Je leest:

Noord-Europa eerder bewoond door oermens

Noord-Europa eerder bewoond door oermens

Auteur: | 15 juli 2010

Vondsten in het Britse Happisburgh laten zien dat noordelijk Europa eerder bewoond was dan gedacht. De vuurstenen artefacten zijn ouder dan 780.000 jaar, mogelijk tot 970.000 jaar. De oermens leefde in een relatief warme fase tussen de glacialen in, al was het wel kouder dan tegenwoordig.

Het Pleistoceen is een periode in de aardse geschiedenis gekenmerkt door glacialen (informeel: ‘ijstijden’) en interglacialen, de warmere perioden hiertussen. In het Pleistoceen, 2,6 miljoen tot 11.600 jaar geleden, kwamen mensen zelfs gedurende de interglacialen nauwelijks in noordelijk Europa. De oudst bekende vindplaats was die in Pakefield (GB) van ongeveer 700.000 jaar geleden. Archeologisch en geologisch bewijs uit Happisburgh, zuidoostelijk Groot-Brittannië, laat zien dat mensen nóg eerder in noordelijk Europa aanwezig waren. Een voornamelijk Brits team van wetenschappers onder leiding van Simon Parfitt schreef hierover in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De locatie van Happisburgh, de loop van de rivieren en de kustlijn destijds.
Parfitt et al. Nature

Verspreiding mens in Europa

De eerste Europeanen waren te vinden rond 1,8 miljoen jaar geleden in Georgië. Het gaat hier waarschijnlijk om de mensensoort Homo erectus. Een half miljoen jaar later verbleef de mens ook in zuidelijk Europa, zoals in Spanje, zuidelijk Frankrijk en Italië.

Simon Parfitt en collega’s claimen nu dat ze de oudste bewijzen hebben van menselijke bewoning ten noorden van 45° noorderbreedte, wat grofweg het gebied boven de Alpen is. De overblijfselen zouden meer dan 780.000 jaar oud zijn, mogelijk zelfs tot bijna één miljoen jaar (970.000) op basis van magnetische eigenschappen van het sediment, planten en dieren. In het News & Views stukje in Nature waarin de Australiërs Roberts en Grün het wetenschappelijke artikel samenvatten en becommentariëren, staat echter te lezen dat er wel degelijk vindplaatsen ten noorden van 45° noorderbreedte zijn. Zij meldden vindplaatsen van rond één miljoen jaar oud uit Duitsland en noordelijk Frankrijk, met de notitie dat deze wellicht minder goed gedateerd zijn dan onze Britse vindplaats, Happisburgh.

De opgraving in Happisburgh.
Phil Crabb, Natural History Museum London

Vondsten

Desalniettemin hebben Simon Parfitt en collega’s een bijzondere ontdekking gedaan. De bewijzen van menselijke activiteit bestaan uit 78 vuurstenen artefacten, waarvan de meeste puntgaaf zijn. En dus kunnen ze niet ver zijn getransporteerd. De artefacten komen in diverse zandige lagen voor, wat betekent dat Happisburgh verschillende malen is aangedaan/bewoond door de oermens.

Omgeving en aanpassing

Andere vondsten vertellen over de lokale omgeving en het klimaat. De vuurstenen zijn ingebed in zanden en grind die afkomstig zijn van voornamelijk de vroegere Theems, die toen 150 km noordwaarts stroomde, en voor een klein deel van een niet meer bestaande rivier, de Bytham. Uit het sediment zelf blijkt dat de oermensen dichtbij de rivier Theems in een estuariene omgeving woonden, waar de invloed van de zee af en toe merkbaar was.

De vegetatie, gereconstrueerd aan de hand van pollen, zaden, dennenappels en hout, bestond in de oudste fase van bewoning uit heide, den en spar. In de jongste fase, waarvan de meeste artefacten stammen, was er bos (den en spar) naast grasland. De fauna bevestigt dit laatste: er waren grazers zoals bijvoorbeeld paarden en mammoeten. De zee was niet ver weg, want onderzoekers vonden mollusken, zeepokken en eencelligen (foraminiferen).

Vuurstenen artefacten, een dennenappel en een mammoetkies uit Happisburgh.
Parfitt et al. Nature

De temperatuur, afgeleid uit kevers, was 16-18°C in de zomer en tussen 0 en -3°C in de winter. De temperaturen en de vegetatie zijn te vergelijken met die in het huidige zuiden van Scandinavië. Ondanks de relatief warme periode tussen de glacialen moesten de bewoners van Happisburgh zich aanpassen. In de winter leefden ze vooral van het aanwezige wild, in de zomer konden ze ook vegetatie gebruiken als voedselbron. Zo overleefden ze in het gevarieerde landschap nabij de Theems.

Een reconstructie van de omgeving, flora en fauna van Happisburgh rond 900.000 jaar geleden.
John Sibbick/AHOB

Slot

De uitdagingen na dit onderzoek liggen hem volgens Roberts en Grün vooral in het vinden van nauwkeurigere dateringsmethoden. Dit is van enorm belang om de verspreiding van de mens in Europa te reconstrueren. Voorlopig gaat de zoektocht naar archeologische artefacten langs de Engelse kust door. Net zoals de erosie die voor blootlegging zorgt.

Referenties:

Parfitt et al., 2010. Early Pleistocene human occupation at the edge of the boreal zone in northwest Europe. Nature 466: 229-233.

Roberts & Grün, 2010. Early human northerners. Nature 466: 189-190.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juli 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.