Je leest:

NT2: Via hulpwerkwoorden naar vervoegingen

NT2: Via hulpwerkwoorden naar vervoegingen

Auteur: | 5 juni 2009

Voor mensen die Nederlands als tweede taal leren (NT2-leerders) is het erg lastig om werkwoorden goed te vervoegen én ze ook nog eens op de juiste plaats in de zin te zetten. VU-promovenda Josje Verhagen laat zien dat Turkse en Marokkaanse NT2-leerders deze vaardigheden in dezelfde volgorde verwerven. Eerst een juist gebruik van hulpwerkwoorden, dan pas kunnen lexicale werkwoorden goed vervoegd worden.

“Vader ook in Turkije wonen” en “Hij niet Nederlands praten”. In deze uitspraken herken je gelijk een tweedetaalleerder van het Nederlands. Zo’n NT2-leerder heeft meestal veel moeite met het juist vervoegen van werkwoorden. Josje Verhagen, promovenda aan de VU, laat zien dat verwerving van hulpwerkwoorden, en dan met name ‘hebben’, cruciaal is. Pas daarna kan een NT2-leerder ook andere werkwoorden correct vervoegen.

Josje Verhagen verdedigt 9 juni haar proefschrift aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Alle begin moeilijk zijn

Iemand die net de Nederlandse taal leert laat meestal alle werkwoorden weg of zet het werkwoord onvervoegd aan het eind van de zin. “Zusje naar school gaan” is hier een voorbeeld van. Zo’n onvervoegd werkwoord noemen we niet finiet: het is niet gemarkeerd naar persoon (hij, wij, etc), getal (enkelvoud, meervoud) of tijd (tegenwoordige tijd, voltooid verleden tijd, etc). Veel volwassenen hebben zoveel moeite met het leren van een nieuwe taal dat ze finietheid nooit helemaal goed leren.

Als de NT2-leerder al wat verder is leert hij ook hulpwerkwoorden en modale werkwoorden te gebruiken. In plaats van “Ik niets verstaan”, zegt de NT2-leerder dan “Ik heb niets verstaan”. Zowel hulp- als modale werkwoorden kunnen in principe niet zelfstandig voorkomen in een zin. Ze voegen alleen betekenis toe aan een ander werkwoord. Pas in een nog later stadium wordt dit “Ik versta niets”. Dan kan de spreker ook lexicale werkwoorden vervoegen: werkwoorden die de zin hun inhoudelijke betekenis geven, zoals ‘spreken’, ‘kopen’ of ‘lezen’.

Imitatie

In het onderzoek van Verhagen moesten Turkse en Marokkaanse NT2-leerders onder andere verschillende zinnen nazeggen. Deze zinnen waren zo lang dat de sprekers ze niet in hun geheel konden onthouden, maar moesten reconstrueren. Uit deze imitatie-taak bleek dat leerders die het hulpwerkwoord ‘hebben’ nog niet hadden verworven het lexicale werkwoord verplaatsen naar een niet finiete locatie in de zin. “De minister praat niet over het grote probleem” werd dan “De minister niet praat over het grote probleem”. Bij leerders die ‘hebben’ wel al hadden verworven gebeurde juist het omgekeerde: van “niet praat” maakten zij “praat niet”. Dit laat zien dat NT2-leerders pas lexicale werkwoorden op de juiste plaats in de zin kunnen zetten nadat ze hulpwerkwoorden hebben verworven.

Turkse en Marokkaanse leerders van het Nederlands hebben vaak veel moeite met het vervoegen van werkwoorden. Je ziet bij hen vaak hetzelfde patroon: eerst gebruiken ze geen of alleen onvervoegde werkwoorden, later gebruiken ze hulpwerkwoorden en ten slotte worden alle werkwoorden goed vervoegd.
Karien van Boxel

Dit experiment laat ook zien dat NT2-leerders wel al beschikken over grammaticale kennis over de plaatsing van het hulpwerkwoord ‘hebben’, vóór dat ze het actief toepassen. Leerders die ‘hebben’ nog niet hadden verworven, verbeterden namelijk toch al “niet heeft” naar “heeft niet”. Dit zou je niet verwachten op basis van het herhalen van zinnen met lexicale werkwoorden.

NT2-onderwijs

Turkse en Marokkaanse NT2-leerders verwerven dus de verschillende aspecten van het Nederlands in dezelfde volgorde. Toch zijn er ook verschillen tussen de twee groepen. Marokkanen gaan iets sneller van het ene stadium naar het andere dan Turken. Wanneer de Turkse leerders bijvoorbeeld nog “Ik de afwas doen” zeggen, zeggen de Marokkaanse leerders als “Ik doe de afwas”. Volgens Verhagen zijn de resultaten van haar onderzoek relevant voor het NT2-onderwijs. Lessen over het vervoegen en juist plaatsen van lexicale werkwoorden hebben wellicht pas zin als de leerder hulpwerkwoorden goed verworven heeft.

Bron: Josje Verhagen promoveert 9 juni aan de Vrije Universiteit Amsterdam op haar proefschrift Finiteness in Dutch as a second language.

Lees verder:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.