Je leest:

Nobelprijs voor geurwetenschappers

Nobelprijs voor geurwetenschappers

Auteur: | 5 oktober 2004

De Nobelprijs voor de Geneeskunde en Fysiologie ging dit jaar naar geurwetenschappers. De Amerikanen Richard Axel (58) en Linda Buck (57) delen de prijs van ruim 1,1 miljoen euro voor onderzoek naar geurreceptoren en de organisatie van het reukzintuig. Ze ontdekten een groep van 1.000 genen die het mogelijk maken dat de mens wel 10.000 geuren kan onderscheiden en onthouden.

Linda Buck studeerde psychologie en microbiologie en is nu hoogleraar neurobiologie aan het Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle. Richard Axel is hoogleraar aan de Colombia University in New York.

In 1991 publiceerden ze samen hun belangrijkste artikel over de 1.000 genen die aan de basis staan van de reukzin. Daarna hebben ze onafhankelijk van elkaar de reukzin verder uitgeplozen. Doordat ze zowel op moleculair als op cellulair niveau keken snappen we nu pas hoe het reukorgaan – het meest onbegrepen zintuig – werkt.

Dat het reukzintuig – net als alle andere zintuigen – belangrijk is hoef je niemand uit te leggen. Wie niet kan ruiken heeft ook veel minder smaak. Maar veel belangrijker je kunt bijvoorbeeld ook niet ruiken of er iets aanbrandt of in de fik staat. Geuren zijn ook sterk gekoppeld in ons geheugencentrum. Een specifiek geurtje zoals een stoffige zolder kan ons weer terug in de tijd brengen van onze kinderjaren toen we op zolder bij oma speelden bijvoorbeeld. Het ontbreken van een reukzintuig is dan ook een ernstige handicap.

Geurreceptoren

Van alle 5 de zintuigen was de reukzin altijd de meest raadselachtige. Hoe kan het dat we in staat zijn om duizenden verschillende geurtjes te ruiken en te onthouden? Dankzij het werk van Axel en Buck weten we aardig hoe dat gaat. Boven in de neus ligt het reukslijmvlies met reukzintuigcellen. Op de uitlopers van de reukzintuigcellen bevinden zich de geurreceptoren die een zenuwprikkel veroorzaken zodra er een geurmolecuul aan bindt. Die geurmoleculen komen bij de geurreceptor terecht via de lucht die langs het reukslijmvlies loopt.

Nu is het zo dat iedere reukzintuigcel zijn eigen specifieke geurreceptor heeft. De geurreceptoren lijken wel allemaal op elkaar. Vandaar dat een geurmolecuul vaak aan verschillende receptoren bindt, maar de ene receptor reageert dan sterker dan de andere.

De meeste geuren bestaan uit meerdere geurmoleculen die ieder weer aan verschillende geurreceptoren binden. De verschillende reukzintuigcellen die tegelijk geprikkeld worden geven vervolgens een specifiek signaal door aan de reukzenuw. Dit signaal bevat een gecodeerde boodschap met een specifiek “geurpatroon”. En al die 1.000 verschillende geurreceptoren op de reukzintuigcellen kunnen met zijn allen wel 10.000 verschillende geurpatronen veroorzaken.

Dat iedere reukzintuigcel maar één bepaalde geurreceptor heeft was voor Axel en Buck een grote verassing. Ook ontdekten ze dat ieder reukzintuigcel zijn specifieke signaal doorgeeft aan ook weer specifieke cellen ( glomeruli) in de reukzenuw.

De informatie die uit de neus komt wordt dus heel specifiek verwerkt in allemaal kleine pakketjes informatie. Al die kleine pakketjes informatie komt in specifieke gebiedjes in de hersenen terecht. De hersenen maken van al die specifieke informatiepakketjes uiteindelijk dan één geursensatie. Helaas zorgt dit ingenieuze systeem er ook voor dat de ene scheet nog viezer ruikt dan de andere. Dat is dan de keerzijde van de medaille.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 oktober 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.