Je leest:

Paniek / niks aan de hand*

Paniek / niks aan de hand*

*streep door wat niet van toepassing is

Auteur: | 13 augustus 2009

Vorige week overleed in Nederland voor het eerst iemand aan de Mexicaanse griep. Artsen en instanties bereiden zich voor: het zou deze herfst wel eens heel erg kunnen worden. Viroloog Ab Osterhaus “is er niet gerust op”. Maar volgens het RIVM is de Mexicaanse griep niets erger dan de gewone seizoensgriep. Moeten we ons nu voorbereiden op een pandemie, of valt het reuze mee? Experts die elkaar tegenspreken zorgen voor verwarring en wantrouwen, vinden wetenschappers.

Eneas De Troya, Wikimedia Commons

Gisteren heb ik met mijn man ‘griepboodschappen’ gedaan. Een krat gevuld met water, melk (van die vieze gesteriliseerde), ingeblikt fruit en crackers, voor het geval dat de supermarkten leeg raken omdat we allemaal de Mexicaanse griep hebben. In het vakblad Nature las ik dat dit een goede voorbereiding is op een pandemie, maar toch: we voelden ons nogal opgelaten in de supermarkt en overlegden slechts fluisterend over wat we nodig hadden. Misschien was het ook wel onnozel en overdreven. Maar minister Klink van VWS riep vorige maand wél de voedselsector (en de zorg, en de energiesector, …) op om een noodplan te maken, voor hetzelfde ‘geval dat…’.

Dit is hem dan: het virus dat de Mexicaanse griep veroorzaakt

Als we zijn ministerie mogen geloven, dan is onze krat volkomen overbodig. “De ziekte verloopt in de meeste gevallen mild, en is vergelijkbaar met de seizoensgriep,” is de dominante boodschap daar. We kunnen wel iets doen. Goede hygiëne is belangrijk en je moet vooral thuis blijven als je je grieperig voelt. Verder hoeven we ons geen zorgen maken en vooral niet in paniek raken.

Vooral geen paniek

Dat laatste was altijd al erg belangrijk voor bestuurders. De Amerikaanse wetenschapper Vincent Covello bekeek hoe experts (politici, bestuurders en wetenschappers) zich gedroegen toen in New York het West-Nijl-virus uitbrak. Dit virus veroorzaakt bij een kleine groep patiënten hersen(vlies)ontsteking, en daar kun je aan dood gaan. De experts zagen er, zeker in eerste instantie, nogal tegenop om dit aan het publiek te communiceren. ‘Leken’ gaan niet goed om met zulke informatie: ze raken emotioneel, schatten de risico’s niet goed in en handelen niet rationeel.

Die ‘leken’ – dat zijn jij en ik – vinden op hun beurt weer dat de experts te weinig oog hebben voor hun zorgen en problemen, aldus Covello. En dat alles verergerd nog eens als bijvoorbeeld wetenschappers of politici elkaar in de media gaan tegenspreken.

Experts die elkaar tegenspreken

En dat is precies wat er momenteel gebeurt in Nederland, schrijft de Nijmeegse onderzoeker Erwin van Rijswoud in een brief in het toonaangevende vakblad Nature deze week. Aan de ene kant hebben we Roel Coutinho, directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hij zegt dat er (nog) niets aan de hand is. “De media lijken vooral geïnteresseerd in een crisis. Maar er is geen reden voor paniek,” zei hij in Het Parool.

Aan de andere kant zet Van Rijswoud de Rotterdamse viroloog Ab Osterhaus. “Er zijn grote overeenkomsten met 1918, met het virus dat de Spaanse Griep veroorzaakte.” En, even verderop in het Volkskrant-artikel zegt hij: “Ik ben er niet gerust op dat het de komende winter niet uit de hand zal lopen.”

Vertrouwen in bestuurders en experts is cruciaal voor een succesvolle vaccinatie-campagne tegen de Mexicaanse griep

Dit leidt onherroepelijk tot verwarring: een minister die aan de ene kant instanties adviseert rekening te houden met het ergste, en aan de andere kant tegen burgers zegt dat er niets aan de hand is. De ene wetenschapper die in de media zegt dat het meevalt, en de andere die zich ernstig zorgen maakt. En juist die verwarring maakt Van Rijswoud weer ongerust. Want verwarrende boodschappen zijn niet goed voor het vertrouwen. En daar zit hem juist de kneep. “Dat vertrouwen zal bijzonder cruciaal zijn in de komende maanden, als we zoals gepland de hele Nederlandse bevolking gaan vaccineren,” schrijft hij.

Communicatie tijdens de Spaanse griep, of: hoe het niet moet

De New Orleanse wetenschapper John Barry weet wel wat er voor nodig is om het vertrouwen te behouden. Of, beter gezegd: hij weet hoe je het als expert kan verspelen. De uitbraak van de Spaanse griep in 1918 is een perfect voorbeeld, schrijft hij in Nature. Terwijl er bij bosjes mensen doodgingen, bleef de Amerikaanse overheid volhouden dat er niets te vrezen was.

Een adviseur schreef aan de president dat burgers mentaal net kinderen waren, en dat zette de toon voor het communicatiebeleid. “Het is onze taak om mensen te behoeden voor angst. Ongerustheid is dodelijker dan de ziekte,” zei de bestuurder die in Chicago over de volksgezondheid ging. Negentig jaar na dato weten we dat hij ongelijk had.

1918
National Photo Company (Wikimedia Commons)

We weten ook dat deze houding in 1918 juist heeft gezorgd voor enorme paniek, aldus Barry. Omdat de experts niet open en eerlijk waren over de (mogelijke) ernst van de situatie, verloren burgers het vertrouwen. Omdat hen niet werd gezegd wat ze konden doen om zichzelf te beschermen, richtte mensen zich op roddels en angstpraat. Een man in Washington omschreef het zo: “Mensen durfden elkaar niet meer de zoenen, mensen durfden niet meer met elkaar te eten… Het verwoestte deze contacten en verwoestte de intimiteit die bestond tussen mensen… We leefden in constante angst, van het moment dat we ‘s ochtends opstonden tot het moment dat we ’s avonds naar bed gingen.”

Paniek door gebrek aan vertrouwen

In Peking gebeurde in 2003 vrijwel hetzelfde, blijkt uit een rapport van de Universiteit van Hongkong. De Chinese regering probeerde toen actief de ernst en omvang van de SARS-uitbraak te verhullen. De bevolking was de paniek nabij, omdat ze het gevoel hadden dat ze hun overheid helemaal niet meer konden vertrouwen.

Een Chinees ziekenhuis tijdens de SARS-uitbraak
Center for Disease Control and Prevention (Wikimedia Commons)

De beste manier om dit te voorkomen, is om mensen eerlijk te vertellen wat er nu aan de hand is, wat er zou kunnen gebeuren en wat mensen kunnen doen om zich op het ergste voor te bereiden. Peter Sandman is expert op het gebied van risicocommunicatie en schrijft in – alweer – Nature dat mensen heus niet zo snel in paniek zijn als veel bestuurders, politici en wetenschappers denken. Daarvoor geeft hij een voor de hand liggende psychologische reden: het is kalmerend om je voor te bereiden. Uit onderzoek weten we dat mensen een risico een stuk zwaarder opvatten als ze er niets aan kunnen doen. Niemand is graag een sitting duck.

Ingeblikt fruit en pindakaas

Wat kunnen we dan doen? Ook daar heeft Sandman wel ideeën over. Het is volgens hem niet voldoende om alleen te zorgen voor een goede hygiëne. Als de grieppandemie uit de hand loopt, is het handig om een noodrantsoen boodschappen in huis te hebben. “Leg een voorraadje aan met ingeblikt fruit en pindakaas,” zegt hij. Zorg dat je voor een paar dagen drinkwater in huis hebt.

Als inderdaad blijkt dat de Mexicaanse griep niets ernstiger is dan de gewone seizoesngroep, dan voelen we ons vast wat onnozel, met onze boodschappenkratjes. Maar als het doemscenario werkelijkheid wordt – het ministerie verwacht in dat geval zo’n 80.000 doden – en de supermarktschappen blijven leeg, dan zijn we er blij mee. Het kan zelfs levens redden: laten we niet vergeten dat in 1918 ook veel mensen doodgingen die helemaal geen Spaanse griep hadden, maar in plaats daarvan stierven aan honger en kou.

Communicatietips bij grieppandemieën en ander onheil

Dat boodschappenkratje is natuurlijk maar een voorbeeld. Het gaat Barry, Van Rijswoud en Sandman hier om: bestuurders moeten zorgen dat de communicatie over de grieppandemie zo open en eerlijk mogelijk verloopt. Dat betekent ook dat je je burgers vertelt dat het slecht kan aflopen – een griepvirus kan muteren, of allerlei voorzieningen kunnen stagneren als erg veel mensen ziek thuis blijven – en wat we kunnen doen om ons daarop voor te bereiden. Wetenschappelijk onderzoek (en de geschiedenis) leert dat dit de beste manier is om te zorgen dat we juist níet in paniek raken.

In het vakblad Nature verschenen drie artikelen over dit onderwerp. John Barry schreef op 21 mei 2009 het essay Pandemics: avoiding the mistakes of 1918. In hetzelfde nummer schreef Peter Sandman een commentaar Pandemics: good hygiene is not enough. Op 30 juli 2009 publiceerde Erwin van Rijswoud zijn brief Flu: weighing up conflicting expert information.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 augustus 2009
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.