Je leest:

Pandemie is niet te voorspellen

Pandemie is niet te voorspellen

Auteur: | 30 juli 2007

In Azië en Turkije zijn meer dan 150 miljoen vogels afgemaakt en 80 mensen zijn aan het nieuwe griepvirus overleden. Wordt H5N1 de gevreesde pandemie?

Viroloog Ab Osterhaus: ‘We hebben vorige eeuw drie influenzapandemieën gehad, in 1918, 1957, 1968. Ik ben ervan overtuigd dat er weer een komt. Maar of dat nu is of over 30 jaar, dat is echt niet in te schatten. De getallen bij H5N1 zijn relatief klein, 150 zieken in Azië en meer dan 15 in Turkije, maar ik ben wel enigszins bezorgd. Ongeveer de helft van de besmette personen overlijdt eraan. Als het virus zo muteert dat het makkelijk van mens tot mens overspringt, hebben we een probleem.’

Het virus dat een pandemie wil veroorzaken moet aan drie eisen voldoen: het moet schadelijk zijn (pathogeniciteit), het moet makkelijk naar andere mensen overspringen (transmissie), en het moet een lange incubatieperiode hebben (dan kan het zich flink verspreiden voordat het wordt opgemerkt).

H5N1 uit Azië is erg pathogeen, maar kent een lage transmissie. De griepgolf die bijna iedere winter door ons land gaat, maakt niet zo erg ziek, maar springt wel makkelijk over naar ander mensen.

Immunologisch naïef

Zo’n jaarlijkse griepgolf – deze winter moet die nog komen – werkt beschermend: bijna iedereen in de wereld komt in aanraking met griepdeeltjes en de meesten beschikken over enige bescherming tegen de algemeen voorkomende influenzatypen. Ongeveer 5 tot 10 procent raakt besmet en ongeveer 0,01 procent gaat dood. Dit zijn meestal ouderen, ze sterven veelal door een hartaanval of secundaire, bacteriele infecties.

De meeste mensen worden slechts een dag of tien ziek, vanwege die basale afweer. Bij een geheel nieuw type zal de ziekte veel ernstiger zijn. Daarvoor zijn mensen ‘immunologisch naïef’.

Zo’n nieuw type kan op twee manieren ontstaan. Osterhaus: ‘Door spontane, langzame mutaties – waarschijnlijk is het 1918-virus zo ontstaan – en door antigene shift of reassortment, waarbij sterk verschillende influenza-virussen hun genen mengen – dat was in 1957 en 1968.’ Bij de laatste twee pandemieën heeft het influenza-virus stukken RNA van het vogelvirus opgepikt.

Bij antigene shift is een mengvat nodig, een organisme dat dubbel geïnfecteerd is. Tot 1997 was daarvoor het varken kandidaat – alleen dat dier was bevattelijk voor zowel vogel- als mensengriep. In 1997 toonde Osterhaus’ groep aan dat de Hongkonggriep van dat jaar direct van vogels op mensen is overgesprongen. Sindsdien weten we dus dat ook de mens zo’n mengvat kan zijn. De wereldgezondheidsorganisatie en veel virologen vrezen dat de H5N1-besmette mensen als husselton dienen.

Een pandemie ontstaat als de zogeheten reproductieratio boven de 1 komt. Dat is het geval wanneer één geïnfecteerd persoon onder natuurlijke omstandigheden gemiddeld meer dan één ander persoon besmet. Op dit moment is de humane transmissie van H5N1 erg klein, de meeste Aziatische en Turkse patiënten zijn besmet geraakt na contact met zieke vogels.

Angst opgeklopt

Sommige virologen vinden de angst voor H5N1 opgeklopt. Onlangs liet het blad Science enkele sceptici aan het woord. Onder hen immunoloog Paul Offit van de universiteit van Pennsylvania. Hij beriep zich op twee historische argumenten. Virussen van het type H5 (nummer 5 van het oppervlakte-eiwit hemagglutinine) hebben nooit eerder een pandemie veroorzaakt (dat waren namelijk H1, H2 en H3). Er zijn humane infecties met H5, H7 en H9 gerapporteerd, maar voor zover bekend gaan deze subtypen niet makkelijk van mens tot mens over. Bovendien, aldus scepticus Offit, circuleert H5N1 al acht jaar op grote schaal onder pluimvee, en er is geen aanwijzing dat het makkelijker naar de mens springt of makkelijker onder mensen verspreidt. Osterhaus is niet onder de indruk. ‘Tja, je kunt net zo makkelijk betuigen dat hoe meer tijd het virus heeft, hoe groter de kans is op humane transmissie. En dat H5 nog niet heeft toegeslagen, zegt mij niet zoveel. Dat mensen immunologisch naïef zijn voor dit vogelvirus, vind ik belangrijker.’

Alarmfase 3

Volgens de wereldgezondheidsorganisatie zit H5N1 in fase drie van een pandemie: ‘humane infecties met een nieuw subtype, maar nauwelijks of geen verspreiding van mens tot mens’. De schaal loopt van fase 1, ‘geen nieuwe influenza-subtypen voor de mens bekend’ tot aan fase 6, een pandemie. Deskundigen verwachten overigens dat een pandemie niet zo ernstig zal zijn als de pandemie van 1918. We zijn nu alerter en de gezondheidszorg is beter. Uit modellen van augustus 2005 blijkt dat een grieppandemie bij vroeg ingrijpen te beperken is, zoals bij Sars. Als een hoog-pathogeen en goed overdraagbaar virus ontstaat, krijgen mensen in een straal van vijf kilometer om de infectiehaard virusremmende medicijnen en moeten mensen die met het virus in aanraking zijn gekomen in quarantaine.

T-cel-responsen

Volgens de Rotterdamse influenzakenner bestaan er nog veel onzekerheden. ‘In ongeveer 150 gevallen is het virus van kip naar mens gegaan, maar we weten niet hoeveel mensen in aanraking zijn gekomen met dit virus. Het lijkt erop dat mensen die beroepsmatig met pluimvee werken, vrijwel niet over antilichamen tegen H5N1 beschikken. Dat duidt er niet op dat veel mensen geïnfecteerd zijn met H5N1.’

‘Ook weten we niet of er – naast antilichamen – andere immunologische mechanismen beschermen tegen H5N1, zoals T-cel-responsen.’ Naast de door B-cellen geproduceerde antilichamen, produceert het lichaam T-cellen die geïnfecteerde cellen kunnen herkennen en kapot maken. Ook de T-cellen kennen een immunologische geheugen. Nog onduidelijk is wat er van het huidige H5N1-virus in het T-cel-geheugen zit. Dat bemoeilijkt het voorspellen van de verspreiding van H5N1 onder mensen.

Tevens baart het Osterhaus zorgen dat H5N1 snel muteert. Het genotype dat nu circuleert is terug te voeren op ganzen in de Zuid-Chinese provincie Guangdong, in 1996. Inmiddels heeft het RNA-virus niet alleen een nieuwe gastheer gevonden, ook lijkt het voor verschillende zoogdieren pathogener geworden.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.