Je leest:

Opiniepeilingen deugen niet

Opiniepeilingen deugen niet

Auteur: | 22 november 2005

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries richt een politieke partij op als minstens 41 % van de Nederlanders hem een aanwinst vindt voor de politiek. Uit onderzoek van VU- wetenschapper Yfke Ongena blijkt dat je zulke opiniepeilingen met een flinke korrel zout moet nemen. Peilingen zijn zo onbetrouwbaar dat De Vries al genoeg zou hebben aan minder dan 30 % enthousiastelingen.

Onderzoekers van TNS NIPO beweerden vorige week in de Volkskrant dat de opiniepeilingen van de concurrent Maurice de Hond niet kloppen. De cijfers over de populariteit van De Vries bijvoorbeeld kwamen bij Maurice de Hond veel hoger uit dan bij hun onderzoeksbureau. Volgens de onderzoekers van TNS NIPO zouden respondenten bij de peilingen van Maurice de Hond beïnvloed worden door interviewers.

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries richt een politieke partij op als minstens 41 % van de Nederlanders hem een aanwinst vindt voor de politiek.
Radio Nederland Wereld Omroep

Of de kritiek op Maurice de Hond nu terecht is of niet, misschien moet TNS NIPO ook de hand in eigen boezem steken. Yfke Ongena promoveert komende maand op onderzoek waaruit blijkt dat 25 tot 40 procent van de antwoorden die geïnterviewden in opiniepeilingen geven onbetrouwbaar is.

Voor haar promotieonderzoek nam Ongena telefonische en persoonlijke opinie-interviews op. Uit die analyses komen de slechte scoren van betrouwbaarheid naar voren. Ongena gaat in haar proefschrift in op de oorzaken voor deze slechte scores.

Het grootste probleem is dat ondervraagd publiek vaak antwoorden geeft die niet voorkomen in de antwoordalternatieven die de interviewers voor zich hebben. Interviewers komen daarop zelf vaak met een suggestie op de proppen. Respondenten zijn geneigd in te stemmen met dergelijke suggesties, en dat verstoort de onderzoeksresultaten aanzienlijk, aldus Ongena.

Op de vraag hoeveel dagen per week zij gemiddeld televisie kijken, geeft menig respondent bijvoorbeeld de reactie ‘de meeste dagen’, wat niet voorkomt in de antwoordopties van de interviewers. Om toch snel de reactie om te kunnen zetten in een bruikbaar antwoord, suggereren de interviewers daarop vaak zelf iets wat wel voorkomt op de antwoordlijst, zoals ‘Is dat zeven dagen per week?’.

Ander taalgebruik kan volgens Ongena voorkomen dat respondenten suggesties gaan doen. Voor de antwoordalternatieven moet de woordkeuze meer alledaags zijn, terwijl je de vraag zelf juist formeel moet formuleren. In plaats van “Hoe oud bent u?” kan bijvoorbeeld beter gevraagd worden “Wat is uw geboortejaar?”. Daarmee voorkom je antwoorden als “Ik ben gepensioneerd” of “Ik ben aardig op leeftijd”. Ongena wijst ook op het belang van een goede training voor interviewers. Vooral bij commerciële bureaus schort het daar nogal eens aan.

Drs. Yfke Ongena promoveert op 6 december aanstaande, aan de faculteit der Sociale Wetenschappen, op haar proefschrift Interviewer and Respondent Interaction in Survey Interviews.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 november 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.