Je leest:

Oorlogje spelen

Oorlogje spelen

Auteur: | 6 juli 2009

Oorlog voeren we al zolang we bestaan. Zo ook in de Griekse wereld in de archaïsche tijd (ca. 800 tot ca. 500 B.C.). Opvallend is echter dat de interstatelijke oorlogen in het Griekse moederland, op de Dorische- en Ionische eilanden en in de Griekse kustplaatsen in Klein-Azië een ‘beperkt’ karakter droegen. Maar hoe is dit ‘beperkte’ karakter te verklaren?

Griekenland in de archaïsche periode: het Griekse moederland, de Dorische- en Ionische eilanden en de Griekse kustplaatsen in Klein-Azië.
Wikimedia

De ‘beperkte’ oorlogvoering in archaïsch Griekenland kende een aantal kenmerken. Eén van deze kenmerken was het maken van afspraken over tijd en plaats van vechten. De veldslagen vonden plaats op speciaal uitgekozen terreinen of open velden op een van tevoren afgesproken tijdstip. Het gebruik van hinderlagen, verrassingsaanvallen en krijgslisten kwam in de archaïsche oorlogvoering zo goed als niet voor. Uit dit aanzeggen van een gevecht ontstond in de klassieke tijd de formele oorlogsverklaring.

Een ander kenmerk was het maken van afspraken over de te gebruiken wapens. Van tevoren werd bepaald met welke wapens ze gingen vechten. Sommige werden verboden, andere juist toegestaan.

Een derde kenmerk dat de archaïsche Grieken in hun oorlogvoering hanteerden, was het uitvechten van duels. Deze duels werden gevoerd door twee of meerdere ‘kampioenen’. Soms zelfs door groepen van driehonderd ‘kampioenen’. Deze duels konden plaatsvervangend zijn. Bedoeld om het aantal slachtoffers te beperken. Hierbij was het niet ongebruikelijk dat beide legers toekeken. Er werd gestreden om een inzet. Daarnaast werden duels uitgevochten als onderdeel van de strijd. Zowel tijdens de slag als vlak voor de slag. De ‘kampioenen’ of voorstrijders sprongen uit de eerste gelederen naar voren om de tegenstander uit te dagen tot een duel. Deze vorm van duels kwamen we vooral in het begin van de archaïsche tijd tegen. Duels waren ook een beperking in het aantal deelnemers.

De ‘300 van Sparta’ waren ‘kampioenen’ of ‘uitverkorenen’.

Een vierde kenmerk van de oorlogvoering in archaïsch Griekenland was het beslechten van conflicten door middel van arbitrage. Dit kon één of meerdere personen zijn, maar ook een bond, zoals een Amphiktyonie, of een stad . Het was een begin van het oplossen van geschillen door diplomatieke middelen.

Ook in de humanere behandeling van de overwonnenen zien we het beperkte karakter van de archaïsche oorlogvoering terug. Gevangenen en overwonnenen werden niet meer gedood, maar tot slaaf gemaakt, verdreven, vrijgelaten tegen losgeld, maar ook zonder het betalen van losgeld, of helemaal met rust te laten. Een humanere behandeling die we ook zien in de behandeling van de gevallenen. Zij werden niet meer op het slagveld achtergelaten, maar al dan niet tijdens een wapenstilstand, van het slagveld gehaald en vervolgens begraven of gecremeerd. Voor deze wapenstilstanden zorgden herauten. Een andere taak van hen was het aanzeggen van de gevechten en het regelen van afspraken over de te gebruiken wapens. Uit de wapenstilstanden ontstond in latere tijd het vredesverdrag. Herauten waren onschendbaar. Samen met het optreden van gezanten en boodschappers regelden zij het onderlinge verkeer tussen de strijdende partijen. Contacten tussen de strijdende partijen werden niet verbroken.

Parallele culturen

Deze kenmerken van de interstatelijke oorlogvoering in het archaïsche Griekse moederland, op de Dorische- en Ionische eilanden en in de Griekse kustplaatsen van Klein-Azië zien we ook terug in de oorlogvoering van het Rome van ca . 753 tot ca. 338 B.C., het China van ca. 800 tot ca . 300 B.C.. het India van ca. 1000 B.C. tot ca. 100 A.D., de Kelten en Germanen uit de eeuwen rond het begin van onze jaartelling en bij primitieve volken.

Deze primitieve volken vechten hun conflicten op een beperkte manier uit wanneer zij strijden tegen mensen of groepen die tot dezelfde culturele eenheid behoren. Hierbij strijden zij meestal om een grensgebied of om eer. Tegen mensen of groepen die niet tot deze culturele eenheid behoren vechten ze op een onbeperkte manier. Hierbij strijden ze om existentiële zaken, zoals hun naakte voortbestaan.

Culturele eenheid

Zo moet het ook bij de archaïsche Grieken geweest zijn. Vanaf het begin van de archaïsche periode ontstond er een Griekse culturele eenheid, een pan-Helleens gevoel, het gevoel één volk te zijn. Factoren die hiertoe hebben bijgedragen was een bevolkingsexplosie aan het einde van de Dark Age, het ontstaan van poleis (steden) en het naar elkaar groeien van de verschillende nederzettingen, het ontstaan van handelscontacten met niet-Grieken, het hebben van een verwante taal en de invoering van een alfabet, de rondreizende vertellers met hun verhalen over het Griekse verleden zoals de Homerische epen, het hebben van een herkenbare godsdienst met een duidelijke godenwereld en de daarbij behorende festivals en sportevenementen zoals de Olympische Spelen.

De Olympische Spelen droegen bij aan verbroedering en een culturele eenheid in archaïsch Griekenland.
Jorg Rousseeuw

Daarnaast, of beter gezegd daarboven, valt de beperking van de archaïsche interstatelijke oorlogsverklaring ook te verklaren door het ontstaan van een ’pan-Helleens aristocratisme ’. Door de bevolkingsgroei tegen het einde van de Dark Age werd de oude machtsstructuur met zijn basileus (koningen) onwerkbaar en traden aristocratische families naar voren als nieuwe leiders. Deze monopolisering van de macht door aristocraten, kende een vervolg in de monopolisering van het slagveld door hen. Dit was een gevolg van een combinatie van hen als voorstrijders en de komst van de bronzen panoplia (wapenrusting) met haar hoplon (schild). Dit noodzaakte op haar beurt een andere opstelling: de hoplietenphalanx. Deze was alleen bruikbaar op open, vlakke terreinen. Hier maakten de hoplieten afspraken over, begaven zich naar het slagveld, stelden zich daar op, wachtten op de vijand en begonnen de slag.

Op deze vaas van Chigi (ca. 650/640 v.Chr.) zijn de hoplieten in actie te zien.

De inzet van de archaïsche Griekse interstatelijke oorlogen waren grensafbakening en eer. Grensafbakening was noodzakelijk geworden na de door de bevolkingsgroei tegen elkaar aangroeiende nederzettingen. Eer was voor de aristocraten altijd al een belangrijk element om voor te strijden geweest. Zowel op het slagveld als in de sportarena. Het competitieve denken dat kenmerkend was voor de aristocratische, archaïsche cultuur sloeg in de loop van de archaïsche periode over op de hoplietenphalanx en op de poleis als geheel.

Lees ook:

  • Brodersen, K. ‘Heiliger Krieg und Heiliger Friede in der frühen griechischen Geschichte’, Gymnasium 98 (1991) 1-14
  • Lonis, R., Les usages de la guerre entre Grecs et Barbares (Parijs 1969)
  • Piccirilli, L., Gli arbitrari interstatali Greci. I. Dalle origini al 338 a.C. (Pisa 1973)
  • Pritchett, W.K., The Greek state at war I-V (Berkeley, Los Angeles en Londen 1971 – 1991)
  • Singor, H.W., Oorsprong en betekenis van de hoplietenphalanx in het archaïsch Griekenland (Leiden 1988)
  • Singor, H.W., Homerische helden. Oorlogvoering in het vroege Griekenland. (Amsterdam 2005)
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 juli 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.