Je leest:

Ondernemen in Rome

Ondernemen in Rome

De dubbele praktijk van Cicero

Auteur: | 6 januari 2009

Financiële crisis, inflatie of het instorten van het leenwezen zijn geen zaken die direct met het oude Rome in verband worden gebracht. Toch is dat het geval. Rome kende weliswaar geen ontwikkeld banksysteem, maar ondernemers speelden een centrale rol in de economie. Alleen konden zij zich niet al te openlijk manifesteren. Voor de klasse van senatoren, waar Marcus Tullius Cicero toe behoorde, was handel iets minderwaardigs en gold – in theorie – als taboe.

Deze fresco van een geïdealiseerde tuin was een slaapkamer in een luxueuze Romeinse villa, gevonden in Boscoreale, even ten noorden van Pompeii. Handeldrijven was taboe maar tevens een noodzaak voor Romeinse aristocraten om hun hoge levenspeil te bekostigen.
Wikimedia Commons

‘Om te beginnen keurt men de beroepen af die de mensen hatelijk vinden, zoals dat van tolbeambte en geldschieter. (…) Ook is het verachtelijk goederen te kopen van groothandelaars om die onmiddellijk weer van de hand te doen; zonder voortdurend te liegen zou dit hun immers geen voordeel kunnen opbrengen, en onbetrouwbaarheid is schadelijker dan wat dan ook. (…) Maar van alle inkomstenbronnen is er geen enkele beter, productiever, aangenamer, menswaardiger en edeler dan de landbouw.’

Deze zin van Marcus Tullius Cicero in De Officiis (vertaling Jef Ector, 1984) heeft historici eeuwenlang misleid. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat van een senator als politicus, trouw aan de Republikeinse normen en idealen die teruggingen tot geïdealiseerde (niet-hebzuchtige) landbouwbedrijvende voorouders. Een senator die zijn dagelijks leven in Rome bekostigde met de opbrengst uit zijn grote landerijen. Maar dit beeld doet geen recht aan de ondernemersgeest van de gemiddelde senator in de eerste eeuw v.Chr. Landbouw was voor senatoren inderdaad de economische norm, en als gevolg van dit morele voorschrift hebben historici een grote afstand gecreëerd tussen het economische gedrag van de antieke senator en de huidige moderne ondernemer, die met behulp van nauwgezette controle en economisch rationeel management zijn winsten probeert te optimaliseren. Deze visie strookt niet met de dagelijkse economische praktijk van de gemiddelde antieke senator. In Romeinse aristocratische kring bestonden er grote verschillen tussen senatoriale ideologie en daadwerkelijk gedrag.

Marmeren buste van Marcus Tullius Cicero (106 – 43 voor Christus), senator, advocaat, filosoof en ondernemer.
Wikimedia Commons

Deze discrepantie is goed zichtbaar in de literatuur en brieven van Cicero, dezelfde man die zich in bovenstaand citaat zo positief uitdrukte over landbouw. Zoals elke senator bezat Cicero een aantal productieve landerijen, maar landbouw was zeker niet zijn belangrijkste inkomstenbron. In zijn werk Philippicae in M. Antonium schreef hij dat erfenissen hem zo’n 20 miljoen sestertiën hebben opgebracht, een bedrag waarnaast de inkomsten uit landbezit verbleken. En dit is slechts één alternatieve inkomstenbron. Uit zijn briefliteratuur wordt duidelijk dat een groot deel van Cicero’s vermogen afkomstig was uit de vele leningen die hij persoonlijk of via zijn zakencontacten verstrekte. Daarnaast waren ook de financiële giften, de inkomsten uit het gouverneurschap van de provincie Cilicia en de huur van panden in Rome en de havenstad Puteoli goed voor een winst die opliep tot in de miljoenen.

Dat het hier niet om liefdadigheid maar om keiharde winst gaat, lijkt onontkoombaar wanneer we zien dat Cicero aan professionele zakenlui geld uitleende tegen een zo hoog mogelijke rente. Het is derhalve moeilijk te geloven dat een man die via zoveel diverse economische en niet-economische activiteiten enorme bedragen weet binnen te halen, zich in zijn zakenondernemingen zou gedragen als een financiële onbenul.

Netwerken

Cicero streefde niet in al zijn ondernemingen naar een optimale wijze van beheer. Het beheer van zijn verschillende productieve landgoederen was in handen van ervaren landgoedmanagers, vilici of procuratores fundi genoemd, die grotendeels zelfstandig deze ondernemingen aanstuurden en zelf de belangrijkste dagelijkse beslissingen namen. Op het eerste gezicht een vreemde keuze voor een ondernemer die zelf aanzienlijke kennis had van de marktsituatie in Rome en van de landbouwkundige geschriften van de Romeinse landbouwer par excellence, Cato Maior. Met een persoonlijke bemoeienis had hij zijn landgoederen winstgevender had kunnen maken.

Ook het beheer van insulae (huurpanden) die Cicero in bezit had, werd grotendeels uit handen gegeven aan een zelfstandige tussenpersoon. Deze huurde formeel het gehele complex van Cicero en verhuurde de kamers vervolgens afzonderlijk aan de daadwerkelijke bewoners. Deze werkwijze gaf Cicero weliswaar de ruimte om zich op andere activiteiten te storten, maar het ging ten koste van de grotere winst die uit de verhuur van insulae te halen was.

Denarius van keizer Augustus (geslagen 4 na Christus)
Goodies

De tegenstrijdigheid in gedrag en uiterlijkheden valt echter weg wanneer we nader gaan kijken naar Cicero’s beheer van zijn andere financiële activiteiten. Bij het verstrekken van rentedragende leningen en het verkrijgen van erfenissen, giften en rente speelde Cicero zelf de belangrijkste rol. Dit was een gevolg van de werking en het belang van socio-politieke netwerken in Rome. Sociale contacten in de Romeinse maatschappij van de eerste eeuw v.Chr. werden namelijk grotendeels geïnitieerd en gereguleerd door een ethische gedragscode die gebaseerd was op normen van vriendschap en patronage. Men was moreel verplicht om gunsten of giften, ook wel beneficia genoemd, te belonen met gratia, ofwel een wederdienst of -gift. Het was een normale zaak dat een politieke gunst vergoed kon worden met een goedkope lening, een zakendienst, een contante gift of een vernoeming in een erfenis.

Een aristocraat als Cicero stond zo centraal in een vriendschaps- en patronagenetwerk, waarin diensten en giften van velerlei aard werden beloond met even diverse voordelen. Een goed voorbeeld is de lening van twee miljoen sestertiën die de aristocraat Sulla aan Cicero gaf in ruil voor zijn dienst als advocaat, een lening die hij overigens nooit terug hoefde te betalen. De enorme inkomsten die Cicero kreeg uit erfenissen en giften, maken duidelijk hoe belangrijk dit complexe systeem van wederkerigheid was voor zijn vermogen. Door gebrek aan een juridische basis was deze uitwisseling van goederen en diensten afhankelijk van zijn naamsbekendheid, invloed en geloofwaardigheid. Leningen en giften waren gericht op de persoon Cicero en zijn persoonlijke betrokkenheid bij deze activiteiten was dan ook onontbeerlijk.

De kunstmatige haven Portus, ten noorden van Ostia, was met een kanaal verbonden met de Tiber waarover schepen met graan Rome konden bereiken.

Werknemers

Dit wil niet zeggen dat alle taken door Cicero zelf uitgevoerd werden. Hij had verschillende managers en agenten tot zijn beschikking om hem hierbij te ondersteunen. Het is echter opvallend dat hun activiteiten niet beperkt waren tot één specifieke economische tak. Zelfs de werknemers die het meest in direct contact stonden met Cicero, hadden een zeer divers takenpakket. Van cruciaal belang was de expertise en steun van zijn goede vriend T. Pomponius Atticus. Deze zakenman uit Athene fungeerde als een hoofdmanager die Cicero’s financiële transacties, erfenissen en uitstaande leningen afhandelde, zelfstandig leningen aanging, financieel advies gaf en de boekhouding controleerde. Daarnaast was hij onontbeerlijk als contactpersoon met politieke bondgenoten en als regelneef voor zaken op persoonlijk vlak, zoals het aanschaffen van beelden voor Cicero’s landgoederen. Cicero’s dispensatores, breed inzetbare agenten zoals zijn vrijgelaten slaven Tiro, Eros en Philotomus, hielden zich bezig met activiteiten variërend van het aangaan van leningen en het bijhouden van de boekhouding tot het innen van bedragen en het persoonlijk uitvoeren of laten uitvoeren van simpele projecten of taken. Tiro bijvoorbeeld was actief op zowel financieel als literair vlak, hoewel hij op geen van beide gebieden specialistische kennis bezat.

De brede inzetbaarheid van deze werknemers laat zien dat Cicero geen duidelijke scheiding maakte tussen de verschillende sectoren waarin hij actief was. De onderneming rond de persoon Cicero, waartoe al deze activiteiten behoorden, behelsde niet alleen economische activiteiten. Ook niet-economische taken werden hiertoe gerekend. Sterker nog, het waren juist de niet-economische doelstellingen die centraal stonden.

Cicero’s prioriteiten lagen op het vlak van politiek, luxe en het nastreven van filosofische en literaire ambities. Deze zaken eisten veel van zijn tijd en kostten vaak handenvol geld. Teneinde dit leven te financieren moest Cicero zijn inkomsten optimaliseren en tegelijkertijd zijn leven als publiek en literair figuur geen geweld aan doen. Hij wist dit waar te maken door specifieke methoden voor het beheer van zijn afzonderlijke activiteiten. Landbouw en het verhuren van appartementen waren zaken die efficiënt volledig door anderen overgenomen konden worden. Evenals bij zijn politieke activiteiten was de persoon Cicero echter veel belangrijker voor het succesvol vergaren van inkomsten uit erfenissen, giften en leningen.

Middels het vriendschaps- en patronagenetwerk waren al deze activiteiten vervlochten in een alomvattend systeem van wederkerigheid, waarin bijvoorbeeld Cicero’s steun in de senaat aan het zakenwezen door individuele zakenlieden beloond werd met goedkope leningen en lucratieve zakenmogelijkheden. Cicero’s werkzaamheden binnen de politieke sfeer waren dus onlosmakelijk verbonden en veel beter te verenigen met die tak van inkomsten waarin Cicero’s directe betrokkenheid onmisbaar was. Uitsluitend bekeken vanuit zijn individuele economische activiteiten was Cicero’s optreden als ondernemer niet altijd even gelijkwaardig verdeeld en gericht op het behalen van optimale winst. Maar wanneer men het hele takenpakket van zijn onderneming in beschouwing neemt is zijn beheermethode juist logisch en economisch rationeel te noemen.

Ethos

Waarom bleef Cicero dan in zijn literaire werk alleen de landbouw ophemelen? Het antwoord op deze vraag zit hem in het belang van Cicero als boegbeeld van zijn onderneming als geheel. Zijn socio-politieke, private en zakelijke contacten zorgden via het wederkerige karakter van het vriendschaps- en patronagesysteem voor zowel een groot deel van zijn inkomen als het uitbreiden en verstevigen van zijn invloed binnen de politiek. Nu heerste er binnen de Romeinse aristocratische klasse een ethos waarin hebzucht, handel, deelname aan het leenwezen en het bewust najagen van erfenissen verwerpelijk was. Deelname aan deze activiteiten schaadde het imago van een senator, wat negatieve gevolgen had voor zijn politieke invloed. Omdat politiek zo’n grote rol speelde in zijn leven, was het voor Cicero onverstandig om niet te voldoen aan dit ideologische beeld. Daarnaast wist Cicero met zijn hoedanigheid als steunbepleiter in de senaat ook belangrijke financiële voordelen te verkrijgen van zijn zakencontacten, zodat zijn politieke machtspositie ook invloed had op zijn financiële situatie.

Tegenover zijn collega’s in de politiek gedroeg Cicero zich daarom als een senator die uitsluitend actief was in de politiek en de landbouw. In de realiteit haalde hij zijn inkomsten uit een breed scala aan economische activiteiten, variërend van zowel moreel geaccepteerde zaken tot verwerpelijke ondernemingen die op een persoonlijke, doch verhullende wijze werden beheerd. Zo behield hij zijn politieke machtspositie en kon hij tegelijkertijd (en als gevolg daarvan) enorme winsten behalen uit het wederkerige karakter van de informele vriendschaps- en patronagenetwerken.

De ondernemer Cicero had zich tot doel gesteld een groot man te worden in de Romeinse politiek van zijn tijd. Het enorme vermogen dat hiervoor nodig was, verkreeg hij uit een divers aantal inkomstenbronnen. Daar waar de persoon Cicero centraal stond, was zijn persoonlijke betrokkenheid noodzakelijk. Door de werking van het wederkerigheidsysteem ging het hier om die activiteiten die niet pasten in het beeld dat Cicero naar de buitenwereld wilde uitdragen. Juist deze ambiguïteit zorgde er echter uiteindelijk voor dat Cicero zijn positie als senator kon behouden en een leven van filosofie en luxe kon leiden zonder zijn reputatie als moralistisch senator en voorvechter van de oude Republikeinse normen en waarden te verliezen. Deze ambiguïteit was dan ook de meest relevante strategie in het effectieve beheer van de onderneming van Cicero. Hij wist op vele mogelijke manieren winst te maken, maar behield tegelijkertijd de status die nodig was om winst te kúnnen maken. Het hele leven van Cicero, ook de dubbelzinnigheid in wat hij zei en wat hij deed, was onderdeel van zijn onderneming. Het beheer ervan bleek zo effectief dat hij de tijd en de middelen had om een positie als succesvol politicus en schrijver te verwerven. Het waren uiteindelijk deze activiteiten binnen zijn onderneming die hem tot een van de meest bekende staatslieden van de Romeinse geschiedenis maakten.

Dirk van Gorp studeerde in 2008 af bij de vakgroep Oude Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Momenteel is hij bezig met een promotie-onderzoek naar ondernemerschap in de Oudheid.

Verder lezen:

  • Koenraad Verboven, The economy of friends. Economic aspects of amicitia and patronage in the Late Republic, Brussel, 2002
  • Jean Andreau, Banking and business in the Roman World, New York 1999
Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 januari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.