Je leest:

Onderzoek naar brandganzen

Onderzoek naar brandganzen

Auteur: | 17 juli 2006

Op Spitsbergen is een nieuwe groep onderzoekers aangekomen voor onderzoek naar broedende brandganzen. Onder hen is dr. Maarten Loonen. Deze zomer is hij extra alert op het voorkomen van virussen en parasieten in de populatie. Trekvogels gelden als potentiële verspreiders van het gevreesde vogelgriepvirus H5N1. Door de geïsoleerde ligging is Spitsbergen een uitgelezen onderzoeksgebied.

Brandganzen komen elk jaar terug naar dezelfde plek, zegt dr. Maarten Loonen van het Arctisch Centrum, onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen. Loonen kent de vogels als geen ander. Sinds 1990 is hij betrokken bij het onderzoek naar de brandganzen op Spitsbergen. Deze zomer gaat de aandacht van zijn team vooral uit naar virussen en parasieten in de populatie.

Vogelgriep

Door de snelle opkomst van het voor mensen gevaarlijke vogelgriepvirus H5N1 is er grote behoefte aan meer informatie over ziekten en virussen bij trekvogels. De studie op Spitsbergen wordt betaald uit het nieuwe internationale onderzoeksprogramma BirdHealth. Trekvogels, als eenden en ganzen, worden beschouwd als mogelijke verspreiders van het vogelgriepvirus, maar dat staat niet onomstotelijk vast. “We hebben nooit echt gekeken naar de rol van virussen en parasieten in ganzenpopulaties”, zegt Loonen “Ik weet ook niet of ze op Spitsbergen voorkomen, maar dat gaan we dit jaar onderzoeken.”

Compleet beeld

Om de aanwezigheid van ziekten vast te stellen wordt een beetje bloed afgenomen bij de vogels. Volgens Loonen komen virussen bij ganzen zelden voor. “Het arctisch gebied is in dat opzicht een veilige bestemming. Het is dunbevolkt en ziekteverwekkers hebben moeite om te overleven. Teken bijvoorbeeld, komen er nauwelijks voor. De ganzen trekken naar een gebied waar ze weinig risico lopen om ziek te worden.” Over het gevaar van onderlinge besmetting is te weinig bekend om conclusies te trekken. “Theoretisch is het mogelijk dat verschillende groepen ganzen op Spitsbergen elkaar besmetten, maar we verwachten dat de dieren geen belangrijke virusverspreider zijn. Zieke dieren zullen de lange trektocht naar het zuiden niet overleven.” Loonen verwacht dat de ganzen, wanneer ze in de herfst terugkeren naar Europa, het vogelgriepvirus niet bij zich zullen hebben. Maar hij houdt wel alle mogelijkheden open. Deze zomer hoopt de onderzoeker iets te leren over minder gevaarlijke virussen in de populatie en de gevolgen daarvan voor de gastheer. Het BirdHealth-onderzoek moet uiteindelijk bijdragen aan een compleet beeld van ziekten in de ganzenpopulatie.

Dr. Maarten Loonen bij ‘zijn’ brandganzen in het Biologisch Centrum Haren, Groningen. bron: Willemien Groot, RNW 2006

Toegankelijk

Wereldwijd zijn er drie plaatsen waar de brandganzen in de zomer heen trekken om te broeden: Rusland, Groenland en Spitsbergen. De keuze voor Spitsbergen had vooral te maken met de toegankelijkheid en de bijzondere locatie. “De broedplaatsen op de toendra van Spitsbergen zijn makkelijk bereikbaar”, zegt Loonen. "Ik heb geen visum nodig, zoals in Rusland. Het eiland Spitsbergen is een omsloten broedgebied. “De groep is de afgelopen decennia aanzienlijk gegroeid, maar tegelijkertijd is de ruimte waarin de groep kan uitbreiden beperkt. Als de groep te groot wordt, is er niet genoeg eten.” In de zestien jaar dat Maarten Loonen op Spitsbergen komt, heeft hij vooral de onderlinge relaties van de ganzen in de kolonie bestudeerd en externe invloeden als vegetatie en de aanwezigheid van roofdieren op de groep.

Jonge brandgans op Spitsbergen in de handen van Dr. Loonen. bron: www.poolstation.nl

Groei

Het gaat goed met de brandganzenkolonie op Spitsbergen. De populatie groeide aanzienlijk in de jaren ’70. Vooral door de verbeterde omstandigheden in Europa. De brandganzen die op Spitsbergen broeden, trekken in de herfst naar Schotland om er te overwinteren. Volgens Loonen werden de ganzen gezonder omdat de kwaliteit van het gras dat ze eten, verbeterde toen de boeren hun weidegronden gingen bemesten. Bovendien liep in die periode het aantal vossen terug en werden ganzen niet meer zo intensief bejaagd als vroeger.

Warme winter

De afgelopen vijf jaar liepen hun aantallen iets terug. Hongerige poolvossen op zoek naar eten voor hun jongen, deden zich te goed aan de eieren en de jongen van de ganzen. Er waren zomers dat er geen gans tot wasdom kwam. Toch verwacht Loonen dit jaar een flink aantal broedende dieren. "Spitsbergen heeft een hele warme winter gehad. Tussen september en april bereikten de temperaturen recordhoogten. Dat beïnvloedt het hele ecosysteem, zegt Loonen. “In de fjord waar de ganzen de zomer doorbrengen, heeft geen ijs gelegen. Dat betekent dat de poolvossen de eilandjes waar veel vogels nestelen, niet konden bereiken. De nesten zijn niet verstoord of vernield, dus de ganzen kunnen ongestoord broeden.”

De vossenpopulatie daarentegen heeft waarschijnlijk een flinke klap gehad “Niet alleen waren de nesten onbereikbaar, ze konden ook bijna geen ander eten vinden. Poolvossen vangen veel jonge zeehonden op het ijs, of eten de restanten van prooidieren van andere jagers. Als dat niet lukt, wordt het heel moeilijk voor ze.”

Poolvos in zomerkleed, met jonkies. bron: www.poolstation.nl

Veranderingen

In de ruim vijftien jaar dat Loonen nu op Spitsbergen komt, heeft hij wel meer veranderingen gezien. “De opwarming van de aarde is in het Arctisch gebied duidelijk zichtbaar”, zegt Loonen. “En hoewel sommige glaciologen zeggen dat er sprake is van natuurlijk proces, zijn de gletsjers de afgelopen jaar vijf tot zes kilometer kleiner geworden. Ze liggen allang niet meer op loopafstand.” Loonen ziet ook veranderingen in de toendra-vegetatie, veroorzaakt door intensieve begrazing door ganzen. “Voor een goed begrip van al die veranderingen is het belangrijk gegevens te verzamelen over een langere periode. Soms heb je het antwoord snel klaar, maar over een periode van vijftien jaar blijken andere processen mee te spelen. En vaak zijn die belangrijker dan je eerste conclusies.”

Meer over vogelgriep

Dit artikel is een publicatie van Radio Nederland Wereldomroep (RNW).
© Radio Nederland Wereldomroep (RNW), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 juli 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.