Je leest:

Obesitas: genen, luiheid, of eten?

Obesitas: genen, luiheid, of eten?

Auteur: | 18 februari 2011

Waarom worden we dik? Het antwoord lijkt simpel: we eten meer dan ons lichaam aan energie nodig heeft; helemaal als we te weinig bewegen. Een klein groepje wetenschappers denkt echter dat deze energiebalans niet de belangrijkste aandrijving van obesitas is. Het is volgens hen vooral de overmaat aan koolhydraten in de vorm van onder andere brood, suiker en aardappelen. Dat druist in tegen de gevestigde mening in Nederland, die nog altijd adviseert om minder te eten en meer te bewegen, maar nauwelijks de inname van koolhydraten beperkt.

Eindeloos bewegen, minder eten, maar toch dik? Het zou mogelijk kunnen zijn..

“Overgewicht en obesitas ontstaan wanneer de inname van energie jarenlang hoger is dan het gebruik”, schrijft de Gezondheidsraad in 2010. Met andere woorden: wie teveel eet en te weinig beweegt, blijft energie opslaan in plaats van deze te verbruiken en wordt daardoor te dik.

Eten we dan echt zoveel, en bewegen we te weinig? Nee. Nederlanders doen sinds 1980 steeds meer aan lichamelijke beweging, blijkt uit cijfers van TNO en metingen van Universiteit Maastricht. En in de periode 1988 tot 1998 zijn we gemiddeld vijf procent minder calorieën gaan eten, weet de Gezondheidsraad. In de VS gebeurt hetzelfde: Amerikanen eten minder calorieën en vet en toch worden ze dikker. Is er bij de oorzaak van obesitas wellicht meer aan de hand dan enkel energiebalans?

Natuurlijk is er genetische aanleg. De een wordt dikker dan de ander. Natuurlijk is er eetgedrag. Elke dag naar de McDonalds gaan maakt het makkelijk om zoveel te eten, dat je overtollige voeding als vet opslaat. Maar de nadruk op energiebalans is misschien licht misplaatst, zegt een klein aantal voornamelijk Amerikaanse voedingswetenschappers. Wat zij denken is het best in te luiden met een illustratie van wetenschaps- en voedingsjournalist Gary Taubes: hij stelt zelfs dat berekeningen met energiebalans wetenschappelijk niets bijdragen aan de vraag over hoe obesitas werkt.

In zijn nieuwe boek Why we get fat and what to do about it schrijft Taubes hierover het volgende: “Je moet als dik persoon inderdaad meer energie eten dan verbranden om vetter te worden. Dat is vanzelfsprekend. Dat dikke mensen veel eten is daarom logisch. Maar waarom eten dikker wordende mensen meer? Of waarom slaan ze meer vet op dan anderen? Dat verklaar je niet met energiebalans.”

Taubes’ visie kan het best worden uitgelegd met dit voorbeeld: je ontdekt plotseling dat je na maandenlang rood staan op je rekening ineens duizenden euro’s in de plus staat. Je weet niet waar al het geld vandaan komt en vraagt aan de bank hoe dat zo is gekomen. Als de medewerker dan uitlegt: “U staat in de plus omdat u meer geld op uw rekening kreeg dan eraf ging”, ben je nog geen steek verder. Je begrijpt niet waarom het geld op je rekening staat. Hetzelfde geldt voor energiebalans: zeggen dat iemand meer eet dan verbrandt is enkel een andere manier om te zeggen dat iemand groeit, maar het verklaart niet waarom die persoon in vet groeit, in plaats van in iets anders, bijvoorbeeld lengte.

Waar komt al dat geld vandaan?
aranjuez1404 Flickr.com

Koolhydraten als kandidaat-dikmaker

Om obesitas te verklaren, zouden wetenschappers en hun leefstijladviezen dus niet te veel op energiebalans mogen leunen. Ze moeten kijken naar hoe het lichaam vet opslaat. En in dat voorstel staat Taubes niet alleen – hoewel hij zichzelf de eenzame-heldenrol in zijn boek graag toedicht. In ieder geval, hoogleraar voeding Walter Willett van de Harvard Universiteit en ook Stephen Phinney van de Universiteit van Californië zien eveneens liever meer nadruk op wetenschappelijk onderbouwde adviezen die ons lichaam helpen minder vet op te slaan, in plaats van een simpele beschouwing van energiebalans. Willett maakt al sinds begin deze eeuw zijn standpunt kenbaar via persberichten van Harvard, en open brieven aan de Amerikaanse overheid.

Maar wat stimuleert dan vetopslag? Phinney en Willett noemen — net als Taubes — niet enkel genen of veel eten, maar voornamelijk koolhydraten als de meest waarschijnlijke dikmakers in onze maatschappij. Dat zijn energierijke stoffen waaruit bijvoorbeeld niet alleen suiker, maar ook brood, aardappelen en pasta voornamelijk bestaan.

Dat een overmaat aan koolhydraten extra vetopslag en dus obesitas misschien beter verklaart dan enkel energiebalans, zit ‘m volgens de wetenschappers in een oud feit over hoe menselijke stofwisseling werkt, en dan met name het samenspel tussen vetcellen en insuline. Dat gaat als volgt.

Vetcellen slaan meer vet op wanneer insuline daartoe de opdracht geeft.
Bob Remedi, College of Lake County

Wanneer je koolhydraten eet worden ze in je bloedbaan opgenomen als bloedsuikers, ook wel bloedglucose. Daar is niets mis mee, want je hersenen en spieren kunnen deze glucose goed gebruiken. Wanneer je echter relatief veel koolhydraten eet, blijft er eveneens veel glucose achter in de bloedbaan. En om het op te ruimen komt het bekende hormoon insuline in actie. Insuline haalt glucose uit de bloedbaan. Hoe? Door vetcellen te vertellen dat ze het als vet mogen opslaan. Erger nog, om vetopslag te bevorderen remt de insuline tegelijkertijd vetverbranding. Dus het vet dat je al hebt, houd je langer vast. Kortom, des te meer insuline je lijf na een koolhydraatrijke maaltijd rondpompt, des te dikker je zal worden.

In de Los Angeles Times noemt Phinney de koolhydraten “verbrandingsvoordringers", omdat “ze de plaats van vet inpikken als brandstof voor het lichaam, en eisen dat ze als eerst worden verbrand. Wat aan koolhydraten overblijft, wordt opgeslagen als vet en blijft daar zitten zolang nieuwe koolhydraten worden gegeten. En koolhydraten eten is iets wat de gemiddelde Amerikaan zeker doet”, aldus Phinney.

Onbewezen

Belangrijk om te weten is dat de theorie van Willett, Phinney en Taubes die koolhydraten als dikmakers aanwijzen nog onbewezen is. De meeste onderzoeken die koolhydraten in verband brengen met vetopslag zijn studies waarin mensen moesten afvallen, en niet aankomen.

Het enige andere hulpmiddel waarmee – naast de biochemie over insuline en vetopslag – koolhydraten in verband worden gebracht met obesitas, is statistiek over bevolkingscijfers. Dat is een beperkte vorm van wetenschap, omdat je ermee als onderzoeker moeilijk echte oorzaken kunt ontdekken. Een goed voorbeeld van hoe vaag de oorzaken met enkel statistiek kunnen zijn, is het verband tussen obesitas en depressie. Uit bevolkingsonderzoek blijkt bijvoorbeeld dat dikke mensen vaker depressief zijn. Maar word je depressief omdat je te dik bent, of ga je meer eten omdat je depressief bent? Je kunt geen van beide met enkel cijfers bewijzen.

Hetzelfde geldt voor koolhydraten als oorzaak voor obesitas: zowel Amerikanen als Nederlanders zijn dikker geworden in een periode waarin ze meer koolhydraten – vooral suikers – zijn gaan eten, blijkt uit rapporten van de Amerikaanse overheid en de Gezondheidsraad. Maar ga je meer koolhydraten eten als je eenmaal dik bent of wordt je dik door teveel koolhydraten?

Toch neigen voedingswetenschappers als Willett en Phinney naar deur nummer twee: koolhydraten maken je dik. Het feit dat koolhydraten je bloedglucose doen stijgen, waarna insuline de glucose als vet laat opslaan maken dat waarschijnlijk. Maar niet definitief.

Afschaffen?

Wie minder vet wil opslaan kan dus misschien beter minder koolhydraten eten. Moeten we dan maar helemaal af van koolhydraten of gewoon een beetje minder ervan nemen?

WetenschapsjournaIist Taubes stelt voor dat sommige mensen zelfs terug moeten naar een eetpatroon uit de steentijd. Veel vlees, veel vet eten. Koolhydraatrijke granen zijn in principe nergens voor nodig, schrijft Taubes. Je haalt het beetje koolhydraten dat je nodig hebt wel uit groenten. En verder: geen brood, geen aardappelen, niets. Alleen nog vlees, eieren, kaas en noten. Kortom, Atkins-achtig eten. Maar dan zonder te diëten, adviseert hij, want daarvan kan je lichaam in spaarstand geraken waardoor je alsnog extra vet opslaat.

Willett laat in diverse interviews weten dat hij het honderd procent eens is met Taubes’ focus op koolhydraatarm eten, maar vindt het advies om meer rood vlees te eten onverstandig. Uit een aantal grote onderzoeken van Willett zelf blijkt dat veel rood vlees eten de kans op kanker bevordert, maar wetenschappelijk uitsluitsel hierover is er niet. Twee grote onderzoeken vonden wel een risico, twee anderen niet.

Is veel vet vlees eten de oplossing? Misschien niet als je aan het milieu wil denken.
bump, Flickr.com

Afgezien van het mogelijke risico op kanker, zijn er meer redenen om aan een vlees- en vetrijk voedingspatroon te twijfelen. Dat concluderen Phinney en zijn collega Eric Westman na enkele eigen onderzoeken en die van andere wetenschappers onder de loep te nemen.

De twee heren zijn in principe best enthousiast over zo’n koolhydraatarm eetpatroon. Op de korte termijn pakt het gunstig uit voor je cholesterol-gehalte en bloeddruk, zeker als je al dik bent. Dat dat kan met vet eten is verrassend, want een lagere bloeddruk en cholesterol vermindert het risico op hartproblemen. Aan de andere kant is het verlagen van je bloeddruk niet altijd goed. Mensen met een sowieso al lage bloeddruk moeten oppassen dat ze niet flauwvallen, bijvoorbeeld. Plus, omdat je bloed zo weinig glucose bevat, moeten je hersenen vaker energie uit andere brandstoffen dan glucose halen, namelijk uit ketonen. Hoewel Westman door zijn onderzoek vermoedt dat dat voor velen geen probleem zal wezen, kan hij nog niet zeggen dat bijna continu op ketonen draaien voor iedereen goed is.

Eten als een diabeet

Koolhydraten volledig afschaffen levert dus wellicht nieuwe problemen op. Hoogleraar Willett denkt dat daarom dat je er beter wél wat kunt eten. Er bestaan namelijk koolhydraten die vetopslag waarschijnlijk minder stimuleren dan anderen. Deze koolhydraten zijn meestal omgeven door andere moeilijk verteerbare stoffen, zoals vezels en eiwitten, waardoor je langzamer opneemt. Je bloedglucose stijgt dan niet snel, en dus is het effect van insuline en vetopslag een stuk kleiner. Volkoren granen en groenten horen bij deze ‘langzame’ koolhydraten, en zijn dus geen probleem.

Muesli bevat volkoren granen. En die hebben een lage glykemische index.
phonakins, Flickr.com

Maar koolhydraten in suiker, aardappelen, witte pasta en wit brood verteer je razendsnel: je bloedglucose, insuline en vetopslag volgen elkaar dan ook snel op. Voedsel met makkelijk verteerbare koolhydraten heeft een zogenaamde hoge glykemische index. Willett raadt voeding met een hoge glykemische index dan ook af. Dat betekent dus: weinig pasta, het liefst geen of weinig (wit) brood, geen of weinig aardappelen, maar vooral veel hele granen zoals in muesli, of vezelige koolhydraten uit groenten. Om voldoende vetten binnen te krijgen, raadt Willett gezonde olijfolie, een beetje vlees en vooral veel vis aan.

Dat glykemische index een goede leidraad zou kunnen zijn voor vetopslag blijkt uit een groot onderzoek van de bijzonder onafhankelijke Cochrane Collaboration. Cochrane-wetenschappers doen zelf geen onderzoek, maar voegen eerdere studies samen zodat de uitkomst uit één groot onderzoek lijkt te komen, en kiezen alleen de beste onderzoeken uit. Wat blijkt: mensen die voedsel eten met een laag glykemische index vallen meer af dan mensen die voornamelijk voedsel aten met een hoog glykemische index.

Beter advies?

Is wit brood erger dan vet?
epoustouflante, Flickr.com

Wat nu te doen met deze onbewezen maar plausibele koolhydratentheorie? Moeten we de sprong wagen en gaan minderen op de snel verteerbare koolhydraten uit pasta, aardappelen en uiteraard suiker?

De Amerikaanse overheid vindt van wel. Na in het jaar 2000 officieel vast te stellen dat een overmaat aan koolhydraten slecht kan zijn voor je metabolisme – lees: verhoogde insuline en vetopslag – én het feit te overwegen dat Amerikanen dikker werden tijdens een periode waarin ze meer koolhydraten naar binnen werkten, besloot de overheid in 2005 Willetts advies deels over te nemen en dingen als wit brood, aardappelen, frisdrank en suikers te veroordelen als slecht en dikmakend.

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam, vindt ook dat er meer aandacht moet komen voor koolhydraten met een hoge glykemische index. “Ik ben het helemaal eens met Willett dat koolhydraten niet lichtzinnig moeten worden voorgeschreven, laat staan dat ze overgeconsumeerd moeten worden. Vooral geraffineerde koolhydraten [meelproducten en suiker, red.] en suikerbevattende dranken dienen te worden vermeden.” Seidell zegt dat hij in rapporten waarvoor hij eindverantwoordelijk is, dit ook altijd noemt. “Het totaal afzweren van koolhydraten is niet verstandig want zaken als groenten, bonen, volkoren graanproducten zijn ook een belangrijke bron van voedingsstoffen en vezel.”

Het is niet het vlees, maar de aardappelen die ons waarschijnlijk dik maken.
FotoosVanRobin, Flickr.com

De officiële Nederlande instanties zijn terughoudend met de onbewezen koolhydratentheorie. Het standpunt van Voedingscentrum is op zijn best verwarrend. De website raadt makkelijk verteerbare koolhydraten op zich wel af, maar vermeldt er niet bij dat maaltijden die we als Hollands of mediterraans gezond beschouwen, zoals gekookte aardappelen en pasta, ook dikmakend kunnen zijn. Sterker nog, de site promoot zelfs flinke hoeveelheden van deze maaltijden in de Schijf van Vijf.

Eigenlijk geldt dezelfde tendens, zij het wat minder verwarrend, voor het laatste rapport ‘Richtlijnen goede voeding’ van de Gezondheidsraad uit 2006. Koolhydraten met een hoge glykemische index worden als mogelijk dikmakend erkend, maar vervolgens raadt de commissie enkel suiker af en moedigt het volkoren granen aan. De mogelijke instinkers wit brood en aardappelen ontspringen de dans.

Volgens Seidell worden op dit moment adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum herzien. Of glykemische index en koolhydraten zoals in de VS meer aandacht zullen krijgen, valt nog af te wachten.

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 februari 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.