Je leest:

Ook volgend jaar tien doden door meningokokken-C

Ook volgend jaar tien doden door meningokokken-C

Auteur: | 22 juni 2002

Meningokokkenziekte is een wereldwijd voorkomende infectie, die wordt veroorzaakt door de meningokok, Neisseria meningitidis. Jaarlijks worden ongeveer in Nederland 1250 gevallen van bacteriële meningitis/sepsis geregistreerd. In 2001 nam de meningokok daarvan bijna 700 gevallen voor zijn rekening.

Hoe krijgt iemand meningokokkenziekte?

Meningokokkenziekte is een wereldwijd voorkomende infectie, die wordt veroorzaakt door de meningokok, Neisseria meningitidis. Voor deze bacteriën is de neusholte van mensen de enige natuurlijke biotoop; afhankelijk van de leeftijd is tussen de twee (baby’s) en twintig procent (adolescenten) drager van de bacterie.

Het dragerschap is meestal tijdelijk en duurt zes tot negen maanden. Overdracht vindt plaats via slijmdruppeltjes na niezen of hoesten of door direct contact. In omgeving van patiënten is de kans op besmetting honderd maal hoger dan in de algemene bevolking.

Bij een klein aantal dragers dringt de bacterie door het neusslijmvlies in de bloedbaan, waarna ze in 85 procent van de gevallen hersenvliesontsteking (meningitis) en de resterende gevallen bloedvergiftiging (sepsis) veroorzaakt. Tijdige diagnose en behandeling met antibiotica kan de infectie bedwingen.

Gemiddeld sterft tien procent van de patiënten en twintig procent houdt restverschijnselen over (zoals neurologische afwijkingen na meningitis en ernstige huidlittekens en amputaties na sepsis).

Hoe vaak komt meningokokkenziekte voor?

Jaarlijks worden ongeveer in Nederland 1250 gevallen van bacteriële meningitis/sepsis geregistreerd. In 2001 nam de meningokok daarvan bijna 700 gevallen voor zijn rekening. De incidentie van meningokokkeninfecties ligt in Nederland op 1,7 per honderdduizend inwoners per jaar, maar met 65 procent van de patiënten onder de achttien jaar is dat voor die leeftijdscategorie hoger: 4,4 per honderdduizend.

Daarnaast zijn er veel meer bacteriën en ook virussen die meningitis veroorzaken. Een andere belangrijke bacterie is de pneumokok (Streptococcus pneumoniae) die ruim dertig procent van de meningitisgevallen veroorzaakt. Een grote verzameling overige bacteriesoorten heeft ieder een veel kleinere bijdrage (o.a. E. coli, S. aureus en H. influenzae). Alleen tegen H. influenzae wordt sinds 1993 standaard gevaccineerd en deze ziekteverwekker is daardoor sterk teruggedrongen. In 2005 wordt een gecombineerd pneumokokken/meningokokken C vaccin verwacht.

Hoeveel soorten meningokokken zijn er?

Tot op heden zijn ruim een dozijn hoofdtypen (serogroepen) meningokokken beschreven. Meningokokken worden getypeerd aan de hand van de structuur van het omhullende polysaccharidekapsel en de eiwitten (porines) die daarin zitten. De polysaccharides zijn verantwoordelijk voor het infectieuze karakter van deze bacterien – ze zorgen ervoor dat het afweersysteem minder goed grip op ze kan krijgen.

Verschillende meningokokkenserogroepen hebben verschillende polysaccharidestructuren en dat levert de hoofdtypering (Bijvoorbeeld type A, B, C, W-135) die men in het dagelijks spraakgebruik terughoort. Iedereen kent inmiddels de term meningokokken type C, waartegen nu gevaccineerd wordt.

Welk aandeel heeft type C in het totale aantal infecties?

Uit de analyses van meningokokkeninfecties tussen 1996 en 2000 in Nederland blijkt dat de overgrote meerderheid wordt veroorzaakt door meningokokken type B. In de periode tot en met 2000 was die verantwoordelijk voor 83 procent van de infecties, type C voor 14 procent, W-135 voor twee procent.

Sinds twee jaar zit er een stijging in het aantal gemelde gevallen van meningokokken type C. Eind jaren negentig werden tussen de 55 en 80 gevallen per jaar gemeld, in 2000 volgden 152 registraties en in 2001 277 gevallen. Het aandeel van type C in het totale aantal menigokokkeninfecties groeide van 19 procent in 2000 tot 38 procent vorig jaar – waarschijnlijk zal dat percentage dit jaar verder stijgen. De oude gedachte dat vaccinatie tegen de Cvariant marginale winst is, gaat niet meer op.

Waarom werd er niet eerder tegen meningokokken C gevaccineerd?

Er was al langer een vaccin beschikbaar – een preparaat van het polysaccharidekapsel – maar dat gaf bij kinderen jonger dan twee jaar onvoldoende bescherming, terwijl daar het aantal slachtoffers juist het hoogst is. Bovendien blijken de polysaccharidevaccins slechts enkele jaren effectief bescherming te bieden – er wordt geen langdurig immunologisch geheugen geinduceerd.

In het nieuwe meningokokken C vaccin is het polysaccharide gekoppeld (geconjugeerd) aan een eiwit: tetanustoxine of difterietoxine. Daardoor wekt het ook bij jonge kinderen een immuunreactie op en biedt het langer bescherming (tot tien jaar). Dit conjugaatvaccin is in Nederland verkrijgbaar onder verschillende merknamen, zoals NeisVac-C en Meningitec. Het vaccinatieprogramma van de overheid wordt met NeisVac-C van Baxter gedaan. Kosten circa tachtig miljoen euro.

Is er geen vaccin tegen meningokokken B?

Tegen de andere belangrijke veroorzaker van meningokokkenziekte – type B, met circa vierhonderd ziektegevallen per jaar – is het vaccin in ontwikkeling, maar nog niet commercieel beschikbaar.

De ontwikkeling van dat vaccin kost meer moeite, omdat de type-B-suikerketen op de celwand overeenkomsten vertoont met glycoproteïnen in verschillende lichaamsweefsels – vooral de hersenen – waardoor het nauwelijks een afweerreactie opwekt. Een type-B polysaccharidevaccin is daarom zinloos. Een eiwit in de celmembraan (porine A) blijkt wel een goede vaccinkandidaat. Porine A wekt wel een afweerrespons op in patiënten. Het RIVM is ver gevorderd met de ontwikkeling van een vaccin op basis van Porine A. Dit meningokokken B-vaccin (Hexamen) bestaat uit buitenmembraanblaasjes met zes verschillende Porine A-eiwitten. In theorie zou dit vaccin 78 procent van het totale aantal meningokokkeninfecties in Nederland kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan een grootschalige fase-3-klinische studie met dit vaccin, waaraan alle pasgeborenen in Nederland kunnen meedoen. Het vaccin komt waarschijnlijk niet voor 2008 beschikbaar.

Wat is de (theoretische) winst van de huidige campagne?

Stel dat in 2001 alle jongeren tot en met achttien jaar gevaccineerd waren geweest tegen meningokokken C, dan zouden circa 180 (65 procent) van de 277 gevallen van meningokokkenziekte te voorkomen zijn geweest, inclusief 18 sterfgevallen en tientallen patiënten met (ernstige) restverschijnselen.

Dat betekent overigens ook dat van de Nederlanders ouder dan 18 jaar bijna honderd mensen met meningokokken C geïnfecteerd raakten en circa tien aan de gevolgen daarvan zijn overleden. Dat is ook na dit jaar niet veel anders – een inentingscampagne is voor mensen boven de achttien namelijk niet kosteneffectief.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.