Je leest:

Overschot aan mannen brengt hagedissenpopulaties in gevaar

Overschot aan mannen brengt hagedissenpopulaties in gevaar

Auteur: | 1 december 2005

Onderzoekers hebben kunstmatig gezorgd voor hagedissenpopulaties met veel mannetjes of veel vrouwtjes. In de populaties met veel mannetjes was er veel seksuele agressie richting de vrouwtjes, waardoor deze populaties gedoemd zijn om uit te sterven.

Een standaard kenmerk van populaties is de man/vrouw ratio, een maat voor het aantal volwassen mannetjes per hoeveelheid volwassen vrouwtjes in een populatie. Bij veel diersoorten is deze verhouding ongeveer 1, dus evenveel mannetjes als vrouwtjes. Er is eigenlijk heel weinig bekend over de invloed van een afwijkende man/vrouw ratio op bijvoorbeeld het gedrag en de voortplanting van dieren. Tot nu toe dacht men dat een overschot aan mannetjes of vrouwtjes binnen een paar generaties door emigratie en sterfte weer afneemt, tot de man/vrouw ratio weer ongeveer 1 is. Een zeer internationaal onderzoeksteam uit Frankrijk, Groot-Brittannië, Noorwegen en Amerika heeft deze gedachte eens kritisch bekeken. Zij gebruikten hiervoor levendbarende hagedissen ( Lacerta vivipara) (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: Een levendbarende hagedis ( Lacerta vivipara). Bron: Le Galliard. Klik op de afbeelding voor een grotere versie

Speciaal voor dit onderzoek werden in een ecologisch onderzoekscentrum in Frankrijk twaalf hokken gebouwd met een natuurlijke ondergrond. In elk hok stopten de onderzoekers evenveel juvenielen (minder dan een jaar oud) en jaarlingen (tussen één en twee jaar oud). Bij deze jonge hagedissen kwamen nog 18 volwassen exemplaren: in zes populaties waren dat veertien mannetjes en vier vrouwtjes en in de andere zes populaties waren dat vier mannetjes en veertien vrouwtjes. Hagedissen in het wild willen nogal eens emigreren naar een andere populatie, dus waren er gangen met aan het einde een val, waarin de reislustige hagedissen gevangen werden. Deze hagedissen werden dan willekeurig bij een andere populatie gezet.

Het aantal mannetjes en vrouwtjes werd in de gaten gehouden. Om de paar maanden maten de onderzoekers het gewicht en de lengte van de hagedissen. Daarnaast bekeken onderzoekers (die niet wisten met welke populatie ze te maken hadden) hoeveel littekens en andere verwondingen de vrouwtjes hadden.

De lengte werd niet van neus tot staart gemeten, maar van neus tot anus. Dit is een standaard maat voor de lengte van dieren, omdat de lengte van de staart niet altijd in verhouding is met de rest van het lichaam.

De onderzoekers hielden de zwangere vrouwtjes in de gaten en telden hoeveel eieren uitkwamen (zie afbeelding 2). Naast deze in vivo experimenten, met levende dieren, werkten de onderzoekers ook in silico, dat wil zeggen: met computermodellen ( silico staat voor de silicium die gebruikt wordt in computerchips). Allerlei gegevens over de hagedissen werd in populatiemodellen gestopt en die berekenden het verloop van de populaties over een veel langere termijn dan het real-life experiment.

Afbeelding 2: De vrouwtjes leggen gemiddeld vijf doorzichtige zachte eieren die na een dag al uitkomen Bron: Le Galliard. Klik op de afbeelding voor een grotere versie

De onderzoekers kwamen erachter dat volwassen vrouwtjes en vrouwelijke jaarlingen relatief vaker stierven in de populaties met veel mannetjes. Ook kwamen in deze populaties minder eieren uit, ook al werden er evenveel gelegd. De mannetjes in de mannetjespopulaties waren erg agressief: de vrouwtjes hadden twee tot drie keer zoveel littekens en wonden. De mannetjes dwingen de vrouwtjes tot het paren, ze bijten en putten de vrouwtjes uit, waardoor die minder vruchtbaar werden. Daardoor werden de mannetjespopulaties almaar kleiner, met een nog hoger mannenoverschot, terwijl de vrouwtjespopulaties groter werden, met een stabiele man/vrouw ratio. Ook uit de computermodellen bleek dat de mannetjespopulaties een grotere kans op uitsterven hadden en dat dat versterkt werd door agressiviteit onder de mannetjes.

Volgens de onderzoekers is deze afwijkende man/vrouw ratio voor de levendbarende hagedissen een evolutionaire val, omdat het gedrag van de mannetjes niet tegengegaan wordt door aanpassingen bij de vrouwtjes. Een warmer voorjaar (door opwarming van de aarde) kan leiden tot hogere overleving van mannetjes, waardoor de populatie een mannetjesoverschot krijgt. Ook op andere manieren kunnen menselijke handelingen zorgen voor veranderingen in de man/vrouw ratio van hagedissen of andere diersoorten. Dit kan fatale gevolgen hebben voor het voortbestaan van de populaties en daarmee van de soort.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 december 2005
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.