Je leest:

Niks roze wolk

Niks roze wolk

Auteur: | 27 november 2007

Elk jaar krijgt 1 op de 10 vrouwen na de bevalling een depressie. Dit treft niet alleen de moeder, maar ook de baby. Depressieve moeders leggen namelijk moeilijk contact met hun kind, terwijl het kind daar wel veel behoefte aan heeft. Karin van Doesum ontwikkelde een training die succesvol de interactie tussen moeder en kind herstelt.

In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 20.000 moeders een postpartum depressie. Dat betekent dat voor 1 op de 10 vrouwen na de bevalling het ‘roze wolk gevoel’ bijzonder ver te zoeken is. Ze voelen zich waardeloos en hebben soms verlangens om zichzelf of hun kind om het leven te brengen. Daarmee is het belang om een postpartum depressie – ook wel postnatale depressie genoemd – tijdig op te sporen en te behandelen overduidelijk.

Maar zo’n behandeling kost tijd, en terwijl de moeder nog steeds depressief is kunnen interactiepatronen inslijten die later nauwelijks meer te veranderen zijn. Het kind heeft daar last van. Baby’s zijn er namelijk sterk op gericht om contact te zoeken met hun omgeving. Ze doen alles om de aandacht van hun ouders te trekken. Een depressieve moeder merkt dat echter nauwelijks op en kan er ook minder goed op reageren. En dat kan nadelige gevolgen voor het kind hebben. Zo zijn ze als ze een jaar oud zijn onrustiger, negatiever en vermijden ze oogcontact.

Een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. 50 tot 80% vrouwen hebben dan ook de dagen na de bevalling last van ‘de babyblues’. Ze zijn moe, huilerig en slapen slecht. Waarom dit gevoel zich bij sommige vrouwen tot een depressie ontwikkelt, is niet helemaal duidelijk. Een aanleg voor depressie in het algemeen is een risicofactor – bijvoorbeeld als depressie in de familie zit – maar ook uitputting, ijzertekort of relatieproblemen kunnen een rol spelen.

Training helpt moeder bij de interactie met haar baby

Karin van Doesum (RU) ontwikkelde en onderzocht een methode om het contact tussen een depressieve moeder en haar kind te verbeteren. Een hulpverlener bezoekt het gezin acht tot tien keer thuis. Tijdens die bezoekjes wordt de interactie tussen moeder en kind gefilmd. Een getraind team analyseert de beelden, en de moeder krijgt ze zelf ook te zien. Zo krijgt ze inzicht in de signalen van haar baby. “De baby’s blijven het lang proberen, hoor, om contact te maken,” zegt Van Doesum. “Dat zie je goed op de beelden. Maar op een gegeven moment haken ze af.”

Het blijkt een effectieve aanpak. Door naar beelden te kijken en begeleiding te accepteren in de omgang met haar baby, gaat de depressieve moeder echt haar best doen om contact te leggen met haar kind. “Vaak is het kind zich al op anderen gaan richten en is het al gewend de moeder te ontwijken,” zegt Van Doesum. “De moeder heeft dan steun en aanmoediging nodig om door te gaan. Het is natuurlijk verdrietig om het gevoel te hebben dat je kind je afwijst. Met de training lukt het wel en krijgen moeders ook meer plezier in de omgang met hun kind, zelfs als de depressie nog niet genezen is.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.