Je leest:

Overleven op dik water

Overleven op dik water

Auteur: | 13 april 2011

Veengebieden bedekken met een dikke laag vulkaangesteente: het lijkt een goede manier om te zorgen dat de bebouwde kom niet wegzakt in het veen. Bodegraven bouwt op ‘bims’.

De gemeente Bodegraven-Reeuwijk verzorgde op 7 april onder leiding van senior adviseur Eke Vos een rondleiding door enkele woonwijken in het veengebied. Dit in het kader van de Dag van de Praktijk – een initatief van het SKB en Bewust Bodemgebruik, waarbij diverse instanties die met bodemzaken bezig zijn excursies organiseerden.

De huizen zijn het probleem niet in de wijk Driebruggen in Reeuwijk. Deze zijn gebouwd op lange heipalen, die door de 10 tot 13 meter dikke veenlaag heengaan en houvast vinden op de stevige Pleistocene ondergrond. Ze vormen daardoor een soort eilandjes in de er omheen drijvende infrastructuur.

Het zijn de wegen, de stoepen, de speelveldjes en de rioleringen, die langzaam maar zeker wegzakken in het veen. “Het is een kwestie van overleven op dik water”, zegt Maurits van Houwelingen, projectleider bij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.

Josja Veraart, Bewust Bodemgebruik

Tot voor kort moest de wijk elke 25 jaar opnieuw 30 tot 70 centimeter worden opgehoogd. En met elke nieuwe laag ophogingsmateriaal en asfalt werd het totaalpakket zwaarder en zakte daardoor nog sneller omlaag. Bewoners bouwden trapjes voor de deuren om te voorkomen dat ze hun huizen in moesten klimmen. Bruggen veranderden in springschansen, rioleringen bogen te ver door en knapten af. Ze hadden er schoon genoeg van in Driebruggen, en ze doen het nu dus anders. Het toverwoord: ‘Bims’.

Puimsteen

Bims is ander woord voor puimsteen, het gesteente dat zich na een vulkaanuitbarsting vormt uit afgekoelde lava. Deze lava bevat een grote hoeveelheid gassen, die door de snelle afkoeling van het gesteente niet kunnen ontsnappen, maar als kleine gasbelletjes in het gesteente achterblijven. Het maakt het gesteente licht; in sommige gevallen zelfs lichter dan water, zodat het blijft drijven. Een must, zou je zeggen, voor wie bouwen wil op veen.

Bims van het eiland Kos, Griekenland. Bevat biotiet (zwarte stipjes), muscoviet, en zeoliet (lichtgekleurde kristallen).
Hannes Grobe, Creative Commons, CC BY-SA 2.5

De beste bims?

Liparibims, afkomstig van het gelijknamige vulkanisch eiland voor de kust van Italië, is prima. Lipari is echter beschermd erfgoed geworden, waardoor de winning stil is komen te liggen.

De Hekla bims uit IJsland wint het wat dichtheid betreft – slechts 780 kilo per kubieke meter – maar neemt nogal veel water op en verbrijzelt relatief makkelijk.

De Reeuwijkers kozen uiteindelijk voor bims uit Yali, een Grieks vulkaaneilandje nabij Kos. “Yalibims heeft een laag gewicht en haakt sterk in elkaar, waardoor het bijzonder geschikt is als ophoogmateriaal onder wegen”, vertelt van Houwelingen.

Sandwich

Ze pakten het grondig aan in Driebruggen. De bims werd niet alleen gebruikt als nieuwe ophogingslaag, maar de gehele oude en vooral zware infrastructuur werd verwijderd. Zowel zand als verschillende lagen asfalt en slakken, vaak in een soort sandwich-constructie en soms meer dan een meter dik, werden afgegraven en afgevoerd. De insteek: de nieuwe laag – inclusief de 30 tot 70 cm extra ophoging – moest lichter zijn dan het pakket dat werd weggehaald. Met als doel dat het gebied de komende 30 jaar nergens meer dan 20 centimeter omlaag zakt. “Verzakkingen voorkomen is onmogelijk”, verklaart van Houwelingen. “We kunnen ze alleen vertragen.”

Alternatieven

Maar waarom tevreden zijn met 20 centimeter? Waarom niet nog minder, en dan bijvoorbeeld met piepschuim werken in plaats van met vulkanisch gesteente? “Omdat piepschuim onder water moet worden geplaatst om de opwaartse druk te creëren”, vertelt Vos. “Dit betekent echter dat er dan nog meer materiaal moet worden weggegraven en afgevoerd.” In bestaande woonwijken die vol liggen met kabels en leidingen is dit lastig uit te voeren.

Kon je vroeger meteen vanaf de stoep de deur door, tegenwoordig is een loopplank wel handig…
Maurits van Houwelingen, Gemeente Bodegraven-Reeuwijk

Voor snelwegen is piepschuim wel een goed alternatief. Bij de laatste ophoging van de A4 bij Leidschendam is bijvoorbeeld piepschuim gebruikt, waarna de weg in 5 jaar tijd slechts 7 centimeter zakte. Het traject waar de ophoging was gerealiseerd met alleen zand zakte maar liefst 35 centimeter in dezelfde periode.

Ook Reeuwijk beperkt zich niet tot bims. Onder sommige wegen ligt piepschuim en ook worden hier en daar andere lichte materialen toegepast, vertelt van Houwelingen.

Gebroken Argex bijvoorbeeld – bekend als de ronde, ultralichte kleikorrels die je vaak in plantenbakken aantreft. “Nog beter is het om de bouwlocatie van te voren vast stevig aan te drukken”, zegt van Houwelingen, “door het gebied als het ware ‘voor te belasten’.” Daarmee kunnen verzakkingen in de toekomst beperkt worden.

Na de laatste ijstijd (het Weichselien), ongeveer 11.500 jaar geleden, begon de zeespiegel en daarmee ook het grondwaterpeil in Nederland te stijgen. Langs de kust werd hierdoor extra zand aangevoerd, en ontstonden strandwallen die het binnenland afsloten van de open zee. Nu en dan brak de zee toch nog door zo’n strandwal heen, met de vorming van kwelders en lagunes tot gevolg. Langs de rivieren, die regelmatig buiten hun oevers traden, vormden zich in dezelfde periode rivierbanken van klei. De gebieden die overbleven veranderden in zompige moerassen. De moerasbossen in het noorden en westen van ons land waren de voorlopers van de huidige veengebieden in deze regio.

Veen ontstaat als in een moerasgebied de afbraak van dode planten de aangroei van nieuw gewas niet bij kan houden; De afbraak van afgestorven plantenmateriaal vindt onder water nauwelijks plaats, omdat er geen zuurstof bij de plantenresten kan komen. Veenbodems bestaan dan ook uit dikke lagen onverteerde plantenresten. Als de grondwaterstand daalt, door natuurlijke verdroging of door menselijk ingrijpen, worden deze plantenresten alsnog afgebroken. De bodem verteert dan gewoon. Vochtoverlast is dus een gegeven waar je mee moet leren leven als je in een veengebied woont; als het grondwaterpeil zakt zakt de bodem immers gewoon mee.

Vanaf de elfde eeuw is het veen in Nederland op grote schaal afgegraven, met de zo typerende rechthoekige meren die ons land rijk is tot gevolg. De Loosdrechtse Plassen, de Vinkeveense Plassen, en ook de Reeuwijkse Plassen zijn een voorbeeld van zo´n afgegraven veengebied – het woord “plas” is speciaal voor dit soort meren gereserveerd.

Kerk

Rest nog de vraag waarom je het überhaupt zou willen, wonen in een veengebied. “Het is erg mooi wonen, maar niet ideaal”, beaamt van Houwelingen. “Maar Nederland is nu eenmaal een klein landje met ruimtegebrek. Op een gegeven moment is het gebied dat niet uit veenbodems bestaat gewoon volgebouwd.” Dat de eerste voorkeur altijd naar andere bodems is uitgegaan zie je in het gebied echter duidelijk terug. Van Houwelingen: “Wie de kerk en de kroeg aantreft weet meteen op wat voor bodem hij staat: Een oude rivierbank, van stevige klei.” En daarvoor hoef je geen bodemdeskundige te zijn…

Bronnen

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 april 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.