Je leest:

Oh shit, een taalfout!

Oh shit, een taalfout!

Onze hersenen blijken taalfouten op dezelfde manier te corrigeren als andere vormen van gedrag. Dat ontdekten Leidse NWO-onderzoekers Niels Schiller en Lesya Ganushchak bij hun onderzoek naar hoe de hersenen reageren op het maken van spreekfouten. Dit onderzoek kan bijdragen aan een betere behandeling van mensen met problemen met spreken en begrijpen van taal.

Ons brein kan redelijk goed versprekingen voorkomen. Helaas laten ook onze hersenen wel eens een steekje vallen. Johan Cruijff maakte dat mee toen hij de verdediging een ‘geitenkaas’ noemde in plaats van een gatenkaas. Philip Freriks kampte met dit probleem toen hij het had over een ‘pizzacoureur’ terwijl hij een pizzakoerier bedoelde.

De ‘f’ van lepel

Om na te gaan hoe de hersenen reageren op dit soort fouten vroegen Schiller en Ganushchak aan proefpersonen om aan te geven of bepaalde klanken in de naam van een plaatje voorkomen. Bij het zien van een lepel moeten de ondervraagden dus aangeven dat er een p in het woord zit. Meestal gaat dit goed, maar naarmate de tijdsdruk verhoogd wordt, maken de proefpersonen meer fouten. Ze geven dan bijvoorbeeld aan dat er een f in het woord ‘lepel’ zit of juist dat er géén p in ‘lepel’ zit.

‘Oh-shit’-signaal

De onderzoekers toonden aan dat ons brein bij zo’n foutieve taaluiting reageert met een specifieke hersengolf. Het was al bekend dat de hersengolf optreedt bij het maken van gedragsfouten, zoals per ongeluk een verkeerde knop indrukken. Dit signaal, de Error-Related Negativity, staat ook bekend als het ‘Oh-shit’-signaal. De hersenen registreren dan meteen dat er iets mis is.

Een ERN (Error-Related Negativity) kan worden waargenomen met een EEG-scan. Bij een EEG (electroencefalogram) worden sensoren op verschillende plekken op het hoofd bevestigd. Deze sensoren meten de elektrische impulsen die vrijkomen bij hersenactiviteit. Als er op een bepaalde plek in de hersenen veel activiteit plaatsvindt, zal de sensor die daar op de schedel geplakt is veel elektriciteit waarnemen. Zo kan een 2-dimensionaal beeld van de hersenactiviteit gemaakt worden.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de manier waarop onze hersenen taal gebruiken niet fundamenteel verschilt van het uitvoeren van andere acties zoals grijpen of lopen. Het ‘Oh-shit’-signaal registreert fouten zo snel dat ze soms nog gecorrigeerd kunnen worden. Zo kun je dus meestal nog ingrijpen om te voorkomen dat je de trap afvalt of rare uitspraken doet.

Taal in het brein

De resultaten van het onderzoek helpen het functioneren van het brein en de verwerking van taal in de hersenen beter te begrijpen. Beter inzicht in de mechanismen die spraakproductie beïnvloeden is nodig om de therapiemethoden voor mensen met taalproblemen te verbeteren.

Dit onderzoek maakt deel uit van een breder onderzoeksproject dat probeert de werking van de hersenen bij taalgebruik te analyseren. Niels Schiller zette het project op met de Vici-subsidie die hij in 2003 ontving van NWO. Lesya Ganushchak ontving in 2008 van NWO een Rubicon-subsidie om ervaring op te doen in het buitenland.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
© Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 oktober 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.