Je leest:

Oog in oog met de dood

Oog in oog met de dood

Auteur: | 11 oktober 2012
insect (40)
Thema: Dood

In België en Nederland is het mogelijk: rottende dieren bekijken tijdens je boswandeling. Bedolven onder de maden en vleesvliegen. Kennislinkredacteur Anne van Kessel was nieuwsgierig en sprak natuurbeheerders over dit project. ‘De dood hoort bij het bos, net als het leven.’

“Daar komt de eerste buizerd, zie je hem?”, vraagt natuurbeheerder Bart Beekers van stichting ARK. De buizerd hupt om de resten van een halfvergaan zwijn dat in het Limburgse bos ligt. De vogel is nieuwsgierig, maar echt eten doet hij niet. “Hij is eigenlijk al te laat. Na twee dagen is het kadaver ongeschikt door alle verteringssappen die vrijkomen door het werk van maden en de aanwezige bacteriën. Daarom ruikt het ook zo heftig.” We staan op een plek in het bos van de Meinweg waar de laatste resten van een ree en een zwijn liggen en bekijken de filmpjes die de cameraval de afgelopen nachten heeft opgenomen.

Dood doet leven

In België wordt het project Dood doet Leven uitgevoerd in het Zoniënwoud, een bos van 4421 hectare, ten zuidoosten van Brussel. Het is een van de overblijfselen van het oerbos Kolenwoud, dat zich ooit van Brabant tot aan Noord-Frankrijk uitstrekte. Door grootschalige ontbossing en de aanleg van wegen, werd het bos steeds kleiner en versnipperde. Het woud trekt jaarlijks ruim 1,5 miljoen bezoekers.

In Nederland is het project Dood doet Leven actief in het Limburgse Landgoed de Hamert, Stramprooierbroek, Kempen-Broek, de Meinweg en het Gelderse De Groenlanden.

De kadavers en de dieren die erop af komen, vormen onderdeel van het project ‘Dood doet Leven’. Sinds 2008 worden in Nederland en België op initiatief van verschillende organisaties, zoals de Nederlandse Stichting ARK en het Vlaamse Agentschap voor Natuur en Bos, dode dieren in bepaalde natuurgebieden achtergelaten.

Met het project willen ze de biodiversiteit in het bos verhogen door bijvoorbeeld grote aaseters als de gier en zwarte wouw terug naar Nederland te krijgen, als ook een aantal zeldzame insectensoorten. Een tweede doel is het onderzoek naar kadaverafbraak en een derde de aanblik van dode dieren in de natuur aanvaardbaar maken.

Verkeersslachtoffers

“Het is heel onnatuurlijk om dode dieren weg te halen uit de natuur”, zegt Beekers. “Met rondleidingen en voorlichtingsmateriaal hopen we bezoekers dat te laten zien.” Nu is het niet zo dat als je op zondagmiddag een wandeling in een Limburgs bos gaat maken, je meteen op tientallen kadavers stuit. “Als je ze niet wilt zien, zie je ze niet en het gaat om ongeveer één dier per maand per gebied.” De dieren zijn veelal verkeersslachtoffers van de wegen die de bossen kruisen. In Nederland vinden voornamelijk zwijnen en reeën de dood onder een auto. “De slachtoffers worden bij de politie gemeld en die geeft het weer door aan ons.” Nadat ze zijn opgehaald, krijgen de dode dieren een plekje in het bos.

Aan verkeersslachtoffers in België geen gebrek.
Dirk Raes

Kadaverroute

Een week later rijd ik in de grote stroom van auto’s richting Brussel, op weg naar het Vlaamse Zoniënwoud, waar de Vlaamse tak van het Dood doet Leven-project actief is. Aan dierlijke verkeersslachtoffers geen tekort hier, dat wordt me meteen duidelijk. Het grote bosgebied is totaal versnipperd door alle wegen die er doorheen lopen en waar flink hard gereden wordt. Als overstekend wild maak je geen schijn van kans. “In de afgelopen vier jaar hebben wij 230 verkeersslachtoffers geregistreerd en opgehaald”, vertelt boswachter Dirk Raes van Agentschap voor Natuur en Bos.

Het is even wennen om de dode dieren te zien. Ook op de foto’s die in dit artikel staan. Deze foto valt mee; van het Limburgse zwijn zijn alleen nog wat botten over.
Anne van Kessel

Het Vlaamse Dood doet Leven ging bijna op hetzelfde moment als in Nederland van start. Alleen worden de dieren hier juist wel op plekken geplaatst waar mensen ze tegen kunnen komen. Raes: “We vinden het erg belangrijk dat mensen inzien dat het normaal is om dode dieren tegen te komen in de natuur. De dood hoort bij het bos, net als het leven. Naast bijvoorbeeld een paddestoelenroute, is er nu ook een kadaverroute.”

Lopend door het bos zien we al snel de eerste bordjes. Aan de hand van tekeningen wordt uitgelegd hoe de afbraak van een kadaver verloopt. Een paar meter verderop kun je de dood zelf in de ogen kijken en ruiken. Een golvend madentapijt en een zure lucht wijzen de weg naar het eerste dier. Een ree, die de afgelopen nacht precies voor de helft door een vos is opgegeten. De ruggenwervel steekt eruit en tientallen vliegen doen zich tegoed aan de restjes vlees die eraan hangen. In de ogen en mond van het dier krioelt het van de maden. “Maden kiezen het eerst voor de weke delen, daar kunnen ze makkelijk bij”, legt Raes uit. De ree ligt er nu een week. “In de zomer zou hij al bijna weg zijn, door de kou gaat alles nu veel langzamer”, zegt Raes.

Van de ree is na een week al de helft opgegeten.
Anne van Kessel

Dat is even verderop goed te zien. De eerste bevroren vliegen liggen stijf op de nog bijna intacte lijkjes van twee vossen, een klein damhert en een marter. Ze liggen er nu vijf dagen. De vliegen hebben nog wel eitjes af kunnen zetten in de mond en wonden van de dieren. Raes: “Die eitjes zullen, als het niet te koud wordt, morgen uitkomen. Dan ontstaat er ook op deze dieren een madentapijt.”

Zien hoe de afbraak van een Schotse hooglander stap voor stap gaat? Bekijk de schetsen in deze slideshow:

1/5

De afbraak van een Schotse hooglander – de verse fase

1/5

De afbraak van een Schotse hooglander – de inflatiefase

1/5

De afbraak van een Schotse hooglander – de vroege rotting

1/5

De afbraak van een Schotse hooglander – de late rotting

1/5

De afbraak van een Schotse hooglander – de droge fase

Gierenrestaurant

Terug naar Limburg. Van het zwijn in het Limburgse bos zien we alleen de schedel nog, van de ree liggen er slechts haren. Tientallen kevers kruipen er doorheen en een licht zurige geur hangt om de plek heen. Van de dieren is nog maar weinig over, de ree ligt er nu negen dagen. “Zeker in de zomer kan het heel snel gaan", weet ook Beekers te vertellen. "Als buizerd moet je er dan wel op dag 1 of dag 2 bij zijn. Maar er zijn ook aaseters zoals gieren die een maaginhoud hebben die heel goed om kan gaan met rottende kadavers. De magen van gieren kunnen zelfs MKZ en botulisme afbreken”, legt Beekers enthousiast uit.

Camera’s rondom de kadavers reageren op bewegingen en filmen wat er gebeurt. Zo werd er in juli van dit jaar zelfs een vale gier in een steengroeve van de St. Pietersberg in Limburg vastgelegd:

“Dat was heel bijzonder. Het was een jong beest uit Zuid-Europa dat zijn leefomgeving aan het verkennen was. In Spanje brengen de boeren hun dood vee naar bepaalde verzamelplekken, de kadavers worden daar niet opgehaald. Dat levert gekunstelde situaties op, de gieren worden in hun eigen gierenrestaurant op hun wenken bediend.”

Naast bijzondere dieren die gefilmd worden, wordt er ook bijzonder gedrag van vaker geziene dieren vastgelegd. In een van de filmpjes die voorbij komt zien we hoe een jonge ree de haren uit een zwijn plukt en daarna kauwende bewegingen maakt. Beekers: “Ik weet niet zo goed waarom hij dat doet. Je ziet grazers wel vaker likken aan dode dieren, dat doen ze voor de mineralen, maar of dit plukken daar ook voor is vraag ik me af.” In België werd op dezelfde manier gefilmd hoe een vos zich tegoed deed aan een soortgenoot. Boswachter Raes: “De meeste dieren eten geen soortgenoten, maar als het koud is en ze moeilijk aan voedsel kunnen komen, komt het wel eens voor.”

Maden weten hun weg snel te vinden als het om verse kadavers gaat.
Anne van Kessel

De komst van de ruwe beenderknager

Niet alleen zijn de kadavers een lokmiddel voor grote aaseters, ze zijn ook erg interessant voor forensisch entomologen van het Belgisch Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie en het Nederlands Forensisch Instituut. Beekers: “Forensisch entomologen nemen om de zoveel tijd monsters van de insecten op het dierenlijk en bekijken welke soorten insecten er onder welke omstandigheden wanneer voorkomen. Zo komen vleesvliegen vrij snel op een kadaver af en komt de ruwe beenderknager, die van het ruggenmerg leeft, pas in een later stadium van ontbinding. Als je die op een kadaver aantreft, weet je dat het er al wel even ligt.”

Op de tong van deze vos zijn de eerste vliegeneitjes al afgezet.
Anne van Kessel

Dat is handig om te weten want de twee instituten moeten ook bij een mensenlichaam dat gevonden wordt vast kunnen stellen wanneer de persoon is overleden. Door goed naar de afbraak van het kadaver van een dier te kijken, leren de onderzoekers veel over de afbraak van een mensenlichaam. “Toeval is dat de gebieden waar wij werken afgelegen zijn en dat zijn ook de plekken waar je soms slachtoffers van een misdrijf vindt. Dat is voor het forensisch instituut wel interessant. Daarnaast kunnen forensisch entomologen door het Dood doet Leven project het effect van verschillende locaties en weersomstandigheden bekijken”, zegt Beekers. “Als het regent komen vliegeneitjes bijvoorbeeld niet uit. En op zandgrond verloopt de afbraak van een lichaam anders dan op laagveen”, legt Raes me in België uit. “Op een open vlakte loopt de temperatuur veel sneller op en verloopt de afbraak van een lijk dus ook sneller.”

The Body Farm

Maakt het dan niet uit of je onderzoek doet op een mensenlichaam of een zwijn of ree? “Nee”, vertelt Raes me. “Als ik jou nu een koppie kleiner zou maken en in het bos neer zou leggen, zie je er over een paar dagen hetzelfde uit als de dieren waar we nu naar kijken.”

Beekers: “Veel insecten komen gewoon op eiwitten en vetten af en die hebben wij ook.” Wellicht dat er enige verschillen zijn, maar in Nederland is het simpelweg verboden om mensenlichamen in de natuur te leggen om de insectontwikkeling te bekijken. Dat mag in Amerika wel, daar ligt in de staat Tennessee The Body Farm, een plek waar soms wel vijftig lijken tegelijkertijd liggen en waar de insectensoorten in de verschillende staten van ontbinding nauwlettend in de gaten worden gehouden.

Meer weten over The Body Farm? Bekijk onderstaand filmpje.

Als ik een paar uur later springlevend terug naar Utrecht rijd, kom ik nog een aantal platgewalste slachtoffers die de oversteek niet overleefd hebben tegen. Dan zie ik ze toch liever tijdens een boswandeling, tussen de andere dieren.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 oktober 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.