Je leest:

Olympische gedachte in de uitverkoop

Olympische gedachte in de uitverkoop

Auteur: | 10 juli 2008

Leeft de olympische geest nog of is deze opgeofferd aan commerciële en politieke belangen? Sportfilosoof Ivo van Hilvoorde over de Spelen in Peking en het IOC. ‘Het IOC offert de belangen van sport en atleten op voor het grote geld.’

De discussie over de Olympische Spelen in Peking is dit jaar hoog opgelaaid. Cabaretier Erik van Muiswinkel nam in Nederland het voortouw met zijn oproep om de Spelen, die in augustus plaatsvinden, te boycotten vanwege de schendingen van de mensenrechten in China. Geen enkele sporter heeft daar tot nu toe gehoor aan gegeven, het bleef bij steunbetuigingen van enkele coaches en sporters, zoals Pieter van den Hoogenband en zijn coach Jacco Verhaeren.

Illustratie: © Rob Bömer

Boycot

“Een boycot kun je nu ook niet meer verwachten van sporters die al jaren hard aan het trainen zijn voor die Spelen”, zegt Ivo van Hilvoorde, docent sportfilosofie bij de faculteit Bewegingswetenschappen. “Het is ook geen goed middel als je weet dat de Spelen hoe dan ook zullen doorgaan. Eerdere boycots hebben ook bitter weinig resultaat gehad.” [Het gesprek met Van Hilvoorde vond plaats vóór de onlusten in Tibet, red.]

Van Hilvoorde heeft wel sympathie voor Van Muiswinkels actie. “Het is goed dat deze discussie plaatsvindt. Laat de Chinezen en het IOC maar aantonen dat deze Spelen ertoe bijdragen dat het daar de goede kant op gaat met de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten, zoals ze zelf beweren.” De sportfilosoof, die zelf in augustus als toeschouwer naar China hoopt te gaan, vindt het “ongelooflijk” dat sommige sportbestuurders en politici nog steeds volhouden dat sport en politiek niets met elkaar te maken hebben.

“Sport is nooit zomaar een spelletje, los van de politieke werkelijkheid. Landen of steden die de Spelen organiseren, hebben daar een politiek doel mee en de medailles waarom de sporters strijden, zijn niet alleen voor henzelf, maar ook voor hun natie. Dat wil niet zeggen dat sport niet iets eigens heeft. Je moet ervoor waken dat politieke invloeden dat eigen karakter beschadigen, dat het spelletje zo ernstig wordt misbruikt dat de sportieve prestaties eronder lijden.”

“Sport is nooit zomaar een spelletje, los van de politieke werkelijkheid.”

Vernietigen

Het bekendste voorbeeld van misbruik van sport voor politieke doeleinden zijn de Spelen van 1936 in Berlijn, die één grote propagandabijeenkomst voor het nazisme waren. Toch lukte het ook daar niet om het eigene van de sport te vernietigen. “Het meest memorabele van die Spelen was dat de zwarte sporter Jesse Owens alle blanke sporters versloeg en vier gouden medailles won. Uiteindelijk bleef intact dat het bij de Spelen gaat om de sporter die het verst springt en het hardst loopt.”

Van Hilvoorde wijst erop dat ook voor baron Pierre de Coubertin, bedenker van de moderne Olympische Spelen en oprichter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), sport en politiek in elkaars verlengde lagen. “Hij wilde met de herinvoering van de Olympische Spelen in 1896 een bijdrage aan de wereldvrede leveren en hoopte dat de sportieve strijd tussen naties zou leiden tot verbroedering. Door een platform te bieden aan topatleten wilde hij laten zien tot welke prestaties de mens in staat is. Hij verwachtte ook dat het voorbeeld van de olympische helden ertoe zou leiden dat meer mensen gingen sporten.”

De aristocraat liet zich inspireren door de elitaire Engelse public schools waar een strikt amateuristische vorm van sport werd bedreven. Betaling voor sport was uit den boze en daarom mochten mensen die hun brood verdienden met sport niet naar de Spelen. Amateurisme hield ook in dat sporters niet behoorden te trainen, want dat vertekende het natuurlijke talent. “De Coubertin schrok van de manier waarop atleten in de Verenigde Staten trainden en met antropometrisch onderzoek werden geselecteerd. Animal rearing, dieren fokken, noemde hij dat. Hij heeft het olympische motto ‘citius, altius, fortius’, ‘sneller, hoger, sterker’, niet bedoeld in de extreme vorm die het bij de huidige Spelen heeft gekregen. Hij zei niet voor niets dat deelnemen belangrijker is dan winnen.”

Baron Pierre de Coubertin, bedenker van de moderne Olympische Spelen en oprichter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). “Hij wilde met de herinvoering van de Olympische Spelen in 1896 een bijdrage aan de wereldvrede leveren en hoopte dat de sportieve strijd tussen naties zou leiden tot verbroedering.”

Hypocrisie

Nog tijdens zijn leven zag De Coubertin de oorspronkelijke olympische idealen veranderen door het succes van de Spelen. Het ideaal van het pure ongetrainde talent verdween langzaam maar zeker doordat sporters en landen steeds meer prestige ontleenden aan olympische medailles; trainen werd een vanzelfsprekendheid.

Toch heeft het IOC het ideaal van amateurisme lang in stand proberen te houden, ook nadat het ongeloofwaardig was geworden door de opkomst van de staatsamateurs uit het Oostblok in de jaren vijftig. Deze atleten konden op kosten van de overheid de hele dag trainen en verschilden daarom in niets van bijvoorbeeld Amerikaanse basketbalprofs. Pas begin jaren negentig werd de amateurclausule geschrapt uit het Olympische Handvest en kon het ‘Dream Team’ van Amerikaanse basketbalprofs in 1992 goud winnen in Barcelona. “Ik denk niet dat het opheffen van het amateurisme de geest van de Spelen heeft veranderd”, zegt Van Hilvoorde. “Het was een logische stap in een ontwikkeling die toch al gaande was. De Spelen gaan om helden creëren, records breken en dan moeten ook de allerbeste atleten mee kunnen doen. Het was dus alleen maar goed dat het IOC de eigen hypocrisie op dat punt doorbrak.”

‘Groene Spelen’ niet zo groen. Peking beloofde de wereld ‘Groene Spelen’ bij de lobby voor de toewijzing. Voorafgaand aan een bezoek van inspecteurs van het Internationaal Olympisch Comité liet de burgemeester in 2001 het gras groen verven om de slechte luchtkwaliteit te verhullen. Het IOC concludeerde dat het wel meeviel met de milieuverontreiniging in de Chinese hoofdstad en dat er bovendien tijd genoeg was voor verbetering. Inmiddels erkent het IOC dat de smogproblemen in Peking op sommige dagen zo ernstig zijn dat wedstrijden mogelijk moeten worden uitgesteld om gezondheidsschade voor de atleten te voorkomen. De Chinezen gaan de smog desnoods wegspoelen door regenbuien op te wekken via het beschieten van wolken met zilverjodide kristallen. Het schrijnende watertekort in Peking hebben de Chinezen aangepakt door grote hoeveelheden rivierwater naar Peking om te leiden, zodat de Olympische fonteinen rijkelijk kunnen sproeien en het gras in het Olympische park groen blijft. De Olympische roeibaan, die in 2001 nog een drooggevallen rivier was, is nu veranderd in een sappige oase, waarin weer zwanen zwemmen. Boeren uit toch al kurkdroge nabijgelegen provincies betalen de prijs voor het Olympische watermanagement: ze moeten door gebrek aan water overstappen op andere gewassen, of verhuizen.

Pas begin jaren negentig werd de amateurclausule geschrapt uit het Olympische Handvest. Trainen was inmiddels een vanzelfsprekendheid.

Corrumpering

De Spelen zijn anno 2008 uitgegroeid tot big business. De organisatie werkt met een begroting van liefst 2,1 miljard dollar en zegt dat bedrag ruim te kunnen dekken uit het marketing- en sponsoringprogramma. Hoeveel de partners betalen is geheim, alleen van sportschoenenfabrikant Adidas is bekend dat het honderd miljoen dollar betaalt om het olympische logo te mogen gebruiken in China. Deze geldstromen lopen deels via het IOC, dat een soort multinational is geworden. De hoofdtaak van het IOC is in naam het beschermen en uitdragen van de olympische idealen en van de sport.

Hoe dat dient te gebeuren staat in nobele bewoordingen beschreven in het Olympisch Handvest. “Het IOC houdt zich in de praktijk echter steeds minder aan het eigen handvest”, constateert Van Hilvoorde. “De Coubertin zou zich in zijn graf omdraaien als hij zou weten hoe de olympische idealen zijn gaan wringen met de wetten van big business. Het IOC is zelfs bereid de belangen van de sport en de atleten zelf daarvoor op te offeren.” Hij noemt als voorbeeld dat de zwemfinales in Peking in de ochtend worden gehouden met het oog op de inkomsten uit televisierechten, terwijl wetenschappelijk bewezen is dat zwemmers in die uren minder presteren; in Barcelona werden de marathons om dezelfde reden op het heetst van de dag gehouden. “Dat vind ik corrumpering van de sport.”

Er zou volgens Van Hilvoorde een kritisch forum moeten komen van onafhankelijke atleten en coaches, die pal staan voor de belangen van de sport. “Zij moeten beslissen onder welke omstandigheden er optimaal kan worden gesport.” Van Hilvoorde kan zich erg opwinden over IOC-leden zoals Hein Verbruggen, met zijn denigrerende uitspraken over coach Jacco Verhaeren. Hij deed diens oproep aan het IOC om de mensenrechtenschendingen in China te veroordelen af als “popiejopie-gedrag van zomaar een zwemtrainer.” “Wat een arrogantie van zo’n Verbruggen! Hij is niet meer dan een inwisselbare regelaar, maar vindt zichzelf belangrijker dan de atleten.”

Van sportschoenen-fabrikant Adidas is bekend dat het honderd miljoen dollar betaalt om het olympische logo te mogen gebruiken in China.

Machtig orgaan

Het IOC zou het olympisme veel breder kunnen uitdragen wanneer het openlijk erkent dat politiek en sport bij elkaar horen, denkt Van Hilvoorde. “Zo’n machtig orgaan heeft zo veel mogelijkheden om zaken positief te beïnvloeden. Het IOC hoeft geen mensenrechten- of milieuorganisatie te worden, maar zou daar wel een platform voor kunnen bieden, bijvoorbeeld door voorafgaand of tijdens de Spelen congressen of debatten te organiseren waar zowel voor- als tegenstanders aan het woord komen. Ook zou het IOC een organisatie als Amnesty International kunnen vragen om na afloop na te gaan welke veranderingen de Spelen daadwerkelijk teweeg hebben gebracht.”

Maar dat ziet Van Hilvoorde er niet van komen, want het IOC is als de dood om de Chinezen in diskrediet te brengen. “Wat kun je ook verwachten van een instituut dat heel lang is geleid door iemand als Samaranch, een man die een belangrijke positie bekleedde in het Franco-regime en daarover nooit verantwoording heeft afgelegd? En hij was en is niet de enige omstreden figuur in het IOC, getuige de corruptie bij het gunnen van de Spelen, ook weer bij die van Londen in 2012.”

Illustratie: © Rob Bömer

Kinderen

In plaats van schoon schip te maken in eigen kring, richt het IOC de pijlen liever op de strijd tegen dopinggebruik, op het ideaal van de ‘schone’ sporter. Maar dat beleid is in de ogen van Van Hilvoorde aan het ontaarden sinds de invoering van een systeem waarbij atleten moeten melden waar ze verblijven. Zo kunnen ze op elk moment van de dag worden getest door rondreizende dopingcontroleurs. “Dat grijpt zo ver in het privéleven van sporters in, dat ik me afvraag of het niet onethisch is. Bovendien is het een illusie om te denken dat je op die manier alle dopinggebruik zult kunnen opsporen. Elk controlesysteem roept nieuw strategisch gedrag op om het te omzeilen.”

Het IOC zou de Spelen weleens kunnen uithollen als het zo extreem fel op doping blijft, denkt Van Hilvoorde. “Verdedigers van dat beleid zeggen trots dat het antidopingbeleid een succes is en geven als bewijs dat de records bij nummers als speerwerpen en kogelstoten niet meer worden verbeterd. Maar dat maakt die sporten misschien ook wel minder interessant voor de kijker, en dat kan toch ook niet de bedoeling zijn.” Van Hilvoorde wil de dopingproblematiek beslist niet bagatelliseren. “Je moet sporters in elk geval goed blijven voorlichten over de gezondheidsrisico’s van doping, maar het blijft hun eigen keuze om wel of niet te gebruiken.”

Meer zorgen maakt hij zich over de toenemende prestatiedruk op kinderen. “Tekenend daarvoor is dat je tegenwoordig op internet een genetische test kunt kopen die meet of je kind meer talent heeft voor duurof voor sprintsporten. Er worden steeds meer medailles gehaald door kinderen die al vanaf hun zesde alleen maar met sport bezig zijn en hun leven grotendeels in de gymzaal doorbrengen. Denk niet dat dit alleen speelt in landen als China, ook in Nederland wordt al serieus getraind en geselecteerd vanaf een jaar of acht. Is dat humaan of is dat precies wat De Coubertin aanduidde met animal rearing?”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van VU Magazine.
© VU Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 juli 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.