Je leest:

Op zoek naar geneesmiddelen tegen allergie

Op zoek naar geneesmiddelen tegen allergie

Vooral bij luchtwegallergie zijn medicijnen onmisbaar

Auteur: | 1 januari 2007

Onderzoek naar medicijnen bij allergie, hoe gaat dat eigenlijk? Deze vraag leggen we voor aan professor Henk Timmerman, farmacochemicus aan de Vrije Universiteit. Jarenlang werkte hij, samen met andere onderzoekers, aan de ontwikkeling van geneesmiddelen die helpen bij allergie. Inmiddels is hij met emeritaat.

“Allereerst,” antwoordt professor Timmerman, “moet je natuurlijk weten wat allergie is en hoe het ontstaat. Je moet goed weten hoe het immuunsysteem in elkaar zit, want bij allergie werkt een onderdeel daarvan niet goed. Bij allergie reageert het immuunsysteem ten onrechte op stoffen die eigenlijk onschadelijk zijn. Die stoffen noemen we allergenen."

“De problemen zitten vooral bij allergieën tegen stoffen die haast niet te ontwijken zijn. Ik bedoel allergenen die via de luchtwegen binnen komen. Daar kun je weinig aan doen – ophouden met ademhalen werkt niet – en er zijn zowel buiten als binnen heel veel stoffen die ernstige klachten kunnen veroorzaken. De ‘gezonde’ buitenlucht kan stuifmeel bevatten en in huis zijn vooral huisstofmijten en katten berucht.”

De kleur van chemie

Dit artikel is afkomstig uit het hoofdstuk ‘Wat jeukt daar…’ uit de VU-uitgave ‘De kleur van chemie’, een bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren.

De symptomen van luchtwegallergieën zijn meestal vervelender dan de uitslag en jeuk bij contactallergie (bijvoorbeeld nikkel- en latexallergie), aldus Timmerman. De luchtwegen trekken zich samen, mogelijk als poging van het lichaam om minder van het allergeen binnen te krijgen, en de patiënt krijgt het benauwd. Allergie via de luchtwegen uit zich meestal in hooikoorts of astma.

Adembenemend

Iedereen ademt stuifmeel in, maar niet iedereen krijgt er astma van. Hoe komt dat? Professor Timmerman begint met een korte uitleg van de manier waarop ons immuunsysteem werkt: “Als een lichaamsvreemde stof zoals stuifmeel in ons lichaam terecht komt, dan wordt de indringer herkend door een antistof. Voor bijna elk soort indringer ligt er een speciale antistof klaar. Aan het oppervlak van een stuifmeelkorreltje dat in de huid van de longblaasjes verzeild raakt, hechten al snel een paar antistofmoleculen. Die combinatie wordt herkend door witte bloedlichaampjes. Zij maken de door antistoffen gemarkeerde stuifmeelkorrel onschadelijk."

Stuifmeelkorrels.

Tot zover is er niets aan de hand, aldus Timmerman. Maar dan komt het. “Het probleem bij allergie is dat de betreffende antistoffen niet alleen aan de lichaamsvreemde stof hechten, maar óók aan zogenaamde mestcellen. Die spelen – met heel veel andere cellen en moleculen – een ingewikkelde rol bij ontstekingsreacties. Ze bevatten allerlei krachtig werkende stoffen.”

“De combinatie van mestcel en aangehechte antistoffen is kenmerkend voor allergie. Het is een soort tijdbom, want als het betreffende allergeen in de buurt is dan hecht het via de antistoffen aan de mestcel, met als gevolg dat deze openbarst. De inhoud komt dan in één keer vrij en zorgt voor die kenmerkende allergische verschijnselen zoals astma, jeuk en eczeem.”

Drie fronten

Timmerman vervolgt: “We hebben ontdekt dat de allergie op drie verschillende fronten is aan te pakken. Allereerst via die mestcel, die moet minder gemakkelijk openbarsten. Daar hebben we bijvoorbeeld natriumcromoglicaat voor, onder andere bekend als Lomudal. Het is ook mogelijk het hele ontstekingsproces, waarvan de mestcel een onderdeel is, aan te pakken. Dat doen we met ontstekingsremmers zoals corticosteroïden. Die zitten bijvoorbeeld in zalf tegen de huiduitslag bij nikkel- en latex-allergie. Bij astma is een andere vorm gemakkelijker: een inhalator, een spuitbusje waar een nevel van een geneesmiddel uit komt dat je kunt inademen. Een bekend voorbeeld van dergelijke ontstekingsremmers is Becotide. Mensen met astma door huisstof of stuifmeel hebben daar vaak veel baat bij”.

Hatsjie… huisstof?

Zestig procent van de astma-aanvallen binnenshuis is te wijten aan huisstof. Toch is het stof zelf meestal niet de boosdoener. De fijne organische en anorganische stof deeltjes kunnen bij inademen wel prikkelen en irriteren, maar de allergische reacties zijn meestal de schuld van een klein, spinachtig diertje: de huismijt.

Huismijt

Er is vrijwel geen huis zonder huismijten. Overal waar het zacht en redelijk vochtig is leven ze van de huidschilfers die we dagelijks verliezen. Ieder mens verspreidt dagelijks wolken stof om zich heen, afkomstig van miljoenen verpulverde dode hoornlaag cellen. Daarom zijn onze woningen een luilekkerland voor huisstofmijten. Vrijwel elke woning herbergt miljoenen van deze nestparasieten.

Huisstofmijten – er zijn dertien verschillende soorten – zijn klein (0,1 tot 0,3 mm) en met het blote oog niet zien. Maar ze zitten overal: op het tapijt, op het behang, op bank en stoelen, in onze kleren, matrassen, knuffels en beddengoed. In een gemiddelde driezitsbank bijvoorbeeld zitten er zo’n vijftigduizend.

Elke mijt verwerkt in zijn leven circa tweehonderd maal zijn eigen lichaamsgewicht aan huidschilfers. Het afval dat daarmee gepaard gaat zorgt voor het allergieprobleem. De uitwerpselen van de mijt bevatten resten van spijsverteringsenzymen, en juist deze eiwitten zijn voor veel mensen allergenen. Allergie voor huisstof is dus in feite allergie voor huisstofmijten. Of eigenlijk allergie voor huisstofmijtenpoep.

Het tweede front in de allergiebestrijding ligt bij de stoffen die uit de mestcel vrijkomen. “We kunnen proberen te voorkomen dat die stoffen hun werk doen”, aldus Timmerman. “Op dit terrein hebben we op de Vrije Universiteit heel veel kennis opgebouwd.”

Histamine

Eén van de stoffen uit de mestcel is histamine. Farmacochemici zoals Timmerman hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van steeds betere antihistaminica, stoffen die de werking van histamine tegengaan. Zoals bij haast alle geneesmiddelen gaat het er daarbij om een optimale combinatie van een goede werking en zo weinig mogelijk bijwerkingen.

“De belangrijkste bijwerking van antihistaminica is slaperigheid”, aldus Timmerman. “We zijn tijden op zoek geweest naar een antihistaminicum zonder die bijwerking. Daarbij ontdekten we dat het histamine zelf een rol speelt bij ons waak/slaap-ritme. Het zorgt er mede voor dat je wakker blijft. Daarom maakt een antihistaminicum je slaperig, en kun je niet meer autorijden of andere inspannende dingen doen.”

Gelukkig ontdekten onderzoekers dat de oorzaak van die slaperigheid in de hersenen ligt. Terwijl de oorzaak van luchtwegallergie – uiteraard – in de longen ligt. “Dat geeft ons een prachtige mogelijkheid om het probleem op te lossen”, aldus Timmerman. "Rond de bloedvaten in de hersenen zit namelijk een speciale vaatwand, die heel veel stoffen tegenhoudt. Dat noemen we de bloed/hersenbarrière. We hebben vervolgens moleculen ontworpen die in de longen wel de gevolgen van histamine bestrijden, maar die haast niet door de bloed/hersenbarrière kunnen komen. Zo wordt je er dus niet slaperig van. Een aantal van die stoffen is al in de handel, maar we gaan stug door met zoeken naar geneesmiddelen die nog beter de invloed van histamine remmen, en nog slechter in de hersenen doordringen.”

Derde front

Vooral in het geval van allergische astma is er nog een derde front, vertelt Timmerman. Daarbij gaat het er om de gevolgen zoveel mogelijk te neutraliseren. “Histamine en de andere stoffen uit de mestcel laten de spieren rond de luchtpijp samentrekken, zodat je haast geen adem meer krijgt. Dat is typisch voor astma. We geven dan geneesmiddelen die precies de tegenovergestelde werking hebben, dus luchtpijpverwijders. Ventolin (salbutamol) is de bekendste van die middelen. Daarmee doe je niets aan de allergie, maar je kunt wel weer gewoon ademhalen.”

Prof Timmerman besluit met de opmerking dat op de universiteit niet zelf geneesmiddelen worden gemaakt en getest. “Dat laten we aan de industrie over. Wij richten ons de achtergronden, waarom helpen sommige stoffen wel en andere niet. Dat is spannend werk voor een chemicus, en het levert veel voldoening als je van de puzzel weer een stukje hebt gevonden.”

Vrije Universiteit Amsterdam

Het boek ‘De kleur van chemie’ werd in 2007 uitgegeven door de Faculteit der Exacte Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (Afdeling Scheikunde en Farmaceutische Wetenschappen). Het is een geactualiseerde bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren. Ze belichten de rol van de scheikunde op tal van gebieden.

Alle Kennislinkartikelen uit het hoofdstuk ‘Wat jeukt daar…’:

Dit artikel is een publicatie van VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen.
© VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.