelt belangrijke rol in afname grote zoogdieren

Maatschappijwetenschappen
Hoe moeilijk is punten tellen bij het Songfestival?

Opeenvolgende kabinetten – in 1933 alleen al vijf – kozen er allemaal voor om de franc niet te laten devalueren en de begroting sluitend te houden, waardoor veel Fransen werden gedwongen zelf ook te bezuinigen en hun schaarse geld op zak te houden. Het resultaat: totale economische stagnatie.

Jaloers op Duitse dynamiek

De Derde Republiek was bovendien politiek verlamd geraakt. De gematigd rechtse Radicaal-Socialistische Partij vervulde sinds 1924 een sleutelrol in de elkaar snel opvolgende kabinetten, door de ene keer voor centrumlinkse en de andere keer voor centrumrechtse coalitiepartners te kiezen.

Maar welke politieke signatuur de kabinetten ook hadden, ze slaagden er maar niet in om de problemen die Frankrijk plaagden op te lossen. Politici gaven elkaar de schuld van de ellende en spendeerden hun tijd en energie vooral aan het bestrijden van elkaar. Bovendien waren er tal van schandalen; corruptie en vriendjespolitiek waren niet van de lucht.

De meeste Fransen hadden in 1934 dan ook totaal geen vertrouwen meer in de gevestigde politieke orde. Vooral aan de uiterste rechterflank van het politieke spectrum was het wantrouwen groot. Daar vreesde men een definitieve economische ineenstorting, gevolgd door communistische machtsovername. Franse conservatieven keken jaloers naar buurland Duitsland. Hitler had in 1934 de touwtjes stevig in handen en onder zijn leiding werd er stevig aan de weg getimmerd. De Duitse dynamiek stak schril af tegen de Franse stilstand.

In rechtse kringen gingen stemmen op om de Derde Republiek omver te werpen en het Duitse voorbeeld te volgen. Rijke industriëlen steunden de conservatieve en antidemocratische Action Française en kleinere extreemrechtse groeperingen als de Jeunesses Patriotes, de Solidarité Française en de Mouvement Franciste, die fel ageerden tegen de regering. Ook de verbitterde oorlogsveteranen van de Union Nationale des Combattants en het Croix de Feu lieten zich niet onbetuigd.

Nepnieuws

De media wakkerden de onrust verder aan – een situatie die te vergelijken is met de ontregelende invloed van de gepolariseerde kranten, nieuwssites en tv-zenders tijdens de recente presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. In Franse geïllustreerde weekbladen als Détective werden schandalen en faillissementen breed uitgemeten. Iedere politieke stroming had zijn eigen blad en in de krantenkolommen werd een verbeten strijd uitgevochten.

In boeken, films en artikelen werd ingespeeld op xenofobie en antisemitisme, toentertijd in Frankrijk altijd onderhuids aanwezig. Veel Fransen voelden zich na de Eerste Wereldoorlog in de steek gelaten door de Amerikanen, die zich na hun beslissende bijdrage in de oorlog weer in isolement hadden teruggetrokken, dus ook anti-Amerikanisme was populair.

Het informeren van het publiek stond niet hoog op het prioriteitenlijstje. Het was immers veel makkelijker om alle problemen te wijten aan buitenlanders en Joden en weg te vluchten in spannende misdaadverhalen en sensationele roddels. Met een schuin oog op de verkoopcijfers namen veel media het niet zo nauw met de waarheid. Aan politieke organisaties gelieerde bladen hadden hun eigen agenda. Politiek en sensatie werden verknoopt en feit en fictie raakten verward. Fake news avant la lettre.

De Stavisky-affaire

Eind 1933 raakten de Franse media in de ban van de affaire rond Sacha Stavisky, een Russisch-joodse immigrant die zich tijdens een langlopende carrière als oplichter had opgewerkt tot de fine fleur van het Franse zakenleven. Dankzij handige connecties en via smeergeld wist Stavisky jaren uit de handen van Justitie te blijven. Zijn meest winstgevende constructie was het uitgeven van valse obligaties ter waarde van tweehonderd miljoen francs via een door hemzelf mee opgerichte gemeentelijke leenbank in Bayonne.

Een dubbelfoto van Stavisky in speciale editie van Police Magazine over de Stavisky affaire, 14 januari 1934

Toen de economische crisis ook Frankrijk bereikte, probeerden Stavisky’s klanten hun obligaties in Bayonne te verzilveren, maar kregen nul op het rekest. Het kaartenhuis stortte in en binnen enkele weken werd het zwendelnetwerk van Stavisky opgerold. De ene na de andere corrupte functionaris werd gearresteerd, en toen ook minister Albert Dalimier betrokken bleek te zijn viel uiteindelijk het hele centrum-linkse kabinet-Chautemps over de affaire.

Stavisky vluchtte naar Chamonix en pleegde er zelfmoord toen de politie op 8 januari 1934 aan de deur van zijn onderduikadres verscheen. Volgens de kranten was er echter helemaal geen sprake van zelfmoord, maar had de politie van hogerhand opdracht gekregen Stavisky te vermoorden omdat hij te veel namen zou kunnen onthullen. Vooral de rechtse pers riep om het aftreden van de regering. Stavisky’s zelfmoord vormde daarmee de lont in het politieke kruitvat.

6 februari 1934

Op 6 februari gingen alle extreemrechtse groeperingen, van de Action Française tot het Croix de Feu, de straat op. Een deel van de demonstranten bestormde uiteindelijk het Palais Bourbon. Er vielen vijftien doden en tweeduizend gewonden, maar de politie slaagde erin om de menigte uiteen te slaan.

De centrumlinkse premier Édouard Daladier had de volkswoede overigens deels aan zichzelf te danken. Hij had in een poging schoon schip te maken juist de populaire Parijse politiecommissaris Jean Chiappe ontslagen en diverse verdachte functionarissen wegge promoveerd vanwege de Stavisky-affaire – wat de verdenking voedde dat politici elkaar de hand boven het hoofd hielden.

Het kabinet-Daladier bood z’n ontslag aan ende centrumrechtse Gaston Doumergue nam het stokje over. De angel was nu uit de Stavisky-affaire gehaald. Omdat het antidemocratische kamp geen parlementaire vertegenwoordiging had, kon het geen alternatief voor het kabinet-Doumergue leveren. Bovendien bleken de extreemrechtse groeperingen organisatorisch én ideëel zo versplinterd dat ze na 6 februari niet meer tot eensgezind optreden kwamen. Ze verloren het momentum door hun verdeeldheid.

Relschoppers vallen de politie aan in Parijs (7 februari 1934, bij Place de la Concorde)

‘Liever Hitler dan Léon Blum’

Aan de linkerkant van het politieke spectrum gebeurde juist het omgekeerde. Liberalen, socialisten en communisten reageerden geschokt op de couppoging en vormden één nationaal front onder de noemer Front Populaire. Dat beloofde met steun van de vakbonden de Derde Republiek te zullen verdedigen tegen het fascisme en stelde maatregelen tegen de economische crisis en sociale hervormingen in het vooruitzicht. Het Front Populaire won vervolgens met glans de verkiezingen in de lente van 1936 en vormde een regering onder Léon Blum.

In conservatieve kringen werd met afschuw gereageerd: het lot van het katholieke Frankrijk was nu in handen van een Joodse socialist! ‘Liever Hitler dan Léon Blum’ werd al gauw gefluisterd. Toen Blum alle extreemrechtse groeperingen verbood, transformeerde het Croix de Feu zichzelf tot een heuse politieke partij, de Parti Social Français. Met succes: het ledenaantal groeide van vijfendertigduizend in februari 1934 tot een miljoen leden op het moment dat het kabinet-Blum viel in 1937.

Er was slechts een begin gemaakt met de broodnodige hervormingen en van het Front Populaire was al gauw niets meer over. Frankrijk modderde voort tot de wens van de conservatieven verhoord werd: Hitler viel in 1940 het land binnen…

Bron

Dit artikel is geschreven door Ivo van de Wijdeven, historicus en politiek analist. Het artikel is enigszins ingekort: het complete artikel komt uit Geschiedenis Magazine 2, maart 2017.

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 december 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.