Je leest:

Onbegrepen aliens

Onbegrepen aliens

Auteur: | 4 september 2004

Ruim veertig jaar wordt er al gezocht naar boodschappen van buitenaardse beschavingen. Tot nu toe is er nooit iets gevonden. Misschien speuren we naar de verkeerde signalen?

Stel, je bent een alien. En je wilt je bestaan heel graag van de kosmische daken schreeuwen. Hoe doe je dat?

Het is de vraag waar SETI-onderzoekers al bijna een halve eeuw mee worstelen. SETI rijmt op Hetty en staat voor Search for Extra-Terrestrial Intelligence. Gezocht wordt er volop, met grote radiotelescopen en gevoelige ontvangers. Maar gevonden is er nog nooit iets.

Hoe dat kan? Mogelijkheden zat. Misschien hebben we de boodschappen al lang opgevangen, maar herkennen we ze niet. Wellicht maken de aliens geen gebruik van radiosignalen, maar seinen ze met laserstralen. Wie weet wíllen ze hun bestaan helemaal niet prijsgeven. Of, erger nog: misschien bestáát E.T. gewoon niet.

Scène uit de film ‘Mars attacks’ van Tim Burton uit 1997.

Twee Amerikaanse onderzoekers komen deze week in Nature met een heel nieuwe verklaring. Volgens Christopher Rose van Rutgers University in Piscataway en Gregory Wright van Antiope Associates in Fair Haven zoeken we gewoon niet op de goeie manier. Als de aliens slim zijn, aldus Rose en Wright, verspillen ze geen energie aan laserstralen of radiogolven, maar maken ze gebruik van flessenpost.

In een recent artikel in New Scientist gaat natuurkundige en publicist Paul Davies van Macquarie University in Sydney nog een stap verder. Als de SETI-onderzoekers van frustratie de haren uit hun hoofd trekken, zijn ze volgens Davies misschien op de goede weg, want het is heel goed mogelijk dat de buitenaardse boodschappen verborgen zitten in ons DNA.

Vijfenveertig jaar geleden leek het allemaal nog zo overzichtelijk. Twee natuurkundigen van Cornell University in Ithaca, Giuseppe Cocconi en Philip Morrison, publiceerden op 19 september 1959 een klassiek geworden artikel in Nature met als suggestieve titel ‘Searching for interstellar communications’. Daarin zetten ze uiteen waarom een radiotelescoop het instrument bij uitstek is om te communiceren met buitenaardse beschavingen.

Maar na ruim veertig jaar zoeken met steeds grotere radioschotels en steeds snellere computers, op miljoenen frequenties en in elke mogelijke richting, is er nog steeds niks gevonden. E.T. houdt zich gedeisd. Wat is er mis? Wat zien we over het hoofd? Waar zit de denkfout?

Er draaien planeten rond andere sterren; organische moleculen zijn volop aanwezig in de ruimte, en op tal van plaatsen in het heelal moet leven voorkomen. Hoe de buitenaardse evolutie zich voltrekt weet je natuurlijk niet, maar zelfs een pessimistische schatting komt uit op tienduizend tot één miljoen potentiële kosmische gesprekspartners, alleen al in ons eigen Melkwegstelsel.

Seth Shostak van het SETI Institute in Mountain View, Californië, geeft de moed dan ook nog lang niet op. Integendeel. In een wel erg optimistisch artikel in Acta Astronautica belooft Shostak dat SETI binnen twintig jaar succes zal hebben. Nu werd dat veertig jaar geleden (en twintig jaar geleden!) ook al beweerd, maar Shostak rekent het als eerste allemaal netjes voor.

Als er tienduizend ‘SETI-zenders’ in het Melkwegstelsel zijn, moet je tien miljoen sterren uitgebreid onder de loep nemen om er één te vinden. Dat lijkt nu nog een hopeloze opgave, maar radiotelescopen worden steeds gevoeliger, en de processorsnelheid van computers verdubbelt nog steeds elke anderhalf jaar. Mede dankzij die ‘wet van Moore’ zal de in aanbouw zijnde Allen Telescope Array van het SETI Institute vóór het jaar 2025 E.T. aan de lijn hebben, voorspelt Shostak.

Maar niet iedereen is zo optimistisch. Volgens Paul Shuch van de particuliere SETI League – een organisatie van radio-amateurs die de antennes in hun achtertuin inzetten voor de jacht op buitenaardse intelligentie – is een voorspelling als die van Shostak nergens op gebaseerd, om de eenvoduige reden dat we nu eenmaal niets weten van wat de aliens beweegt, en die vormen toch de helft van het verhaal.

Shuch verdenkt Shostak ervan dat hij vooral uit is op extra sponsors voor de dure Allen Telescope Array in het noorden van Californië, die voor een belangrijk deel gefinancierd wordt door Paul Allen, mede-oprichter van Microsoft. Met zijn optimistische wiskundige modellen hoopt Shostak geld voor zijn pretigieuze telescoop binnen te halen, aldus Shuch op de website van de SETI League.

In hun Nature-artikel van deze week zetten Christopher Rose en Gregory Wright nog heel andere vraagtekens bij de verwachtingen van de SETI-gemeenschap. Je kunt wel blijven zoeken naar radiosignalen of andere elektromagnetische boodschappen, maar wie zegt dat de aliens op die manier proberen te communiceren? Misschien is kosmische flessenpost wel efficiënter.

Rose en Wright rekenen het ook allemaal keurig voor. Om signalen over grote afstanden te versturen, heb je enorm krachtige zenders nodig. Bovendien moet je de boodschap steeds herhalen: op de ontvangende planeet luisteren ze misschien niet continu, of verkeren ze nog in het stadium van eencelligen. Op die manier ben je voor elke bit aan verzonden informatie uiteindelijk veel energie kwijt.

In plaats daarvan kan E.T. ook gewoon microscopische codes de ruimte in sturen, vastgelegd in kleine artefacten. Met wat kunstmatige intelligentie kunnen die landen in verre zonnestelsels (zoals het onze), waar ze geduldig blijven liggen tot ze ooit gevonden worden. Oké, het duurt wat langer, dus je moet niet direct antwoord verwachten, maar als je geen haast hebt, zo stellen de twee Amerikanen, is schrijven veel goedkoper dan stralen.

Het bewijs voor het bestaan van buitenaardse intelligentie zou dus wel eens in onze eigen kosmische achtertuin kunnen liggen, aldus Rose en Wright in hun artikel. Vrijwel op de kop af vijfenveertig jaar na de klassieke publicatie van Cocconi en Morrison suggereren ze dat de ‘SETI-sjisten’ al die tijd op de verkeerde manier gezocht hebben. Geen wonder dat er nooit iets is gevonden.

En volgens de Australiër Paul Davies kan E.T. nog veel efficiënter te werk gaan. In New Scientist van 7 augustus oppert hij dat buitenaardse beschavingen misschien wel speciaal ontworpen virussen de ruimte in hebben gestuurd. Die zouden op verre, pas gevormde planeten primitieve gastcellen kunnen infecteren met gecodeerd DNA. De buitenaardse boodschap vermenigvuldigt zich dan vanzelf; elk DNA-molecuul in elk levend organisme op aarde zou een geheime kosmische code kunnen bevatten.

Hoe zit het dan met mutaties? Geen nood, aldus Davies: de boodschap kan opgeslagen liggen in het zogeheten junk-DNA, dat voor zover bekend geen enkel doel dient. Sommige delen van junk-DNA, zowel bij mensen als bij muizen, blijken vrijwel ongevoelig voor mutaties, en zijn dus bij uitstek geschikt voor het opslaan en doorgeven van buitenaardse boodschappen.

Hoe serieus valt de speurtocht naar buitenaardse intelligentie eigenlijk nog te nemen? Iedereen lijkt altijd precies te weten wat de beste communicatiestrategie is voor de onbekende aliens, en bij gebrek aan concrete onderzoeksresultaten gaan E.T.-jagers zich te buiten aan de meest vergezochte theorieën.

Milan Cirkovic, een astronoom van de sterrenwacht van Belgrado, denkt er het zijne van. In een essay dat hij deze week publiceerde op de sterrenkundige preprint-server astro-ph breekt hij een lans voor een ongebruikelijke visie op intelligentie, die hij ontleent aan het sciencefictionboek Permanence van Karl Schroeder.

In Schroeders boek is intelligentie niet meer dan een toevallige en tijdelijke evolutionaire aanpassing, even onbelangrijk als de blauwe kleur van een vlindervleugel. Zodra het leefmilieu voldoende verandert, zal intelligentie verdwijnen en plaats maken voor andere, even triviale kenmerken. Cirkovic denkt dat deze licht nihilistische visie wel eens de verklaring zou kunnen vormen voor het uitblijven van een buitenaards teken van leven.

Ondertussen kun je je afvragen of SETI eigenlijk wel thuishoort binnen de wetenschap. De hypothese dat er buitenaardse beschavingen bestaan, kan immers op geen enkele manier gefalsificeerd worden, en van experimentele ondersteuning of indirecte bewijzen kan ook al geen sprake zijn. E.T. is wat dat betreft eigenlijk even ongrijpbaar als God. En het succes van SETI? Daar moet je dan gewoon in willen geloven.

Hoe veel communicerende beschavingen zijn er in het Melkwegstelsel? De Amerikaanse radioastronoom Frank Drake bedacht in 1960 een formule om dat uit te rekenen. Er moet dan wel bekend zijn hoeveel nieuwe sterren er per jaar in het Melkwegstelsel worden geboren, hoeveel daarvan vergezeld worden door planeten, en hoeveel ‘aarde-achtige’ planeten daar tussen zitten. Vervolgens moet je weten op hoeveel van die planeten leven ontstaat, welk percentage daarvan intelligentie ontwikkelt, en hoe groot de kans is dat die intelligente wezens ook daadwerkelijk radioboodschappen de ruimte in sturen. Tot slot speelt de gemiddelde levensduur een grote rol: als zo’n beschaving zichzelf binnen een paar eeuw vernietigt, valt er weinig te communiceren. De meeste factoren in deze Drake-formule zijn onbekend. Planetenstelsels blijken veel voor te komen, maar tot nu toe is er nog geen enkel stelsel ontdekt dat op het onze lijkt. De kans dat er leven ontstaat op aarde-achtige planeten wordt vrij hoog ingeschat, maar of de evolutie van dat leven onvermijdelijk tot intelligentie moet leiden, is onduidelijk. Ook kun je je afvragen of het niet heel antropocentrisch is om te bedenken dat buitenaardse intelligenties ook wetenschap en technologie ontwikkelen, en instrumenten bouwen om boodschappen de ruimte in te sturen. Per slot van rekening verwacht ook niemand dat de aliens broodjes kroket eten of ’s morgens chagrijnig in de file staan. Ondanks al die onzekerheden in de Drake-formule is het volgens de meeste onderzoekers vrijwel uitgesloten dat we uniek zijn in het Melkwegstelsel. Het aantal buitenaardse beschavingen waarmee we in principe contact zouden kunnen leggen, wordt geschat op minstens een paar duizend. En dus heeft al dat zoeken naar kosmische boodschappen absoluut zin, aldus de SETI-gemeenschap.Wie een pc met een internetaansluiting heeft, kan trouwens helpen zoeken. Op de website http://www.setiathome.com kun je gratis software downloaden waarmee je computer een bijdrage kan leveren aan het doorspitten van de vele terabytes aan waarnemingsgegevens. Miljoenen mensen over de hele wereld doen al mee. Als E.T. door jouw pc wordt gevonden, wacht de eeuwige roem.

Dit artikel is eerder verschenen in de Volkskrant

Meer weten?

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 september 2004
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.