Je leest:

‘Online debat moet persoonlijker’

‘Online debat moet persoonlijker’

Auteur: | 10 juli 2007

Een echte democratie kan niet zonder publiek debat. Communicatiewetenschapster Tamara Witschge onderzocht welke rol internet hierbij speelt.

‘Formeel hebben we een democratie in Nederland. Maar informeel valt dat tegen. In een democratie moet er een open debat zijn, waarbij iedereen het recht heeft te zeggen wat hij of zij vindt en waarin vooroordelen weggenomen kunnen worden. Op dit moment kunnen bepaalde groepen hier alles zeggen en andere helemaal niets’, aldus communicatiewetenschapster Tamara Witschge.

‘Op dit moment kunnen bepaalde groepen hier alles zeggen en andere helemaal niets’, aldus Witschge. Het voornaamste probleem is volgens Witschge dat de discussies doorspekt zijn met vooroordelen.

Internet de oplossing?

Iedereen kent de beschuldigingen: de media zouden te links zijn; de media zouden te veel ruimte geven aan rechtse populisten als Pim Fortuyn en Geert Wilders, of hen juist demoniseren; en allochtonen komen te weinig of alleen negatief in het nieuws. Of dit waar is of niet, er lijkt in de media inderdaad geen open debat tussen de diverse groepen in onze samenleving te zijn. Sinds de opkomst van internet wordt dit medium regelmatig genoemd als de oplossing: het is een plek die voor iedereen toegankelijk is en waar mensen die in de reguliere media hun weg niet kunnen vinden hun mening kunnen geven. Maar vindt er op internet wel een open debat plaats?

Debat niet open

Witschge besloot voor haar promotieonderzoek daar dieper in te duiken. ‘Ik zou eerst gaan kijken naar online politieke debatten, maar dit onderwerp bleek te breed. Dus heb ik me beperkt tot het debat over immigrantenproblematiek.’ Omdat discussies over bijvoorbeeld integratie en het gedrag van allochtone jongeren vaak zo veel emoties oproepen, leek het Witschge erg interessant te kijken of hier op internet wel open over gedebatteerd kan worden – en met de immigranten zelf.

Witschge richtte haar onderzoek specifiek op fora, omdat dit de plekken zijn waar in theorie over van alles gediscussieerd kan worden. Zij keek op welke fora het meest gepraat werd over immigranten. Vervolgens maakte ze een selectie waarbij ze rekening hield met de diversiteit. Ze betrok in haar onderzoek fora met een linkse, rechtse en politieke achtergrond en fora gericht op allochtonen. Via een analyse van de zogeheten netiquette (de regels voor online debat), enquêtes onder de deelnemers en analyses van de discussies bekeek ze vervolgens op welke manier het debat plaatsvond. De conclusie: ook op internet is het publieke debat niet echt open.

Internet wordt gezien als een plek die voor iedereen toegankelijk is en waar mensen die in de reguliere media hun weg niet kunnen vinden hun mening kunnen geven. Maar vindt er op internet wel een open debat plaats?

Vooroordelen

Het voornaamste probleem is volgens Witschge dat de discussies doorspekt zijn met vooroordelen, wat deels komt doordat er slechts een beperkte groep aan het woord komt: jonge, hoogopgeleide, autochtone mannen. Zelfs op ‘allochtonenfora’, zoals maghrebonline.nl en maroc.nl. Witschge: ‘Uit mijn vragenlijsten blijkt dat autochtone jongeren deze fora bezoeken omdat ze geïnteresseerd zijn in andere geluiden. Maar zodra het gaat om beladen politieke onderwerpen als immigrantenproblematiek gaan ze de discussie overnemen. Het is toch moeilijk voor mensen om andersdenkenden dezelfde rechten te geven en echt open te staan voor andere meningen. Bij onderwerpen die gevoelig liggen en veel emotie oproepen, zitten mensen vast in hun eigen overtuigingen. Ze luisteren niet echt naar anderen, de dialoog komt niet op gang. Mensen reageren wel op een persoon die een ander geluid laat horen, maar ze gaan niet in op zijn of haar argumenten. Ze proberen zo’n persoon buiten te sluiten. En daardoor is op maroc.nl de discussie hetzelfde als op fok.nl.’

Murat D.

Witschge bespreekt in haar proefschrift de online discussies rond een aantal specifieke onderwerpen. Een daarvan was het doodschieten van een conrector van het Haagse Terra College door leerling Murat D. Een sympathisant van Murat, genaamd Ertan, kwam na het voorval op diverse internetfora voor hem op. Witschge: ‘Je zag dat mensen zijn tegengeluid meteen de kop indrukten, op een heel felle manier. Ertan moest terug naar Turkije, moest de gevangenis in en moest van de fora geband worden. Er werd op geen enkele manier ingegaan op wat hij zei. Het was natuurlijk ook problematisch dat hij steun betuigde aan een moordenaar. Maar hij had wel degelijk iets te zeggen over dat meer jongeren in onze samenleving tegen dezelfde problemen aanlopen als Murat. Dat zij zich volledig buitengesloten voelen. Dat is toch iets waar over gesproken moet worden.’

Op verscheidene fora werd ook gescholden op vrienden van Murat, die op televisie hun steun aan hem hadden betuigd. Op een van de fora verliep de discussie beter. Witschge: ‘In de eerste instantie reageerde een vrouw heel fel op die vrienden. Vervolgens gingen anderen verzachtende omstandigheden aanbrengen. Bijvoorbeeld dat het voor die jongeren ook moeilijk is om hun vriend opeens door zoiets kwijt te raken.’

Witschge: ‘Mensen reageren wel op een persoon die een ander geluid laat horen, maar ze gaan niet in op zijn of haar argumenten. Ze proberen zo’n persoon buiten te sluiten. En daardoor is op maroc.nl de discussie hetzelfde als op fok.nl.’ Foto: Carla Schoo

Eerwraak

Een ander onderwerp waarnaar Witschge heeft gekeken, is eerwraak. In de online debatten hierover, bijvoorbeeld de discussie naar aanleiding van Ayaan Hirshi Ali die riep dat eerwraak onder de terrorismewet moet vallen, ontdekte ze een opvallende tegenstelling met de debatten in de reguliere media. Witschge: ‘In de kranten en op televisie kwamen veel meer allochtonen en vrouwen aan het woord. Maar meer informatie dan die is het er niet mee eens en die ook niet, kreeg je niet te horen. Het ging niet over de inhoud, wat eerwraak is en wat ertegen gedaan kan worden. Online gebeurde dat wel, daar probeerden mensen oplossingen te vinden. Daardoor waren er meer verschillende geluiden te horen.’

Toch waren de online debatten over eerwraak volgens Witschge ook niet echt ‘open’. ‘Er waren hier wel meer argumenten dan in de kranten, maar het debat was volledig doorspekt met vooroordelen tegen moslims. Alle moslims zouden aan eerwraak doen, en het zou een religieus probleem zijn. Terwijl het wereldwijd in allerlei culturen voorkomt. Een echt tegengeluid ontbrak. De grootste afwezigen waren de moslims. Niet om te komen zeggen dat eerwraak goed is, maar om te zeggen: dit is wat ik ervan vind. Zolang dat niet gebeurt, blijven alle angsten en vooroordelen bestaan.’

Witschge over de discussie rondom eerwraak: ‘Een echt tegengeluid ontbrak. De grootste afwezigen waren de moslims. Niet om te komen zeggen dat eerwraak goed is, maar om te zeggen: dit is wat ik ervan vind. Zolang dat niet gebeurt, blijven alle angsten en vooroordelen bestaan.’ Foto: www.internationalesocialisten.nl

Omgangsnormen veranderen

Gelooft Witschge dat het ooit nog goed zal komen met het debat in ons land? ‘Dat het debat op internet nu niet echt open is, komt grotendeels door de menselijke aard. Het is stomweg moeilijk om aan mensen die tot een andere groep behoren dan jij, dezelfde rechten te verlenen en echt voor hen open te staan. Daar kan het internet niets aan veranderen. Toch heeft internet wel veel potentie. Het biedt meer mogelijkheden dan de offline samenleving om allerlei mensen met elkaar in contact te brengen. Als je kijkt naar de tweede discussie rond de doodgeschoten conrector, dan is er zelfs reden voor hoop. Volgens mij moeten we onze omgangsnormen veranderen. Het debat is in ons land hard geworden. Het is een soort recht geworden om je uit te spreken zonder na te denken over hoe datgene wat je zegt overkomt, of wat het nut ervan is. Er moet een ander idee komen over wat een publiek debat is. Is dat alleen iedereen zijn mening laten roepen? Of is het elkaars mening respecteren en in discussie gaan? In online discussies kan dit veranderen door reacties persoonlijker te maken en te laten merken dat je oprecht geïnteresseerd bent in de ander. Groet iemand, noem zijn naam, laat zien dat je zijn of haar argumenten echt hebt gelezen en in overweging hebt genomen. En maak gebruik van persoonlijke verhalen in plaats van dat je de discussie abstract houdt, dat helpt ook.’

Tamara Witschge studeerde sociale wetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Op 22 mei 2007 promoveerde ze bij de Amsterdam School of Communications Reasearch (ASCoR) op haar proefschrift ‘(In)difference online’. Momenteel is ze onderzoeker bij het Goldsmiths College aan de University of London. Nadine Böke is wetenschappelijk redacteur van de Folia, weekblad van de Universiteit van Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van Folia.
© Folia, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.