Je leest:

Onkruid vergaat niet

Onkruid vergaat niet

Gastcolumn door biologe Lot Gommers

Auteur: | 1 februari 2013

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over de wetenschap achter een actuele gebeurtenis. Deze week schrijft biologe Lot Gommers over het nut van onkruid en wat we ervan kunnen leren.

Lot Gommers is als promovenda verbonden aan de afdeling Ecofysiologie van Planten van de Universiteit Utrecht.

Lot Gommers

Na berichten over enorme financiële tekorten, die de gemeentes zelf op moeten vullen, blijft Venlo na de Floriade met nog een onaangename verrassing zitten: de knolcyperus. Deze plant, die in de volksmond “aardamandel” heet, wordt gezien als een hardnekkig onkruid voor onder andere de aardappel-, mais- en gladiolenteelt. Voor veel planten is kosten noch moeite gespaard om ze naar de tentoonstelling te krijgen, maar deze ongenode gast is er niet meer weg te krijgen.

En zo gaat dat vaker met onkruid. Maar wanneer krijgt een plant nou de stempel ‘onkruid’ op zich gedrukt? Als wij hem niet mooi vinden? Of wanneer een soort zo sterk geëvolueerd is, dat hij de mens te slim af is? In de plantenwetenschappen doen wetenschappers juist de grootste ontdekkingen met behulp van ‘onkruid’. Het zijn vaak soorten die snel kiemen, snel groeien, en van nature aan vele verschillende omstandigheden zijn aangepast. En daar kunnen wij nog veel van leren!

Zandraket

De meest gebruikte modelsoort onder plantenwetenschappers is Arabidopsis thaliana, de zandraket. Hij wordt vervloekt wanneer hij opduikt tussen stoeptegels, maar intussen is zijn gehele genoom bekend, zijn er talloze mutanten in omloop en is er een hele collectie beschikbaar met verschillende ecotypes, van over de hele wereld.

Vervloekt wanneer hij tussen stoeptegels opduikt, maar ondertussen hartstikke handig voor de wetenschap.
Wikimedia Commons

De natuurlijke variatie binnen deze ene soort kan ons veel leren over aanpassingen aan bijvoorbeeld droogte, overstroming, hitte, kou en herbivorie. Veel van deze kennis kunnen we gebruiken om zogenaamde ‘nuttige’ plantensoorten te veredelen, waardoor ze makkelijker kunnen groeien onder extreme (weers)omstandigheden, sneller gaan bloeien, of beter resistent zijn tegen infecties.

Een ander voorbeeld, waar een zo genaamde ‘sta-in-de-weg’ ons nog veel kan leren, vinden we in de rijstteelt. De rijstplanten, die goed bestand zijn tegen gedeeltelijke overstroming, worden gekweekt in een laagje water, dat dient als biologische barrière voor andere soorten. Maar onkruid zou geen onkruid zijn, als het niet ook dáár zou opduiken.

Tegenwoordig verschijnen steeds meer soorten die zijn opgewassen tegen deze waterbarrière. Dat is heel vervelend natuurlijk, maar de genetische aanpassing die ervoor zorgt dat het onkruid bestand is tegen de overstroming, zou erg van pas kunnen komen in landbouwgewassen die hier regelmatig mee te kampen hebben.

Plantenwetenschappers zoeken voortdurend naar eigenschappen die onze mooie, nuttige plantensoorten steeds iets meer op onkruid laten lijken. De volgende keer dat je onkruid probeert te verdelgen, bedenk dan goed, dat je daarmee de evolutie van deze planten een zetje in de juiste richting kunt geven, en je wellicht wetenschappers en boeren een handje kunt helpen! Want, zo zullen ze in Venlo ook wel gemerkt hebben, onkruid vergaat nou eenmaal niet.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 februari 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.