Je leest:

Op de grens van zee en ijs

Op de grens van zee en ijs

Auteur: | 2 mei 2009

Organismen die vlak onder het zee-ijs leven, zijn cruciaal voor het ecosysteem in Antarctica. Hun biologische productie is groter dan gedacht.

In de winter beslaat het zee-ijs rond de Zuidpool een gebied dubbel zo groot als Europa. ‘s Zomers smelt het ijs bijna volledig. Hoewel het zee-ijs een kale vlakte lijkt en maar weinig licht doorlaat, krioelt het onder het ijs van het leven. Hauke Flores van Wageningen Imares onderzocht de voedselketen, de soortensamenstelling en de ruimtelijke verspreiding van dieren in het Antarctisch ijsgebied. Zijn veldwerk verrichte hij aan boord van de Duitse onderzoeksijsbreker Polarstern in de Lazarevzee, ten zuiden van Zuid-Afrika. Op 1 mei promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor het onderzoek ontwikkelde Imares een speciale methode: Surface and Under Ice Trawl (SUIT). Hiermee kan men over een groot gebied de bovenste twee meter van de waterkolom bemonsteren. Flores onderzocht een gebied van in totaal meer dan 600 duizend vierkante kilometer en ontdekte daarin 47 diersoorten. ‘Door de soorten levend te vangen en ze in aquaria te houden, kun je direct het effect van het ijs zien. Als je een stuk ijs toevoegt, gaan de vlokreeften er bijvoorbeeld meteen onder zitten.’

Waterkolom

Voor het eerst is ook duidelijk in welke hoeveelheden Antarctisch krill (Euphausia superba) in de bovenste 2 meter van de waterkolom voorkomt. Deze garnaalachtigen maken deel uit van het zoöplankton. Volgens Flores is hun voorkomen vlak onder het ijs voorheen slechts sporadisch onderzocht, en met verouderde technieken, zoals camera-opnames en duiken. ‘Het probleem daarmee is dat de dieren niet altijd precies daar zitten waar jij het water in gaat’, zegt Flores. ‘Voor goede kwantitatieve metingen moet je een veel groter gebied beslaan.’ Met de sonartechnologie die begin deze eeuw beschikbaar kwam, kan men weliswaar grote gebieden in kaart brengen, maar de bovenste 2 meter blijft lastig. Daar zorgt akoestische reflectie tegen het ijs voor ‘vervuiling’ van het beeld.

SUIT omzeilt dat probleem. ‘Als je gegevens van diepere waterlagen vergelijkt met onze metingen, dan blijkt krill in de 2 meter onder het ijsoppervlak veel meer voor te komen dan de 200 meter eronder’, vertelt Flores. Dit suggereert dat de biologische productie in met ijs bedekte gebieden veel groter is dan tot nu toe werd aangenomen.

Krill wordt sterk bevist rond het Antarctisch Schiereiland, voor toepassingen in de aquacultuur, cosmeticaproductie en menselijke consumptie. Flores waarschuwt daarom dat zijn bevindingen niet impliceren dat er meer gevist kan worden. ‘Deze grote hoeveelheden betreffen alleen de ijsgebieden, niet de gehele populatie. Het geeft wel aan dat ijs belangrijk is voor krill, maar daarmee ook dat het systeem heel kwetsbaar is.’

Krill speelt een belangrijke rol in het ecosysteem. Voorheen werd zelfs aangenomen dat krill een centrale plek in de voedselketen inneemt. Algen staan op het menu van krill, dat weer wordt gegeten door toppredatoren zoals zeehonden of zeevogels. Met zijn onderzoek ontkracht Flores deze klassieke benadering. Ook vis en inktvis vormen een aanzienlijk onderdeel van het menu van toppredatoren; Flores toonde aan dat de totale voedingswaarde van het bestand aan lantaarnvissen (Electrona antarctica) vermoedelijk even groot is als die van het krillbestand. Of de lantaarnvis daarmee ook de functie van stapelvoedsel kan vervullen, is nog onduidelijk. ‘Er zijn gevallen bekend van zeehonden die honderden kilometers zwemmen om lantaarnvissen te vangen, terwijl er een zee aan krill voor hun neus ligt’, zegt Flores. ‘Het geeft in elk geval aan dat de klassieke voedselketen een simplificatie is van de werkelijkheid.’ Dat neemt overigens niet weg dat krill volgens Flores cruciaal is voor het gebied: ‘Het is het enige organisme dat de enorme rijkdom aan leven in Antarctica kan verklaren. Zonder krill gaat het ecosysteem kapot.’

Lantaarnvis

Gezien het belang van zee-ijs voor het Antarctische ecosysteem, kan klimaatverandering volgens Flores grote gevolgen hebben, zeker in combinatie met andere menselijke invloeden. De lantaarnvis wordt nu bijvoorbeeld niet bevist, maar volgens Flores kan dat snel veranderen. ‘Mensen kunnen complete populaties in korte tijd uitroeien. Het is belangrijk te weten hoe het ecosysteem kan verschuiven en welke rol ijs daarin speelt.’

Voor Flores is het duidelijk dat het ijsoppervlak verandert. Aan de Noordpool is het ijsverlies dramatisch, maar aan de Zuidpool is er netto een kleine toename. Flores wijst erop dat er lokaal echter sterke verschillen zijn: ‘Op het Antarctisch Schiereiland vindt de hoogste temperatuurstoename ter wereld plaats.’ Het leven onder het ijsoppervlak kan zich pas vestigen als het ijs er lang genoeg ligt. Er is daardoor een groot verschil in de productiviteit tussen de Noord- en de Zuidpool. ’In de zomer smelt het ijs op de Noordpool doorgaans niet, waardoor er meerjarig ijs ligt. Aan de Zuidpool is het ijs eenjarig. De verwachting is dat de Noordpool ook ijsvrij zal worden in de zomer.’ Flores’ gegevens over het Zuidpoolijs zijn daarom ook belangrijk voor het Arctisch gebied. Hij hoopt dat ze kunnen bijdragen aan ecosysteembescherming en verantwoord visserijbeheer in een veranderend klimaat.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 mei 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.