Je leest:

Oogvlies aan een touwtje

Oogvlies aan een touwtje

Auteur: | 22 juni 2012

Het door NWO gefinancierde project ‘Cultures of Collecting: The Leiden Anatomical Collections in Context’ onderzocht de culturele context waarin achttiende-eeuwse anatomische preparaten werden gemaakt en verzameld, met de preparaten zelf als uitgangspunt. De resultaten zijn verrassend: de preparaten blijken een schat aan informatie te herbergen over ideeën over schoonheid, wetenschap, de aard van het leven en de mens.

Vanaf de zeventiende eeuw verzamelde de Universiteit Leiden een anatomische collectie, eerst in het anatomisch theater en later in laboratoria, het academisch ziekenhuis en een anatomisch museum. De meeste preparaten werden gemaakt door Leidse hoogleraren anatomie en na hun dood geschonken aan of aangekocht door de universiteit.

De overblijfselen van de historische collectie, in totaal zo’n achtduizend preparaten en waarvan de meeste uit de 18e en 19e eeuw stammen, is gedeeltelijk in bruikleen bij het Leidse Museum Boerhaave. Een ander deel staat in het anatomisch museum van het LUMC, dat alleen voor medisch studenten en professionals toegankelijk is. Omdat de collectie zo omvangrijk is, staat het grootste gedeelte van de preparaten in de opslag.

Small
Portret van de Leidse anatoom Bernard Siegfried Albinus (1697-1770).

Geen functie

Het onderzoek was nodig omdat de enorme collectie historische preparaten veel ruimte en onderhoud vereist, maar niet echt een functie heeft voor de core business van de eigenaar, het LUMC.

Sommige oude preparaten zijn nog nuttig in hedendaags medisch onderwijs en onderzoek omdat ze vergevorderde stadia van ziekten laten zien die hier óf niet meer voorkomen, óf over het algemeen al vroeg succesvol bestreden worden. Dat is handig voor artsen als ze bijvoorbeeld naar ontwikkelingslanden vertrekken, waar die ziekten nog wel voorkomen. Maar veruit de meeste historische preparaten hebben geen functie meer in het hedendaagse medische onderwijs en onderzoek.

Toch wil het LUMC ze niet zomaar wegdoen of voor een groot publiek tentoonstellen. Het zijn immers wel menselijke resten, en de preparaten roepen allerlei vragen op. Zo zijn er bijvoorbeeld kinderarmpjes met kanten mouwtjes en organen die met kwikzilver zijn geïnjecteerd. Ik onderzocht waarom de preparaten er zo uitzien, en ontdekte op die manier veel nieuwe dingen over de manier van denken en werken van de achttiende-eeuwse anatomen.

Minder eng

Zo bleken de Leidse anatomen allemaal gedreven te zijn door een streven naar schoonheid bij het maken van hun preparaten, en dat idee van schoonheid veranderde met de mode mee in de loop van de achttiende eeuw. Stompjes van ledematen en sporen van ontleding op kinderhoofdjes werden bijvoorbeeld verborgen met mouwtjes en mutsjes, om de preparaten er levendiger en minder eng uit te laten zien.

Ab0015
Preparaat van Bernard Siegfried Albinus. Aan het touwtje hangt een met rode was geïnjecteerd oogvlies.
Museum Boerhaave

Aan het begin van de achttiende eeuw, toen grote kanten kragen en manchetten mode waren, kregen de preparaten ook kanten randjes aan mouwen en mutsjes. Toen in de loop van de eeuw kant steeds meer uit de mode raakte, verdwenen ook de kanten versieringen bij de preparaten.

Het preparaat van de Leidse anatoom Bernard Siegfried Albinus (1697-1770) hiernaast, is één van de laatste voorbeelden van een met kant versierd preparaat. Hoewel kant al een beetje uit de mode begon te raken, gebruikte Albinus het in dit preparaat toch nog omdat hij wilde verwijzen naar zijn voorganger en leermeester Frederik Ruysch. Aan het touwtje hangt namelijk een met rode was geïnjecteerd oogvlies, waarover Ruysch eerder had gepubliceerd.

Hij dacht een nieuw vlies ontdekt te hebben en noemde dat de ‘tunica ruyschiana’. Albinus deed zijn experiment nog eens na, en kwam tot de conclusie dat er toch geen sprake was van een nieuwe ontdekking. Jammer voor Ruysch, maar niet erg en zelfs begrijpelijk, zo schreef Albinus in een publicatie. Ruysch had immers ontzettend veel knap werk gedaan; geen wonder dat hij er wel eens naast zat.

Albinus kabinet
De broers B.S. en Frederik Albinus in hun anatomisch kabinet.
UB Leiden

Maar dit preparaat is meer dan alleen het resultaat van een onderzoek en een verwijzing naar Ruysch. Albinus was namelijk heel erg geïnteresseerd in hoe de zintuigen werken, en hij was van mening dat je dat alleen kon ontdekken door ze zelf te ontleden.

Dat was ook wat hij deed om dit preparaat te maken: hij ontleedde een oog, en van de arm verwijderde hij heel voorzichtig de huid en nagels. Van de huid maakte hij weer een ander preparaat, dat helaas verloren is gegaan. De twee preparaten gebruikte hij vervolgens in zijn colleges om aan studenten te laten zien hoe huid en oog zijn opgebouwd.

Ten slotte wilde Albinus met deze preparaten laten zien wat een verfijnde, elegante anatoom hij was. Beide preparaten zijn ontzettend moeilijk om te maken, en de arm met het oogvlies is een allegorie van de twee belangrijkste zintuigen voor een goede anatoom: tast en zicht.

Ook in het preparaat van de huid van de arm liet Albinus zijn streven naar elegantie zien: hij hing het preparaat niet zoals gebruikelijk op aan een paardenhaar, maar aan een takje van een plant die Senecio Elegans heet. Dit soort preparaten zijn dus heel gelaagde objecten: ze waren onderzoeksresultaat, bewijsstuk, hulpmiddel in het onderwijs, allegorie en proeve van bekwaamheid tegelijk.

Marieke Hendriksen is promovenda en docent bij de opleiding Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Zij is wetenschaps- en cultuurhistorica en in het bijzonder geïnteresseerd in de materiële cultuur van de wetenschapsgeschiedenis. Haar boek ‘Aesthesis in Anatomy: materiality and elegance in the eighteenth-century Leiden anatomical collections’ verschijnt in het najaar van 2012. Naast het voorbeeld van de preparaten van Albinus gaat zij in haar boek ook dieper in op de betekenissen van onder meer osteologische preparaten (botten), het enorme culturele en medische discours dat verborgen ligt in een piepklein littekentje op een oor, de onverwachte schoonheidsidealen die schuilen achter preparaten van ‘monsters’, en de symboliek kralenkettingen en planten die zijn gebruikt in preparaten van menselijke anatomie.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.