Je leest:

Overgewicht van ouderen een steeds groter probleem

Overgewicht van ouderen een steeds groter probleem

Auteurs: en

Het aantal ouderen met obesitas neemt toe en zal in de toekomst een steeds groter probleem worden. Ouderen zullen dus aan de lijn moeten. Maar daarbij moeten ze er wel voor waken dat dit niet ten koste gaat van hun spiermassa en botten. Als opa en oma echt gezond oud willen worden, zullen ze meer moeten gaan bewegen.

Small

Het aantal Nederlanders dat te dik is stijgt de laatste jaren snel. Steeds meer mensen kampen met overgewicht. Het percentage mensen met zwaar overgewicht (obesitas) neemt nog sneller toe. En over het algemeen is het zo dat hoe ouder men wordt, hoe dikker men wordt. Het percentage mensen met overgewicht is het hoogst rond het 65e jaar. Hoewel overgewicht bij ouderen dus het meest voorkomt, is er pas de laatste jaren meer aandacht voor dit probleem. Onderzoek naar het meten en oplossen van overgewicht bij ouderen is nog volop in ontwikkeling.

Steeds meer (te) dikke Nederlanders

BMI

De BMI (Body Mass Index) is het gewicht (in kilo’s) gedeeld door de lengte (in meters) in het kwadraat: kg/m2. Deze maat, ook wel bekend als de quetelet-index, is de meest gebruikte methode om overgewicht te meten.

Sinds enkele decennia worden steeds meer mensen obees. In de grafiek zie je het percentage Nederlandse mannen en vrouwen met obesitas (een BMI boven de 30), per leeftijdscategorie, in 2000 en 2008. In de meeste leeftijdscategorieën is het percentage mensen met overgewicht in die acht jaar tijd gestegen. De meeste dikke mensen vinden we in de leeftijdscategorie tussen de 55 en 75 jaar. Na het 75e jaar daalt het aantal te dikke mensen.

Dit betekent echter niet dat mensen na hun 75e afvallen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het lichaamsgewicht tot op hoge leeftijd blijft stijgen. Waarschijnlijk is het lagere percentage van mensen met obesitas bij de oudste ouderen te verklaren doordat veel te dikke mensen een groter risico hebben om voor hun 75e te sterven. Bovendien is de obesitasepidemie pas de afgelopen decennia ontstaan. Mensen die nu ouder dan 75 zijn, hebben minder lang geleefd onder de omstandigheden waarin obesitas sneller ontstaat. Vroeger bewogen mensen immers meer dan in deze tijd van auto’s, roltrappen en computers. Als deze verklaring een grote rol speelt, zal het percentage 75-plussers met obesitas in de komende jaren gaan stijgen en meer lijken op het percentage in de leeftijdscategorie 55-75 jaar.

Large
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2010

Overgewicht meten: welke methode bij welke leeftijd?

Gewichtstoename wordt veroorzaakt door het consumeren van meer energie dan dat er wordt verbrand. De overtollige energie wordt als vet opgeslagen in het lichaam. Er is sprake van overgewicht als er zoveel vet in het lichaam aanwezig is, dat dit nadelige consequenties voor de gezondheid heeft. Maar hoeveel vet is dat dan? De consequenties zijn van persoon tot persoon verschillend, maar toch heeft men geprobeerd algemeen geldende grenswaarden aan lichaamsgewicht te stellen van waarboven we spreken van overgewicht. Bij ernstig overgewicht spreekt men van obesitas.

Small

Meestal wordt de BMI gebruikt om overgewicht vast te stellen. Inmiddels is vastgesteld dat de BMI bij volwassenen een indicatie kan geven van de mate van (over)gewicht, maar dat aanvullende metingen wel belangrijk zijn. Bij de bepaling van BMI wordt namelijk geen rekening gehouden met de lichaamssamenstelling, zoals de verhouding tussen het gewicht van de botten, spieren en organen (de vetvrije massa) en de vetmassa. Bovendien is het voor het risico op gezondheidsproblemen van belang in welk deel van het lichaam het vet zich bevindt. Vet in en op de buik is bijvoorbeeld in veel gevallen schadelijker dan vet op de heupen en benen.

Daarom wordt ook de middelomtrek als aanvullende meting veel gebruikt als indicator van overgewicht. De middelomtrek geeft namelijk meer informatie over de vetverdeling in het lichaam. Het is een meting die vooral de hoeveelheid buikvet in kaart brengt.

Metingen bij volwassenen

Bij volwassenen wordt op basis van de BMI een enkelvoudige indeling gemaakt, zonder onderscheid tussen mannen en vrouwen. De indeling op basis van deze categorieën blijkt de gezondheidsrisico’s bij volwassenen goed te voorspellen.

Classificatie BMI (kg/m2) Gezondheidsrisico
Normaal gewicht 18,5-24,9 Gemiddeld
Overgewicht 25-29,9 Verhoogd
Obesitas niveau I 30-34,9 Matig verhoogd
Obesitas niveau II 35-39,9 Ernstig verhoogd
Obesitas niveau III > 40 Zeer ernstig verhoogd

De grenzen die sinds 1995 worden aangehouden om een matig en een ernstig verhoogd risico op gezondheidsproblemen vast te stellen op basis van de middelomtrek, zijn verschillend voor mannen en vrouwen en gelden voor volwassen in de leeftijd van 18 tot 70 jaar.

Middelomtrek Mannen Vrouwen
Gezond < 94 cm < 80 cm
Verhoogd risico 94 – 102 cm 80 – 88 cm
Ernstig verhoogd risico > 102 cm > 88 cm

Anders meten bij ouderen

Met het verouderen verandert het lichaam van samenstelling. De spier- en de botmassa nemen af en het vetpercentage neemt toe. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat bij ieder gegeven BMI het vetpercentage van een oudere hoger zal zijn dan dat van een jonger iemand. Bovendien verplaatst veel vet zich naar de buik, terwijl vet op de armen en benen afneemt.

Large
Op het plaatje zie je een dwarsdoorsnede van de buik, gemaakt met behulp van een MRI-apparaat. Er zijn twee vormen van vet: het vet dat vlak onder de huid zit (subcutaan vet), en vet dat zich ophoopt rondom de organen (visceraal vet). Naarmate men ouder wordt, wordt het aandeel van het vet IN de buikholte groter (= visceraal vet). Dit vet is het schadelijkst.

Bovendien wordt het vanaf een bepaalde leeftijd steeds moeilijker om op een betrouwbare manier de BMI vast te stellen. Ouderen krimpen immers vaak. Bovendien kan iemands lengte lastig te meten zijn, bijvoorbeeld als er afwijkingen in de stand van de ruggengraat ontstaan. De BMI van een oudere die is gekrompen, zal omhoog gaan, zelfs als iemands gewicht constant blijft.

Door deze veranderingen moet de BMI bij ouderen anders en voorzichtiger geïnterpreteerd worden. Ook bij de middelomtrek zijn de grenswaarden ontwikkeld voor volwassenen. Wellicht zouden deze waarden beter kunnen worden vastgesteld voor ouderen, als er meer rekening wordt gehouden met hun veranderende lichaamssamenstelling. Hier wordt binnen de wetenschap nog over gediscussieerd en meer onderzoek is nodig om de optimale grenswaarden vast te stellen. Toch heeft bestaand wetenschappelijk onderzoek al wel aangetoond dat de middelomtrek een betrouwbaardere meetmethode is dan de BMI.

Gevolgen van overgewicht

Zwaarlijvigheid heeft nadelige consequenties voor de gezondheid. Het risico op diabetes type II en de verhoogde kans op hart- en vaatziekten en beroerten krijgen veel aandacht. Minder bekend zijn de gevolgen voor het bewegingsapparaat. Dit is zeker voor ouderen zeer relevant. Een te hoog gewicht kan het lopen belemmeren. Het torsen van teveel gewicht is zeer belastend voor het bewegingsapparaat en kan ernstige pijn veroorzaken. Dit heeft gevolgen voor de ervaren kwaliteit van leven. Ook blijkt uit onderzoek dat ouderen met een hogere BMI meer risico lopen om in een verpleeghuis te worden opgenomen.

Meer nodig dan een dieet

De oplossing voor obesitas bij ouderen lijkt simpel: niet aankomen. Maar helaas lijkt dat ouderen steeds minder vaak te lukken. Moeten die ouderen dan gaan lijnen? Daar zitten een paar haken en ogen aan.

Bij het afvallen is het van belang dat iemand vooral vetmassa verliest en zo min mogelijk spiermassa. Maar het verlies van spiermassa is moeilijk te voorkomen. Dat geldt bij volwassenen, maar nog meer bij ouderen. Ook bij behoud van lichaamsgewicht neemt spiermassa met het ouder worden af. Het risico bestaat dat wanneer iemand op hoge leeftijd gaat afvallen, de achteruitgang van de spiermassa wordt versneld. Afvallen zal bij ouderen dan ook altijd gepaard moeten gaan met (spier)training.

Daarnaast is het moeilijk om een goed dieet voor ouderen samen te stellen. Ouderen hebben minder energie nodig. Omdat ouderen al niet veel hoeven te eten om aan hun energiebehoefte te voldoen, is het extra lastig om in een dieet met nog minder energie wel alle essentiële voedingsstoffen binnen te krijgen. Een tekort aan bijvoorbeeld eiwitten, vitaminen en mineralen ligt op de loer.

Small

Ook speelt botontkalking bij gewichtsverlies een belangrijke rol. Een oudere die afvalt, kan ook sneller last krijgen van verlies van botmassa. En wanneer de botmassa daalt, neemt het risico op botbreuken door vallen toe.

Er zijn dus risico’s verbonden aan afvallen. Maar deze risico’s kunnen in het geval van voedingstekorten en spierverlies worden voorkomen en in het geval van verlies van botmassa worden beperkt, door af te vallen onder deskundige begeleiding van een diëtist en fysiotherapeut. Dat is de moeite waard. Want gewichtsverlies leidt immers ook tot minder pijn, minder hart- en vaatklachten, minder functionele en gewrichtsklachten en meer mobiliteit. Onderzoek laat duidelijk zien dat de kwaliteit van leven van obese ouderen toeneemt na het afvallen.

Een wereld te winnen

Onderzoek van hoogleraar Marjolein Visser, gezondheidswetenschapper aan de VU, heeft aangetoond dat een aanzienlijk deel van de ouderen zijn of haar gewicht ten onrechte gezond, of juist ongezond, inschat. Bovendien bleek dat de manier waarop ouderen proberen gewicht te verliezen het een en ander te wensen over laat. Slechts een enkele deelnemer aan het onderzoek gaf aan begeleiding te zoeken bij het afvallen. De resultaten van dat onderzoek laten zien dat er nog een hoop winst te behalen is in de bewustwording en de begeleiding van ouderen met overgewicht. Om verantwoord gewicht te kunnen verliezen kunnen ouderen niet om de huisarts, diëtiste en de fysiotherapeut heen.

Noor Heim (promovenda) en Noëlle Sant (medewerker kennistransfer) werken bij LASA, een lopend onderzoek aan de VU Amsterdam, waarin sinds 1992 een representatieve steekproef van Nederlanders driejaarlijks wordt geïnterviewd over en getest op hun lichamelijke gesteldheid, psychische gezondheid, sociale leven en zorggebruik. Noor Heim doet promotie-onderzoek naar obesitas bij ouderen.

Bron

Heim, N., Snijder, M.B., Deeg, D.J.H., Seidell, J.C., Visser, M. (2008). Obesity in older adults is associated with an increased prevalence and incidence of pain. Obesity, 16, 2510-2517.

Zie ook:

De laatste artikelen over overgewicht op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/obesitas/overgewicht/ouderen/index.atom?m=of", “max”=>"10", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 oktober 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE