Je leest:

Ongezonde verwarring

Ongezonde verwarring

Auteur: | 2 maart 2006

Zeiden ze vroeger dat chocolade bomvol calorieën zat en dat je het beter niet kon eten, tegenwoordig wordt het kleverige snoepgoed juist van harte aanbevolen. Wat is nou gezond, en wat niet? Wij weten het niet meer. Op deze pagina doen we verwoede pogingen om weer overzicht te krijgen.

Gezond eten volgens de huidige wetenschappelijke inzichten is niet moeilijk, zeggen Wageningse voedingswetenschappers. Vergeet alle verwarrende berichten – de essentie van wat onderzoekers sinds de jaren tachtig hebben bijgeleerd past op een A4-tje. Wb doet een dappere poging.

Welles, nietes

Drop is gezond. Welnee! Puur gif is het… Appels moet je schillen. Nietes! Eet vooral de schil. Wie de laatste nieuwtjes over voedingsonderzoek een beetje bijhoudt, wordt af en toe gillend gek van de tegenstrijdige berichten. Een greep uit het verwarrende aanbod:

Appels moet je schillen, hebben ouders hun kinderen altijd voorgehouden. Op de schil zit het gif dat de boer erop spuit, maar dat je tegenwoordig moet uitspreken als ‘gewasbeschermer’.

Helemaal fout, ontdekte de Wageningse pommoloog Mohamed Awad in 2001. In de schil zitten juist de meeste beschermende stoffen van de appel. Hoe roder de appel, des te gezonder de schil. Lekker opeten, die schil.

In appelsap zijn diezelfde beschermende stoffen grotendeels afwezig, blijkt uit het promotieonderzoek van de Wageningse ir. Addie van der Sluis. De levensmiddelentechnologe ontwikkelt een procédé voor een appelsap waarin de polyfenolen van het hele appel nog wel zitten.

Eén van de beschermende stoffen in appels is de anti-oxidant chlorogeenzuur. Stevige koffiedrinkers krijgen die stof met honderden milligrammen binnen. Volgens het promotieonderzoek van de Wageningse epidemiologe Margreet Olthoff zorgt datzelfde chlorogeenzuur voor een stijging van het aminozuur homocysteïne. De stijging is niet zo verschrikkelijk hoog, maar wel ongewenst. Onderzoekers hebben hoge homocysteïnespiegels in verband gebracht met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, depressies en mentale veroudering.

Maar is homocysteïne werkelijk zo ongezond? Dat is nog maar de vraag, schrijft de inmiddels uit Wageningen ontsnapte Martijn Katan. Veel wetenschappers gaan er van uit, maar het harde bewijs is nog steeds niet geleverd. Het wordt tijd dat er duidelijkheid komt, vindt Katan. Zeker nu de Europese voedingsindustrie staat te popelen om ‘gezonde’ producten met extra foliumzuur op de markt te brengen. Foliumzuur is een B-vitamine, die in forse doseringen de concentratie homocysteïne verlaagt.

Daar noem je wat. Foliumzuur. Op de valreep van 2005 promoveerde de Wageningse Maureen van den Donk op het effect van foliumzuur op darmcellen. De vitamine bleek in hoge concentraties het aantal genetische foutjes te verhogen. Megadoses foliumzuur zouden wel eens kunnen leiden tot meer kans op darmkanker. Toe maar.

Weet je wat nog wel gezond is? Drop. Drop is goed voor het gebit, meldde het Chemisch Weekblad een paar dagen terug. Aanleiding voor het stukjes was een publicatie in Chemical & Engineering News. Daarin schrijven onderzoekers van de UCLA dat flavonoïden in drop, zoals glycyrrhizol A, een bacterie remmen die gaatjes veroorzaakt.

Goed spul, drop. Kan geen appel tegenop. Maar volgens de New England Journal of Medicine is drop vanuit testiculair oogpunt puur, ehm, gewasbeschermer. Drop bevat de versuikerde steroïde glycyrrhizin, die de aanmaak van testosteron en daarmee de zin in seks vermindert. Bovendien zorgt datzelfde glycyrrhizin ervoor dat fervente dropliefhebbers meer vocht vasthouden, een hoge bloeddruk krijgen en vaker suikerpatiënt worden.

Goede vetten

‘Krampachtig proberen zo min mogelijk vet te eten levert niets op’, zegt prof. Frans Kok van de afdeling Humane Voeding. ‘Daar hebben campagnes lang op gehamerd, maar dat was achteraf niet helemaal juist. Nu haalt de gemiddelde Nederlander ongeveer een derde van zijn calorieën uit vetten. Dat was enkele decennia geleden veertig procent, en dat was waarschijnlijk teveel. Wat dat betreft heeft het hameren op de vermindering van de inname van vet zin gehad.’

Vet is een onmisbare voedingsstof. Het lichaam gebruikt vetten als brandstof, en als bouwmateriaal voor cellen. Celmembranen bestaan bijvoorbeeld uit vetten.

Belangrijker dan de kwantiteit is de kwaliteit van vetten. Transvetten, op de verpakking van levensmiddelen meestal vermeld als ‘gedeeltelijk geharde plantaardige vetten’, zijn ronduit ongezond. De transvetten, die vooral worden verwerkt in koek, gebak en sommige frituurvetten voor de horeca, zorgen voor een sterke toename van de kans op hart- en vaatziekten.

Bron: www.voedingscentrum.nl

Op de tweede plaats komen de verzadigde vetzuren. ‘Niet alle verzadigde vetzuren zijn even riskant. Vooral de vetzuren palmitine, myristine en laurine verhogen het cholesterol.’ Die vetzuren zitten in harde margarines, vet vlees en vette zuivel, zoals boter, volle melk en volvette kaas. Die producten zou je met mate moeten gebruiken. Een positief effect hebben de onverzadigde vetten in plantaardige oliën, zoals olijfolie en zonnebloemolie. Dat maakt ze uitstekend geschikt om in te koken.

‘Onverzadigde vetzuren zitten ook in vette vis’, zegt Kok. ‘Dat zijn de omega-3-vetzuren. In de plantaardige bronnen zitten vooral omega-6-vetzuren. We zijn ons steeds meer gaan realiseren hoe belangrijk die omega-3-vetzuren zijn. Vandaar dat het Voedingscentrum adviseert om een paar keer per week vette vis te eten.’

De vetzuren in vis verminderen de kans op hart- en vaatziekten. Of ze de kans op kanker en mentale achteruitgang verminderen is nog niet duidelijk.

Steeds ongezonder

Gezond eten is een trend waar steeds meer Nederlanders níet aan meedoen. Hoe komt dat toch? Als de consumptiesocioloog dr. Hans Dagevos van het LEI het niet weet, dan weet niemand het.

Is het echt zo slecht gesteld met onze voeding?

‘Als je even alleen kijkt naar de cijfers over overgewicht, ja. We eten te veel. Het is niet het enige probleem op voedingsgebied, maar op dit moment wel het belangrijkste. En het wordt nog steeds erger. Het LEI werkt op dit moment samen met het Rathenau-Instituut aan een essaybundel waarin wetenschappers hun ideeën over overgewicht op papier zetten. Daar zitten sombere bijdragen bij, kan ik je wel verklappen. In achterkamertjes hoor je tegenwoordig zelfs verzuchten dat we deze en de komende generaties maar moeten afschrijven. Dat er niks meer aan te doen is.’

Is de verwarrende berichtgeving over gezonde voeding een factor?

‘Ehm… Mensen raken niet zo snel in verwarring. Wat je wel krijgt is dat consumenten door een stortvloed aan elkaar tegensprekende berichten selectief worden. Ze pikken op wat ze uitkomt en ze negeren de onwelkome boodschap. Als nu bekend wordt dat chocolade goed is voor hart- en bloedvaten, dan zullen er ongetwijfeld consumenten zijn die dat aangrijpen als excuus om gewoon chocoladerepen te blijven eten, en om informatie over de hoeveelheid calorieën in chocolade te negeren. Het is dus wel belangrijk dat informatie eenduidig en volledig is.’

De berichtgeving over voeding is dus niet zo belangrijk.

‘Als je wat over voeding weet, en je ziet zo’n berichtje in de trant van Chocolade Toch Goed Voor U, dan valt het je misschien op. Anders niet. Kijk, het probleem van overgewicht neemt de meest serieuze vormen aan in de lagere sociaal-economische groepen. Het begint zich te verspreiden naar boven, maar onderaan de maatschappelijke ladder is de situatie het meest kritiek. In dat segment heeft zo’n berichtje over chocolade geen invloed. Het heeft geen impact, want daar is niet bekend wat ‘verzadigde vetten’ of ‘flavanolen’ zijn. De boodschap van het Voedingscentrum komt daar ook niet. Dat is niet verwonderlijk als je weet hoeveel het Voedingscentrum heeft te besteden en hoeveel de industrie uitgeeft aan advertenties. Het is geen verhouding.’

Goede koolhydraten

Een voeding met veel snoepgoed en frisdrank is ongezond. Die levensmiddelen bevatten vooral veel enkelvoudige suikers, zoals vruchtensuiker, glucosestroop en tafelsuiker, zegt Kok. ‘Suikers vallen onder de koolhydraten. Ongeveer vijftig procent van een normale voeding bestaat uit koolhydraten, en dat is op zichzelf prima. Het lichaam gebruikt de koolhydraten als brandstof. We denken wel dat het uitmaakt wat voor soort koolhydraten je gebruikt. Aardappels, volkoren pasta, zilvervliesrijst en bruin brood zijn goede bronnen, omdat ze ook veel voedingsvezels bevatten.’

Suikers in frisdrank leveren daarentegen veel ‘lege calorieën’ en werken overgewicht in de hand. Voedingswetenschappers discussiëren op dit moment over geraffineerde levensmiddelen als wit brood, witte rijst en gewone pasta. Die zetten het lichaam aan tot een snelle en verhoogde aanmaak van insuline, en kunnen op termijn diabetes-2 in de hand werken.

Bron: www.voedingscentrum.nl

Dr. Sander Kersten van de afdeling Humane Voeding gelooft niet in die theorie, maar wel in het belang van voedingsmiddelen die niet te intensief zijn bewerkt. ‘Hoe verder een product is geraffineerd, des te groter is de kans dat het vooral calorieën bevat, en des te meer belangrijke voedingsstoffen zijn verdwenen’, zegt hij. ‘Een vuistregel die in de meeste gevallen opgaat is: terug naar de bron. Vruchtensap is beter dan frisdrank, fruit is beter dan vruchtensap. Aardappelen zijn beter dan frites en chips. Volkoren brood is gezonder dan croissants.’

Weten en eten is twee

Als iemand je vertelt wat gezond eten is, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook gezond gaat eten, aldus dr. Maria Koelen van de leerstoelgroep Communicatie- en innovatiestudies. En nee, dat komt niet alleen omdat de media zulke verwarrende berichten over gezonde voeding de wereld in sturen.

Echt niet?

‘Niet alleen, nee. Het is natuurlijk belangrijk dat informatie elkaar niet tegenspreekt, omdat je daarmee de boodschap ondergraaft. Als mensen de ene keer horen dat teveel cholesterol gevaarlijk is, en de andere keer dat het niet uitmaakt hoeveel eieren je eet, dan halen ze hun schouders op en letten ze er niet meer op. Maar het grote probleem met het veranderen van eetgewoonten is dat eten meervoudig gedrag is.’

‘Meervoudig gedrag’. Ik schrijf het meteen op.

‘Dat is een term uit de psychologie. Het is eenvoudiger om enkelvoudig gedrag te veranderen dan meervoudig gedrag. Neem roken. Dat is enkelvoudig gedrag en ’Stop met roken’ is een duidelijke boodschap. Of, als er weer iets in garnalen zit, eet dan even geen garnalen. Dat is ook een duidelijke boodschap. Maar voeding zit complexer in elkaar.

Eten is niet alleen eiwitten en vetten consumeren. Eten is ook boodschappen doen, en in de winkel kiezen wat je in je wagentje stopt. Eten is ook koken. Eten is ook de maaltijd gebruiken, vaak in een sociaal verband, dus genieten en gezelligheid. Als je mensen wilt leren hoe ze gezond moeten eten, moet je ze ook leren om in de winkel al de juiste keuze te maken. Net zoals je ze moet leren hoe je gezond maar wel lekker kunt koken.’

Vertellen dat verzadigde vetten minder gezond zijn dan onverzadigde is dus niet genoeg.

‘Nee. Om gezond te eten heb je niet alleen kennis nodig. Je moet kennis ook kunnen vertalen in skills of vaardigheden, zoals de vaardigheid om te koken. Je moet er bovendien voor zorgen dat gezonde producten beschikbaar en betaalbaar zijn.’

Komt het ooit nog goed met onze eetgewoonten?

‘Als je de meeste recente peilingen ziet, in de Voedselconsumptiepeilingen, dan zie je ook positieve tendensen. We zijn minder vetten gaan eten, en meer gezonde vetten. Ik blijf optimistisch.’

Groente en fruit

‘In Nederland is de leus: twee ons groente, twee stuks fruit, in Amerika is het Five a day’, zegt Frans Kok. ‘Dat houdt in dat je dagelijks vijf porties groenten en fruit moet proberen te eten. Groente en fruit bevatten veel bioactieve stoffen, vezels en weinig calorieën. Ze helpen om de totale energie-inname in toom te houden. Bovendien zijn er sterke aanwijzingen dat een hoge inname beschermt tegen hart- en vaatziekten en sommige vormen van kanker.’

Welke stoffen in groente en fruit het beschermende effect veroorzaken is nog niet helemaal opgehelderd. Kandidaatstoffen zijn, naast voedingsvezels, carotenoïden, foliumzuur, glucosinolaten en flavonoïden.

In het Wageningse onderzoeksinstituut Rikilt heeft de groep van dr. Peter Hollman jarenlang flavonoïden bestudeerd. Dr. Ilja Arts, verbonden aan die groep, heeft in totaal negen jaar aan gewerkt. Toen Arts in de jaren negentig met haar project begon, waren de verwachting nog hoog gespannen. Als eenmaal bekend was welke van de duizenden flavonoïden de beste bescherming boden, was de verwachting, konden fabrikanten ze gebruiken in functional foods en supplementen.

‘Vanaf het begin ben ik nogal kritisch geweest’, zegt Arts. ‘Eerst zien, dan geloven, hield ik mezelf voor. Dat heeft me beschermd, want toen we onderzoek gingen doen op mensen leek het er inderdaad even op dat we op een dood spoor zaten.’ Het lichaam zet de beschermende stoffen snel om in stoffen die op papier weinig effect kunnen hebben, ontdekten de Wageningers. Later vonden ze echter aanwijzingen dat cellen misschien omgezette flavonoïden kunnen terugveranderen. ‘Dat heeft de theorie van de beschermende flavonoïden voorlopig gered’, aldus Arts.

Industrie, red ons!

Kan de voedingsindustrie ons helpen om gezonder te eten? Jazeker, zegt prof. Harry Wichers, die zelf werkt aan functional foods die het immuunsysteem verbeteren. ’Ik ben een believer.

Wat kan de voedingsindustrie nog aan gezondheidswaarde toevoegen aan eenvoudige producten als fruit, olijfolie en volkorenbrood?

‘De industrie kan de spruitjeslucht wegnemen die rond gezonde levensmiddelen hangt. Appels, broccoli, spruitjes zelf, het zijn impopulaire producten in de segmenten in de samenleving waar slechte voeding een groot probleem is. Het moet mogelijk zijn om aantrekkelijke producten te maken die toch gezond zijn. Als het gaat om ongezonde producten op basis van alcohol of suiker, lukt het de industrie prima om populaire levensmiddelen te maken. Dus waarom kan het niet met gezonde producten?’

Kunnen is één, doen is twee.

‘Ik merk interesse, en niet alleen bij de grote concerns. Ook kleine bedrijven ruiken kansen. De industrie staat bovendien onder druk om met gezondere producten te komen. De overheid oefent pressie uit, en misschien komen daar de verzekeraars nog bij. In de toekomst zie ik die druk alleen nog maar toenemen. Het antwoord is dus ’ja’. Het is me trouwens een raadsel waarom hier in Wageningen het oude A&F, de organisatie waarin dergelijke functional foods werden ontwikkeld, is opgeheven.’

Gaan die nieuwe gezonde producten ons ook echt gezonder maken?

‘Daar snijd je wat aan. Er is een probleem rond gezonde voeding. Het gebeurt maar al te vaak dat een epidemioloog meldt dat stofje A iets positiefs doet, en dat er daarna een circus ontstaat. Voor je er erg in hebt komen er producten op de markt met extra stofje A, maar daarna verschijnt er een studie die zegt dat stofje A helemaal niets doet. Om Hans Wiegel te citeren: de mensen in het land blijven in verwarring achter.’

Zo gaat het vaak wel.

‘Het is een cyclus. Maar je kunt hem doorbreken, als je een lange adem hebt. Er zijn toch ook producten die werken? Cholesterolverlagende margarines werken. Er zijn aanwijzingen dat probiotica positieve effecten hebben, en ikzelf vind (kuch) dat er verdraaid interessante dingen gebeuren op het gebied van immuunmodelurende levensmiddelen. Ik ben een believer, ja. Ik denk dat het tot op zekere hoogte een kwestie is van domweg volhouden.’

Zuivel, vlees

Vlees, eieren, vis, soja en zuivel leveren eiwitten, de bouwstenen voor spieren, sommige hormonen en het immuunsysteem. ‘De gemiddelde Nederlander krijgt zo’n dertien procent van de energie die hij dagelijks consumeert binnen in de vorm van eiwitten’, zegt Frans Kok. ‘Steeds meer voedingswetenschappers denken dat dat wel iets meer mag zijn. Eiwitten verzadigen, en een iets eiwitrijker dieet zou wel eens kunnen helpen om niet teveel te eten.’

Hoeveel eiwitten je zou moeten eten om de eetlust in te tomen is onderwerp van discussie, beklemtoont Kok. Overeenstemming is er nog niet. ‘Die is er ook niet over wat nou de beste eiwitbronnen zijn’, zegt de hoogleraar. ‘We krijgen gaandeweg meer aanwijzingen dat enige terughoudendheid met rood vlees wellicht op zijn plaats is. Een hoge consumptie van varkensvlees en rundvlees hangt volgens studies samen met een verhoogde kans op darmkanker. ’Zekerheid daarover is er nog niet.’

‘Vlees staat in ongezond daglicht’, zegt Gerrit Alink. ‘Ik vraag me af of dat terecht is. Mensen hebben tienduizenden jaren als jager-verzamelaar geleefd. Ze hebben altijd vlees gegeten. Ons lichaam is er op ingesteld.’

Bron: www.voedingscentrum.nl

Daarbij komt nog, voegt de toxicoloog daaraan toe, dat er tijdens de bereiding van vlees ook stoffen als bruiningspigmenten ontstaan die een positief effect op de gezondheid hebben. ‘De kwalijke eigenschappen van vlees lijken bovendien het werk te zijn van organisch ijzer. Uit het proefschrift van Johan de Vogel, dat de laatste weken breeduit in het nieuws is geweest, blijkt dat chlorofylrijke groene groente dat organische ijzer kan neutraliseren.’

Een andere positieve combinatie, die uit recente studies naar voren is gekomen, is die van groente, fruit en magere zuivel. Een dieet met verhoudingsgewijs veel vetarme zuivelproducten, fruiten en groente lijkt te beschermen tegen een hoge bloeddruk.

Vocht

‘Je moet dagelijks voldoende vocht binnenkrijgen’, vervolgt Kok. ’Zo’n acht glazen of anderhalve liter per dag. Vooral bij ouderen is de vochtbalans dikwijls verstoord.’

Die acht glazen staan voor de totale inname aan vocht, in welke vorm dan ook. Thee, koffie, groente, fruit, dat maakt niet zoveel uit.

Thee is bovendien een leverancier van flavonoïden. Koffie heeft, bij een gebruik tot maximaal vijf kopjes per dag, eerder positieve dan negatieve gezondheidseffecten. De koffie moet dan wel gefilterd zijn. Het papieren filter verwijdert de verbindingen uit de koffie die het ‘slechte’ LDL-cholesterol verhogen.

Matig alcoholgebruik is goed voor hart- en bloedvaten. Een glas per dag voor vrouwen, en twee voor mannen, verhoogt het ‘goede’ HDL-cholesterol.

Bron: www.voedingscentrum.nl

Meer

‘Gezondheid is niet alleen een kwestie van juist eten’, zegt Kok. ‘Dat is het grote probleem waar voedingsonderzoekers tegenaan lopen. Roken verhoogt bijvoorbeeld de kans op longkanker met een factor tien, en de combinatie van roken en alcohol laat die kans verder toenemen. Die factoren wegen zwaarder dan voedingsfactoren. Om een voorbeeld te geven: mensen die veel verzadigd vet eten verdubbelen hun kans op een hartinfarct.’

Twee andere belangrijke leefstijlfactoren zijn overgewicht en beweging, aldus Kok. ‘Je moet ongeveer evenveel calorieën consumeren als je verbrandt. Overgewicht is ongezond.’

Lichaamsbeweging is op zichzelf gezond, benadrukt Kok. ‘Geregeld bewegen vermindert de kans op ziekten. Het is uiteindelijk de totale leefstijl die gezond of ongezond maakt.’

Kennis groeit ‘teleurstellend’ traag

‘De New York Times noemde het de Roll’s Royce onder de humane interventiestudies’, zegt dr. Sander Kersten van de afdeling Humane Voeding. ‘Het onderzoek had meer dan vierhonderd miljoen dollar gekost, als je het bericht in de krant mocht geloven. En wat kwam eruit? Bedroevend weinig.’

Het onderzoek waarover de belangrijkste krant ter wereld schreef was in drie aparte artikelen gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association van 8 februari 2006. Het was een grootschalig experiment, waarin twintigduizend vrouwen acht jaar lang drastisch minder vet aten. Een ongeveer even grote groep at even gezond als de vrouwen in de weinig-vet-groep, maar hoefde geen rekening te houden met de hoeveelheid vet.

De onderzoekers keken naar de effecten van het dieet op borstkanker, darmkanker en hart- en vaatziekten – en vonden bijna niets. ‘Er kwam een golf van kritiek op de onderzoekers’, zegt Kersten. ‘Ze hadden ook moeten kijken naar het soort vetten dat hun proefpersonen aten. Ze hadden ook moeten kijken naar dit, of naar dat. Maar of die kritiek nou terecht is of niet, de studie in JAMA is exemplarisch voor het patroon dat zich in de voedingswetenschap keer op keer herhaalt.’

Ontdekking

Eerst komt er De Onverwachte Ontdekking, zegt Kersten. Vaak is die het gevolg van een analyse van epidemiologische gegevens, als wetenschappers zoeken naar een verband tussen voedingsgewoonten en ziekte. ‘Ze ontdekken bijvoorbeeld dat mensen die veel vezels eten minder vaak darmkanker krijgen, of dat een hoge inname van provitamine A beschermt tegen longkanker. Soms vinden onderzoekers ook nog een mechanisme, waardoor het effect zou kunnen ontstaan. Vezels zorgen er bijvoorbeeld voor dat goedaardige bacteriën in de darm de kwaadaardige verdringen, denken ze bijvoorbeeld. De darmen blijven daardoor gezond.’

Maar of die theorieën kloppen, is dan nog niet bewezen. Ook al verschijnen de berichten al in de kranten. ‘Epidemiologisch onderzoek geeft aanwijzingen, geen bewijzen’, zegt Kersten. ‘Als mensen die vaak koffie drinken minder vaak Alzheimer krijgen, dan is dat nog geen bewijs dat koffie beschermt. Misschien hebben koffiedrinkers een manier van leven die tegen Alzheimer beschermt. Reageerbuisstudies zijn ook nog geen bewijs. Je hebt pas een redelijke zekerheid als je een grote groep mensen een paar jaar achter elkaar veel koffie laat drinken, en die vergelijkt met een andere groep. Dat is een interventiestudie.’

Interventiestudies zijn duur. Bovendien betekenen ze meestal het einde van de Onverwachte Ontdekking. ‘Dat is nu dus gebeurd met het weinigvetdieet’, zegt Kersten. ‘Rond 1990, toen de voorbereidingen voor de studie begonnen, dachten onderzoekers nog dat een drastische reductie van de consumptie van vetten de kans op chronische ziekten flink zou verlagen. Dat valt vies tegen.’

Hetzelfde is gebeurd met de theorie dat vezels zouden beschermen tegen darmkanker, of dat rokers minder vaak longkanker zouden krijgen als ze bètacaroteen zouden slikken. Die studie is in de jaren negentig afgebroken om ethische redenen, toen bleek dat de beschermende stof de kans op longkanker juist verhoogde. Toen in 2003 bètacaroteen ook de kans op hartaanvallen bleek te verhogen, hebben onderzoekers in The Lancet bovendien opgeroepen om alle humane proeven met de provitamine te staken.

‘In al die gevallen zijn we dus bijna terug bij af’, zegt Kersten. ‘De totale vetinname is beduidend minder gevaarlijk dan we altijd hebben gezegd, de relatie tussen voedingsvezels en darmkanker is dubieus en we hebben geen belangrijke anti-oxidanten gevonden die we als magic bullets kunnen toevoegen aan voedingsmiddelen. Daarom voeren we in deze wetenschap nog steeds discussies die we pakweg een kwart eeuw geleden ook al voerden. Zo hard als het in de medische wetenschappen gaat, zo langzaam gaat het bij ons’, verzucht Kersten. ‘Het is teleurstellend.’

Complex

De reden dat de voedingswetenschap zich zo tergend langzaam ontwikkelt heeft alles te maken met de complexiteit van de materie, aldus Kersten. ‘Wij hebben proeven gedaan met genetisch identieke muizen, die allemaal exact dezelfde hoeveelheid voedsel kregen. Dan zie je al verschillen tussen individuen. De ene muis wordt dik, de andere niet. Ze hebben dan wel eenzelfde DNA, maar toch zijn ze verschillend. Waarschijnlijk zijn er bij de ene muis genen geactiveerd die bij de andere sluimeren.’

Als onderzoekers al niet precies kunnen voorspellen of een muis in een laboratorium aankomt of afvalt, dan is het geen wonder dat ze moeite hebben met de effecten van voedingspatronen op mensen.

Een alternatief is niet voorhanden, vreest Kersten. ‘Je hoort wel eens dat voedingswetenschappers weer het effect van voedingspatronen moeten onderzoeken. Als dan blijkt dat de traditionele Kretenzers ouder worden dan andere Europeanen, dan moeten we dat dieet maar overnemen en hopen dat wij er net zo goed op reageren als de Kretenzers. Het lijkt misschien een aantrekkelijke optie, maar ik geloof er niet in. Het houdt in dat je ophoudt met je af te vragen waarom het Mediterrane dieet zo gezond is. Het houdt in dat je ophoudt wetenschapper te zijn.’

Dit artikel is een publicatie van Resource - WUR.
© Resource - WUR, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 maart 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.