Je leest:

Nobelprijs Geneeskunde 2010: reageerbuisbaby’s

Nobelprijs Geneeskunde 2010: reageerbuisbaby’s

Auteur: | 5 oktober 2010

Vier miljoen mensen. Die hadden niet geleefd zonder de ontwikkeling van kunstmatige bevruchting. Als erkenning voor de eerste succesvolle kunstmatige bevruchting ontving gisteren de belangrijkste ontwikkelaar ervan, Robert Edwards, de Nobelprijs voor Geneeskunde.

De Nobelprijs. Het Nobel comité van de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen reikt er elk jaar vijf uit voor “excellente prestaties” in natuurkunde, scheikunde, literatuur, vrede, economie en de fysiologie of geneeskunde. Robert Edwards heeft dit jaar de Nobelprijs voor Geneeskunde gewonnen.

Louise Brown is de eerste vrouw ter wereld die buiten het lichaam van haar moeder is bevrucht. De eicel van haar moeder en de zaadcel van haar vader bevonden zich in 1977 in het lab van Robert Edwards en Patrick Steptoe in Groot-Brittannië. De twee heren kregen het in dat laboratorium voor elkaar om de eicel van moeder Lesley Brown te laten bevruchten door sperma van vader Jon Brown.

Het resultaat was een kunstmatig bevruchte embryo. Steptoe en Edwards plaatsten het embryo terug in de baarmoeder van Lesley, waarna een succesvolle zwangerschap volgde. Lesley Brown kon op geen enkele andere manier kinderen krijgen: haar eileiders waren geblokkeerd.

Lesley Brown was niet de enige vrouw ter wereld met vruchtbaarheidsproblemen. Nog altijd heeft gemiddeld zo’n tien procent van alle stellen dusdanige problemen met vruchtbaarheid, dat een kindje verwekken op de klassieke manier – seks dus – voor hen niet werkt. Voor deze mensen is kunstmatige bevruchting de enige manier om alsnog een eigen kind te krijgen.

Op 25 juli 1978 werd de dochter van Lesley en Jon Brown geboren: Louise Brown. Daarmee was de eerste kunstmatige bevruchting, ook wel in-vitrofertilisatie (IVF), een feit. De techniek is sindsdien een enorm succes gebleken. Inmiddels zijn in totaal vier miljoen mensen via IVF geboren. Voor de doorbraak in 1977 – de bevruchting van Louise Brown – ontvangt Robert Edwards in 2010 de Nobelprijs voor Geneeskunde. De eer gaat evenzogoed naar Patrick Steptoe, maar hij overleed in 1988 en kan de prijs dus niet in ontvangst nemen. Bovendien worden Nobelprijzen nooit postuum uitgereikt.

Voor Steptoe’s dood was IVF veel controversiëler dan het nu is. De manier waarop Edwards en Steptoe het succes Louise Brown hadden gepresenteerd, beviel niet iedereen: ze zochten zelf de media op, zonder wetenschappelijke resultaten te hebben gepubliceerd, aldus de BBC.

Reageerbuis?

In de volksmond heet in-vitrofertilisatie een reageerbuisbevruchting, en de baby die eruit komt een reageerbuisbaby. Hoewel dat makkelijk uitspreekbaar en voorstelbaar is, gebeurt al dat spannende bevruchten niet een in een reageerbuis. Nee, het toneel is een schaaltje met een zachte vloeistof waarin zowel de ei- als spermacellen kunnen overleven. Na luttele uren zijn hopelijk een paar spermacellen zo enthousiast geweest om naar de eicellen te zwemmen en ze te bevruchten, waarna een arts de kant-en-klare embryo’s terugzet in de baarmoeder van de vrouw. Daarna volgt een gewone zwangerschap.

De wetenschappers zelf vonden dat logisch: het kost gewoon veel tijd om de door hun gebruikte methode in een net wetenschappelijk verslag te verwerken. En dat maakte de doorbraak er volgens de wetenschappers niet minder om.

Zijn IVF-embryo’s wel even gezond als gewone embryo’s? Volgens sommige wetenschappers is in-vitrofertilisatie een proef die nog niet is afgelopen.

Verder was niet iedereen gerust op de gezondheid van IVF-baby’s. Hebben ze misschien een hogere kans om ziek te worden dan gewone baby’s? Niemand wist het. De twijfels leidden ertoe dat de eerste jaren na de doorbraak maar weinig ziekenhuizen en klinieken bereid waren om de techniek direct te implementeren. Als gevolg daarvan ontvingen Edwards en Steptoe talloze persoonlijke brieven van ouders die via hen IVF wilden uitproberen. Daarom bouwden de twee de eerste IVF-kliniek ter wereld in Cambridge, Engeland. Op die plek werden in de jaren daarop talloze artsen en onderzoekers bekendgemaakt met de techniek.

Eind jaren tachtig sloeg de negatieve houding tegenover IVF om naar voorzichtig optimisme: toen Steptoe stierf waren inmiddels meer dan duizend reageerbuisbaby’s geboren. En ze kwamen net zo gezond ter wereld als normaal bevruchte kinderen.

Twijfels over de gezondheid van IVF-baby’s zijn inmiddels een stuk kleiner, omdat de meeste reageerbuiskinderen inmiddels al rond de twintig jaar oud zijn. Veel van deze kinderen zijn op gezondheidsproblemen onderzocht, en volgens het Nobelprijscomité blijkt uit dat onderzoek dat IVF-kinderen evenzo gezond zijn als normaal bevruchte kinderen.

Die mening wordt echter niet door alle wetenschappers gedeeld. Zo vond bijvoorbeeld Carmen Sapienza vorig jaar aanwijzingen voor verminderde kwaliteit van DNA bij reageerbuisbaby’s. Dat kan ziektes op latere leeftijd bezorgen. Omdat zijn steekproef klein was en de meeste IVF-baby’s nog jong, valt daar nog weinig over te zeggen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink, en hoort bij het thema Ziekten voorkomen op Biotechnologie.nl.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 oktober 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.