Je leest:

Nobelprijs Geneeskunde 2008

Nobelprijs Geneeskunde 2008

Auteur: | 6 oktober 2008

De Nobelprijs voor de Geneeskunde wordt dit jaar verdeeld over twee onafhankelijke ontdekkingen. De helft van de prijs gaat naar de Duitser Harald zur Hausen voor het identificeren van het Humaan Papilloma Virus (HPV) bij baarmoederhalskanker. De Fransen Françoise Barré-Sinoussi en Luc Montagnier ontvangen de andere helft voor hun ontdekking van het Human Immunodeficiency Virus (HIV).

Beide ontdekkingen zijn volgens het Nobelcomité essentieel geweest voor een betere diagnose en screening van menselijke ziekten (in dit geval baarmoederhalskanker en Aids). Bovendien heeft de identificatie van beide virussen al geleid tot vaccins of medicijnen die de kwaliteit van leven voor patiënten kunnen verbeteren.

Harald zur Hausen: Humaan Papilloma Virus (HPV) en baarmoederhalskanker

In 1970 had Zur Hausen al het idee dat HPV betrokken is bij baarmoederhalskanker. Stukjes DNA van dit virus zouden in dat geval terug te vinden zijn in tumorcellen. Met behulp van een geavanceerde hybridisatie techniek vond hij in 1983 virustype HPV16 in kankercellen. Een jaar later ontdekte Zur Hausen ook HPV18. Deze twee virustypen zijn vandaag de dag verantwoordelijk voor ongeveer 70% van het aantal gevallen van baarmoederhalskanker.

HPV is de meest voorkomende infectie van de genitaliën, 50 tot 80 procent van de wereldbevolking is ermee besmet. Bij ongeveer 90 procent van de mensen verdwijnt deze infectie weer spontaan uit het systeem, maar bij andere patiënten ontstaat een chronische besmetting. Bij deze mensen komen de HPV genen E6 en E7 verhoogd tot expressie, met schade aan de epitheelcellen tot gevolg. Dergelijke schade kan uiteindelijk leiden tot kanker.

Françoise Barré-Sinoussi en Luc Montagnier: Ontdekking van het Human Immunodeficiency Virus (HIV) In 1981 beschreven artsen een nieuwe ziekte waarin het afweersysteem compleet lam werd gelegd. Vanaf dat moment gingen wetenschappers van over de hele wereld op zoek naar de veroorzaker van deze ziekte. Barré-Sinoussi en Montagnier isoleerden lymfkliercellen van patiënten met de nieuwe ziekte. In deze cellen vonden zij het enzym ‘reverse transcriptase’, een enzym dat alleen voorkomt bij retrovirussen.

‘Reverse transcriptase’ is nodig om virus RNA om te zetten in DNA. Op die manier kan een retrovirus zich vermenigvuldigen in de cellen van een gastheer. Met de identificatie van dit enzym bewezen Barré-Sinoussi en Montagnier dus dat zich delende retrovirussen bevonden in de lymfkliercellen van patiënten. Uiteindelijk beschreven zij hun ontdekking als het eerste menselijke lentivirus (een vorm van retrovirussen), dat later de naam HIV kreeg.

Zie ook:

Meer over HIV:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 oktober 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.