Je leest:

Op zoek naar wat moed geeft

Op zoek naar wat moed geeft

Auteurs: en | 15 december 2007
Dokters willen graag patiënten genezen en vaak lukt dat ze ook. Maar soms zijn de behandelingen op. Of grijpt de behandeling zelf diep in bij de patiënt. Dan moet die op zoek naar kracht en moed in zichzelf. De geestelijk verzorgers helpen bij de zoektocht.

Vijf geestelijk verzorgers telt het LUMC. Alle vijf hebben ze een aantal verpleegafdelingen als werkterrein. Vraag aan dominee Tom Hammer, hoofd van de afdeling: hoe selecteren jullie patiënten? “Daar hebben we een prioriteringslijst voor, en het wekelijks overleg met verpleegkundigen. In een aantal gevallen nemen we altijd contact op: als er een ingrijpende behandeling op het programma staat, als iemand een ziekte heeft die niet meer overgaat, als de prognose slecht is, als er een chronisch ziekteproces aan de gang is, als de patiënt buitengewoon lang hier verblijft of als hij heel ver van huis is.”

Blind varen

Maar het komt ook voor dat een arts of verpleegkundige de geestelijk verzorger erbij roept. “Vooral verpleegkundigen zien in het dagelijks contact wanneer de patiënt in nood verkeert. Op sommigen kan ik blind varen”, zegt Hammer. Hij vertelt over de patiënt die gescreend werd voor een harttransplantatie en het daar moeilijk mee had. “De verpleegkundige vroeg me om langs te gaan. Het bleek dat de patiënt zich afvroeg of hij van zo’n transplantatie een ander mens zou worden. Daar hebben we het dus uitvoerig over gehad.” Wat Hammer er zelf van vindt, doet er niet toe, zegt hij. “Het gaat erom dat je samen met de patiënt onderzoekt wat het voor hem betekent.”

De geestelijk verzorger heeft als neutrale begeleider een andere positie dan de arts. Dat besefte de orthopedisch chirurg die Hammer erbij riep toen een patiënt een afgezette arm niet wilde laten onderzoeken maar meteen wilde begraven. De orthopeed vond dat hijzelf te veel partij was. Na gesprekken met de patiënt bleek dat die toch graag iets wilde doen voor de wetenschap. Kan de medische stand iets leren van de geestelijk verzorgers? “Communiceren”, zegt Hammer. “Een heilzaam gesprek voeren. Wij geven studenten een keuzeblok ‘zorgen om de dood’, waarin we dat oefenen.”

Geen optelsom van genen

Ook dit kunnen dokters leren van geestelijk verzorgers: dat er meer is dan natuurwetenschap. Hammer: “Een mens is niet louter een optelsom van genen en stroompjes.” Dat besef zijn we een beetje kwijtgeraakt, denkt pastor Hans Evers. “Waar dat aan ligt? Om te beginnen zijn we de laatste decennia steeds meer consumenten geworden. Ook van medische behandelingen. We moeten de markt op en de beste behandeling uitzoeken, tegen de scherpste prijs.”

Je kunt drie basishoudingen onderscheiden tegenover het leven dat zich aandient, denkt Evers. “De eerste is: actief zijn, aanpakken. Daar is de westerse mens goed in. De tweede, de ontvangende houding, en de derde, reflectie, daar zijn we niet meer in getraind. Stel, je hoort dat je nog maar kort te leven hebt of je moet verder met een handicap. Dan heeft de markt je niets meer te bieden en dan helpt het om van de eerste via de tweede naar de derde houding te komen. Naar bezinning en reflectie. Ik zie het als mijn taak om mensen daarin te begeleiden. Met hen te ontdekken wat ze kracht geeft om het vol te houden.”

Bron van spiritualiteit

Omgaan met de dood en met verdriet moeten we allemaal individueel leren. Dat is de andere verandering van de laatste decennia, volgens Evers: dat de kerken hierin geen rol meer spelen. “Eens per jaar naar de nachtmis maakt niets uit. Overigens, de bron van spiritualiteit – kerk of niet – waar je het je hele leven mee gedaan hebt, blijkt als het erop aan komt voor veel mensen niet voldoende. Ze moeten zich opnieuw oriënteren.”

Evers doet naast enkele afdelingen ook de crisisopvang in de zogeheten ‘bereikbare diensten’. Dat houdt in: om de week spoedoproepen van de drie ziekenhuizen in de regio. Humanistisch raadsman Sjef Graat is eerder de man van de lange termijn. ‘Trouw’ is het sleutelwoord van zijn benadering. Die past goed bij de psychiatrische patiënten die hij onder meer onder zijn hoede heeft. “Dat is mijn moeilijkste afdeling. Toen ik zestien jaar geleden begon zag je daar allerlei soorten patiënten. Het ging vaak om crisisinterventie. Nu zijn er vooral zwaar depressieve mensen die al heel veel behandelingen achter de rug hebben. Ze zijn soms maanden achtereen opgenomen en worden behandeld met elektroshocks. Een diepgaand inhoudelijk gesprek is in het begin nauwelijks mogelijk. Toch blijf ik geregeld even langslopen en achteraf blijken ze daar heel dankbaar voor te zijn.”

Strottenhoofdoperatie

Hoe gaan de geestelijk verzorgers om met de naasten van de patiënt? “Het is ook onze taak om hen te begeleiden”, zegt Graat. “Soms kan de communicatie alleen via familie of partner verlopen. Op de IC bijvoorbeeld. Ook bij kno, een van mijn afdelingen, gaat het vaak zo. Bijvoorbeeld als iemand een strottenhoofdoperatie heeft gehad en niet kan praten. Ik probeer dan wel van tevoren al contact te krijgen met de patiënt.” Het kan belangrijk zijn om te weten wat die wil. “De wens van de patiënt, bijvoorbeeld met betrekking tot de laatste rituelen, is altijd primair”, zegt Evers daarover.

Graat ziet nogal eens oudere mensen die heel weinig bezoek krijgen. “Die zeggen dan: ach, de kinderen hebben hun eigen leven, ik wil ze niet tot last zijn.” Dat komt vaker voor dan vroeger, heeft hij de indruk. “In zulke gevallen ga ik zeker geregeld langs.” Wat hij ook veel meemaakt: dat mensen zich willen verzoenen met hun naasten. “Dat zijn vaak ontroerende taferelen.” Bij ontslag uit het ziekenhuis hoort nazorg. “Als mensen ontslagen worden, praat ik met ze over hun sociale netwerk thuis. Vrienden en familie, maar ook een eventuele kerk of levensbeschouwelijk genootschap”, vertelt Graat. “Desgewenst breng ik het contact tot stand.”

Machteloze situatie

Dominee Marjan de Vries werkt veel op afdelingen waar kankerpatiënten behandeld worden. Die zijn vaak langdurig onzeker of ze zullen genezen. “Wanneer je ziek wordt kom je in een situatie die je niet gewend bent. Een vrij machteloze situatie ook, want je kunt er zelf haast niets aan doen. Dat brengt mensen soms in verwarring en roept vragen op als: ‘wie ben ik nu eigenlijk nog, nu ik niet meer functioneer zoals ik voorheen in het dagelijks leven functioneerde’, ‘waarom gebeurt mij dit’, en ‘hoe ga ik om met alle veranderingen die de ziekte met zich meebrengt’. Dat zijn de vragen waar wij met patiënten en hun naaste familie over praten.”

“Als mensen beter worden”, vertelt De Vries, “speelt dat zich vaak buiten mijn blikveld af, want dan komen ze niet meer in het ziekenhuis. Maar soms liggen patiënten lang op de IC of maken ze een intensieve periode mee waar ze pas maanden later de terugslag van ondervinden. Dan kunnen ze poliklinisch een afspraak maken.”

Wat ziekte oplevert

Wie langer ziek is krijgt meer oog voor wat de ziekte hem oplevert, heeft De Vries gemerkt. Bijvoorbeeld veel intensievere contacten met familie en vrienden. “Dingen die je normaal niet zegt omdat je denkt: ‘dat weten ze wel van me’, worden dan uitgesproken. Elke kaart die gestuurd wordt: mensen hebben vaak geen idee hoe blij de ontvanger daar mee is. Als je nooit met ziekte te maken hebt gehad weet je nauwelijks wat zich daar allemaal bij aandient.”

Zelden maken de geestelijk verzorgers mee dat er geen behoefte is aan een gesprek met hen. De Vries: “Een groot misverstand is dat wij er alleen voor kerkelijke mensen zouden zijn. Iedereen kan levensvragen hebben. Ik merk wel als ik me voorstel dat mensen niet altijd weten wat een geestelijk verzorger is. Ze zeggen bijvoorbeeld ‘maar ik ben toch niet geestesziek’. Voor sommigen is het echt een verrassing dat je dit soort vragen met ons kunt bespreken. Vaak begint zo’n ontmoeting dan aarzelend, maar kan het tot een heel diep gesprek komen.”

Het goede

“Iedereen heeft een levensovertuiging, of je nu wel of niet gelooft”, zegt dominee Ria Pasterkamp erover. Ze definieert het begrip ruim, als de manier waarop je zin ontdekt in de dingen die je meemaakt. “Een religieuze overtuiging, of het geloof dat er zoiets als ‘het goede’ is waar je naar moet streven. Of dat het draait om het doorgaan van het menselijk leven: veel mensen ontlenen zin aan het hebben van kinderen en kleinkinderen.”

“Veel ziekenhuizen zijn voortgekomen uit kerkelijke instellingen, het Diaconessenhuis bijvoorbeeld, de naam zegt het al”, aldus Pasterkamp. Tot niet heel lang geleden had elk ziekenhuis een pastorale dienst waar geestelijken werkten. Bijna iedereen was katholiek, protestants of joods. “Dan kwam de geestelijke van jouw levensovertuiging aan je bed (dat kan nog steeds; de geestelijk verzorgers kunnen desgewenst ook een imam, rabbijn of pandit laten komen – red.) en was iedereen tevreden, want dat was helder. De patiënt wist wat hij van de geestelijke kon verwachten en andersom. Maar we hebben de laatste dertig à veertig jaar de effecten van secularisering gehad en immigranten uit alle delen van de wereld. Het gevolg is dat de levensovertuigingen van patiënten veel gevarieerder zijn geworden. Dat waren ze vroeger misschien ook, maar niet zo zichtbaar.”

Samen stil

De geestelijk verzorgers bieden mensen de gelegenheid om op hun eigen manier te rade te gaan bij zichzelf. Dat kan in gesprekken, maar het kan ook in stilte. Het Stiltecentrum en de islamitische gebedsruimte op het Leidse Plein zijn daarvoor bedoeld. Samen een viering beleven is weer een andere manier. Pasterkamp en haar collega’s proberen de zondagse vieringen op het Boerhaaveplein zo vorm te geven dat mensen van verschillende richtingen en geloven er iets in kunnen herkennen. “Mensen die zijn grootgebracht in een religieuze traditie, wonen als het ware in de gebruiken van die traditie. Zij kunnen steun hebben aan de rituelen en gebruiken die daarbij horen.”

“Een diepere laag aanboren kan op zoveel manieren”, zegt Tom Hammer. “We hopen dat ook te bereiken met de concerten die we organiseren. En onlangs nog de gedichtenwedstrijd: daarmee raakten we duidelijk een snaar bij veel patiënten en hun naasten, maar ook bij medewerkers.”

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 december 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.