Je leest:

Nobelprijswinnaar fout in de oorlog?

Nobelprijswinnaar fout in de oorlog?

Auteur: | 20 januari 2006

De naam van de Nederlandse natuurkundige en Nobellaureaat Peter Debye leeft voort in een Maastrichtse prijs en Utrechts laboratorium. Wetenschapsjournalist Sybe Izaak Rispens haalde uit Duitse archieven belastend materiaal over Debye’s handelen in de Tweede Wereldoorlog naar boven. Kritiek over het onderzoek en over de naamgeving van prijs en instituut leidden tot een uitgebreid onderzoek van het NIOD.

Update – eerherstel voor Debye

Nobelprijswinnaar Peter Debye, Nazi-sympathisant? Na het kritische hoofdstuk in een boek van wetenschapsjournalist Sybe Rispens en een begeleidend artikel in Vrij Nederland ontstond ophef over de wetenschapper. Het Utrechtse Debye-instituut voor fysische chemie moest Debyes naam laten vallen. De Universiteit van Maastricht schrapte rijkt de Debyeprijs niet langer uit; de financierende Hustinx-stichting wil de prijs wel handhaven.

Debye werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland en zou volgens Rispens kritiekloos hebben meegewerkt aan het weren van Joodse wetenschappers uit de beroepsvereniging voor natuurkundigen.

Volgens het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie was Rispens aantijging gebaseerd op onvolledig onderzoek. Het NIOD-rapport beschrijft Debye als iemand die voor de zuivere wetenschap koos. Toen de Nazi’s hem vroegen zich te nationaliseren tot Duitser en invloed uit wilden oefenen op de richting van zijn onderzoek, vertrok Debye dan ook naar de V.S..

Onder leiding van Jan Terlouw bekeek een commissie de zaak Debye. Omdat Debye nooit lid is geweest van de Nazi-partij, en niet heeft meegewerkt aan propaganda of oorlogsmachinerie, denkt de commissie dat zijn kwade trouw niet bewezen is. Het Debye-instituut in Utrecht kreeg daarop haar naam terug.

Dat Debye (Maastricht, 1884 – 1966) in de jaren 1930 in Duitsland werkte was algemeen bekend. Waarom hij tijdens de opkomst van het Nazisme nog steeds leiding gaf aan een vooraanstaand wetenschappelijk instituut? Politieke naïviteit, dachten historici. Rispens, wetenschapsjournalist in Berlijn, bracht echter brieven van Debye aan het licht, waarin die oproept tot het zuiveren van het Deutsche Physikalische Gesellschaft van joden en andere niet-Ariërs.

Rispens beschuldiging aan het adres van Debye veroorzaakte flinke opschudding. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) oordeelde dat Rispens bronnen authentiek waren, waarop de universiteiten van Maastricht en Utrecht besloten dat de naam Debye niet langer ‘een voorbeeldfunctie kan hebben’. In Maastricht wordt de tweejaarlijkse Peter Debye-prijs niet meer uitgereikt; Utrecht besloot de naam van het Debye instituut te schrappen.

Reacties

Verontwaardigde reacties volgden. Gijs van Ginkel, zakelijk directeur van het Debye instituut, noemde de naamswijziging ‘een bestuurlijke dwaling’. Het instituutsbestuur, noch wetenschapshistorici van de Utrechtse natuurkundefaculteit werden erover gehoord. Ook floot het College van Bestuur wetenschappelijk directeur Leo Jenneskens terug, die wetenschapshistorici van verschillende instellingen om commentaar vroeg en een bronnenstudie produceerde over de kwestie. Zijn onderzoek zou een ‘te persoonlijke interpretatie’ van de zaak geven.

Verder onderzoek

Het NIOD, dat Rispens bronnen authentiek verklaarde, stelde dat de positie van Debye nog niet voldoende is onderzocht. Ja, de Nobelprijswinnaar en voorzitter van de Duitse natuurkundige vereniging verzette zich niet met hand en tand tegen eisen van het Nazi-regime dat Joodse natuurkundigen geroyeerd moesten worden. Maar was dat genoeg om Debye ‘fout’ te verklaren? In het rapport “In naam der wetenschap?” wordt Debye’s rol in de context van natuurwetenschappen onder het Nazi-regime geplaatst. Zo vergelijken de historici Debye’s handelen met dat van andere wetenschapsorganisaties in Nazi-Duitsland. Het nieuwe rapport stelt dat Debye in de jaren dertig weliswaar loyaal was aan het Nazi-regime. Maar dat was volgens het NIOD eerder een kwestie van opportunisme om aan de wetenschappelijke top te komen dan van actief anti-semitisme.

Foto van Debye op de site van de Nobelprijzen. Debye kreeg in 1936 de Nobelprijs voor de Scheikunde voor zijn onderzoek aan de structuur van moleculen. Daarbij gebruikte hij natuurkundige technieken als elektron- en röntgenverstrooiing. bron: Nobelprize.org

Rispens deed zijn ontdekking terwijl hij materiaal verzamelde voor zijn nieuwe boek over de relatie van Einstein met Nederland. Daarbij kwam Rispens brieven van de felle anti-nazi Einstein tegen, die na de oorlog (tevergeefs) pleitte tegen de aanstelling van Debye als hoogleraar aan Cornell University.

Verder spitten in de archieven leverde meer verrassingen op. Debye, onderscheiden met de Nobelprijs voor de Chemie 1936, naar wie prijzen, instituten en zelfs een vier kilometer grote asteroïde zijn vernoemd, leek vuile handen te hebben. Volgens Rispens werkte Debye voor en tijdens de oorlog met enthousiasme samen met het naziregime. In zijn Vrij Nederland-artikel zette hij Debye neer als een opportunistische carrièrejager die er geen been in zag zaken te doen met Nazi-Duitsland.

De universiteiten van Maastricht (Peter Debye-prijs) en Utrecht (Debye Instituut) namen de beschuldigingen serieus. Het Utrechtse instituut voor nanochemie werd zijn naam ontnomen. De universiteit heeft nog niet officieel gereageerd op het mildere rapport van het NIOD en wacht op de conclusies van een commissie onder leiding van oud-minister Jan Terlouw.

Einstein in Nederland – een intellectuele biografie. Sybe Izaak Rispens, 2006 Ambo Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.