Je leest:

Onthullende verpakking

Onthullende verpakking

Auteur: | 1 maart 2005

Betrouwbare voorspellers van een toekomstig hartinfarct zijn van groot belang. Tot nu toe geldt de verhouding tussen goed en slecht cholesterol als beste indicator. Hoe lang nog? Onderzoek van Matthijs Boekholdt wijst uit dat apolipoproteïnes een stuk betrouwbaarder zijn.

Niemand krijgt graag hart- en vaatziekten. Tegen dat algemene verlangen in, neemt het aantal mensen met dergelijke aandoeningen nog altijd toe. ‘Die hart- en vaatziekten hebben een lange ontstaansgeschiedenis’, zegt Matthijs Boekholdt, arts-onderzoeker op de afdelingen Cardiologie en Vasculaire geneeskunde in het AMC, ‘want al jaren voordat de klachten zich openbaren, begint het ziekteproces. Een te hoog cholesterolgehalte is daarvoor een belangrijke risicofactor. Het cholesterol stapelt in de vaatwand en veroorzaakt daar ontstekingen. Daardoor kruipt het cholesterol nog makkelijker in de vaatwand. Zo ontstaan plaques, vetkoeken, die na verloop van tijd kunnen openbarsten. Dat leidt tot stolling in de vaten, wat door een hart- of herseninfarct of andere ziekteverschijnselen aan het licht komt. Van cholesterol naar infarct, dat is een proces van járen.’ Preventie is mogelijk door in te grijpen in de verschillende fases van het ziekteproces. Verlaag bijvoorbeeld het cholesterol, rem de ontsteking en voorkom stolling. Hoe eerder het sluipende proces wordt afgeremd, hoe beter het resultaat. Maar je kunt niet blind iedereen gaan behandelen. Er zijn betrouwbare indicatoren nodig die aangeven of een lichaam de weg van de hart- en vaatziekten is ingeslagen. Vóórdat de symptomen zich openbaren. Dat is precies het onderwerp waarop Boekholdt binnenkort promoveert.

Plaques

Hij zocht naar de genetische en biochemische risicofactoren voor coronair lijden, dat hij als maat neemt voor hart- en vaatziekten. ‘Cholesterol is de meest bekende voorspeller van coronair lijden’, zegt Boekholdt. ‘Aanvankelijk keken we uitsluitend naar LDL, het “slechte” cholesterol. Tegenwoordig is de verhouding tussen het “slechte” LDL en het “goede” HDL-cholesterol de gangbare maatstaf. Heb je een hoog LDL en een laag HDL, dan is de kans op toekomstig coronair lijden bijzonder groot. In het omgekeerde geval – een laag LDL en een hoog HDL – dan is het risico juist heel laag. De statines, die zo succesvol zijn gebleken bij het terugdringen van de risico’s, verlagen het LDL, maar doen niets met het HDL.’

Van pingpongbal tot voetbal

Om al dat vettige cholesterol te kunnen vervoeren in waterig bloed, moet het goed verpakt worden in een soort bolletjes. De verpakking bestaat onder andere uit grote eiwitten, zogenaamde apolipoproteïnes (apo). Boekholdt onderzocht twee van dergelijke eiwitten: het apolipoproteïne B (apoB) waarin LDL-cholesterol wordt verpakt, en het apolipoproteïne A-1 (apoA-1), dat als verpakkingsmateriaal voor HDL-cholesterol wordt gebruikt. Het interessante is, dat de hoeveelheid cholesterol per bolletje, en daarmee de grootte, enorm kan variëren; van heel klein (small dense particles) tot heel groot, zeg maar van pingpongbal tot voetbal. De ene persoon vervoert zijn cholesterol in een paar grote bollen, terwijl een ander exact dezelfde hoeveelheid cholesterol vervoert in een heleboel kleintjes. Boekholdt onderzocht op basis van gegevens uit een groot, langlopend Engels bevolkingsonderzoek (EPIC) de voorspellende waarde van LDL en HDL en de beide apo’s. LDL en de verhouding tussen LDL en HDL bleken de kans op toekomstig coronair lijden aardig in te schatten. Boekholdt: ‘Maar deel je apoB door apoA-1, dan krijg je een voorspelling die veel betrouwbaarder is. Kennelijk vertelt de verpakking van cholesterol meer over het toekomstig hartrisico dan het cholesterol zelf! We weten niet precies hoe dat komt, maar het idee is, dat cholesterol in die kleine verpakkingen veel gemakkelijker de vaatwand kan binnendringen en daardoor ook gemakkelijker ontstekingen kan veroorzaken. Klein is gevaarlijk, groot is gezond. De voorspellende waarde van die apo’s was zelfs zoveel beter dan die van LDL- en HDL-cholesterol, dat je in de praktijk voor de bepaling van toekomstig coronair lijden alleen maar de apo-verhouding hoeft te meten. De cholesterolwaarden doen er dan eigenlijk niet meer toe.’ De verhouding tussen de verpakkingsmaterialen is dus kennelijk belangrijker dan de verhouding tussen slecht en goed cholesterol. Boekholdt: ‘Daar lijkt het sterk op. Kleinere studies wezen al in die richting, maar wij hebben nu voor het eerst alle vier factoren – apoB, apoA-1, LDL en HDL – met elkaar vergeleken en zo’n duidelijke conclusie kunnen trekken. In de Verenigde Staten gaan nu al steeds meer stemmen op om de daad bij het woord te voegen en de cholesterolwaarden als voorspeller in te ruilen voor de apo-verhouding.’

HDL en LDL cholesterol

Ingeruild

Boekholdt onderzocht ook de rol van CETP (cholesteryl ester transfer protein) in coronair lijden. ‘Een jaar of tien geleden werden enkele Japanse families gevonden met een heel hoog HDL, dat beschermt tegen vaatproblemen. Deze mensen hadden een genetische mutatie waardoor ze geen CETP aanmaakten. Boekholdt: ’Zonder stevig bewijs begonnen farmaceuten direct CETP-remmers te ontwikkelen. Het idee was: weinig CETP geeft een hoog HDL, en dat voorkomt weer vaatziekten. Maar het bewijs dat een laag CETP ook daadwerkelijk samengaat met een lager risico op coronair lijden, was tot voor kort niet geleverd. Daar hebben wij ons dus mee beziggehouden.’ Bij personen met weinig vetzuren in het bloed vindt Boekholdt geen verband tussen CETP en de kans op coronair lijden. Hebben mensen echter veel vetzuren – zoals diabetici, personen met een metabool syndroom en de wat dikkere mensen – dan loopt het risico ineens sterk op. Bij hen is CETP wél een belangrijke voorspeller voor coronair lijden. Waar komt dat verschil vandaan? Boekholdt: ’We denken dat het CETP pas wordt geactiveerd door een hoog vetzuurgehalte. En wat doet het eiwit dan? Het gaat zich bemoeien met de manier waarop cholesterol wordt ingepakt. Het zet namelijk een verschuiving in gang van groot, gezond verpakkingsmateriaal, naar de productie van de gevaarlijke kleinere verpakkingen.

De voetballen worden ingeruild voor de pingpongballetjes.’ Er is nog een andere aanwijzing dat CETP via de verpakking van cholesterol een voorspeller van toekomstig coronair lijden zou kunnen zijn. Naast de Japanse mutaties die CETP helemaal lamleggen, is er in Westerse populaties ook een mutatie waardoor CETP in wat mindere mate wordt aangemaakt. Boekholdt: ‘Mensen die homozygoot zijn voor deze afwijking – zij beschikken over twee genen die allebei wat minder CETP produceren – hadden ongeveer twintig procent minder kans op coronair lijden. Dit genetische voordeel is vergelijkbaar met het slikken van aspirines of cholesterolverlagers. Daarmee lijkt CETP, naast de apolipoproteïne-verhouding, een interessante voorspeller van coronair lijden te worden.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 maart 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.