Je leest:

Niks generatiekloof

Niks generatiekloof

Auteur: | 11 november 2009

De relatie tussen volwassen kinderen en hun ouders heeft te lijden onder een nieuwe partner. Maar als de kleinkinderen vervolgens ter wereld komen, worden de banden weer aangehaald. Dat blijkt uit het proefschrift van sociale wetenschapper Freek Bucx. Het zijn twee interessante en in het oog springende resultaten. Maar daarachter gaat een groter verhaal schuil: eigenlijk gaat het heel goed tussen Nederlandse ouders en hun volwassen kroost. Van een generatiekloof is geen sprake.

Het gaat goed tussen ouders en hun volwassen kinderen, zo valt uit Freek Bucx’ proefschrift op te maken. Jongvolwassenen (tussen 18 en 35 jaar) blijven sterk aan hun ouders gehecht, gaan vaak in de buurt van pa en ma wonen, ontvangen genoeg emotionele en financiële steun en zouden op hun beurt hun ouders helpen als dat nodig was. Ook hebben ouders en kinderen regelmatig contact: meer dan de helft van de uitvliegende kinderen ziet zijn vader of moeder ten minste elke week. “Van een radicaal losmakingsproces is geen sprake,” aldus de ontwikkelingspsycholoog. Bloedbanden blijven belangrijk.

Dit is best een opmerkelijke uitkomst. Lange tijd dachten wetenschappers namelijk dat kinderen zich radicaal losmaakten van hun ouders. Zonder een echte breuk in de relatie, zouden jongeren maar aan moeders rokken blijven hangen, in plaats van zich als zelfstandig individu te ontwikkelen. Bucx’ onderzoek laat zien dat deze theorie dus niet klopt. Een andere veel gehoorde theorie is dat familiebanden in onze moderne samenleving steeds minder belangrijk zouden zijn geworden. Onder invloed van individualisering, emancipatie, secularisering en de verzorgingsstaat, zouden families als los zand aan elkaar hangen. Maar ook deze theorie ontkracht Bucx dus.

Medium
Kinderen in Nederland gaan gemiddeld op 21-jarige leeftijd het huis uit. Jongeren die een goede relatie met hun moeder hebben, verlaten het nest later dan jongeren met een slechtere relatie met hun moeder. Vaders doen er veel minder toe.
AriCee

Contact verwatert

Ook al blijven volwassen kinderen aan hun ouders gehecht, de relatie blijft niet net zo sterk als in de tijd van luiers, zandkastelen en de eerste jeugdpuistjes. Een ouder-kind relatie kent een golfbeweging: soms is hij hecht, soms wat minder. Elke nieuwe fase in het leven van de jongvolwassene – uit huis gaan, en baan krijgen, gaan samenwonen of trouwen en kinderen krijgen – lijkt invloed te hebben op de relatie tussen kind en ouders. Zo vond Bucx dat een nieuwe partner de ouder-kindrelatie bijvoorbeeld behoorlijk kan verstoren. Kinderen die verliefd, verloofd of getrouwd zijn, hebben minder vaak contact met hun ouders.

Dat komt onder andere door doodgewoon tijdgebrek. Een geliefde komt immers nooit alleen, maar brengt zijn eigen ouders, vrienden en sociale netwerk met zich mee. Stelletjes moeten hun kostbare vrije tijd ineens verdelen, waardoor het contact met de eigen ouders op een lager pitje komt te staan. Daarnaast speelt ook de mening van de partner een belangrijke rol: als de partner niet overweg kan met zijn schoonouders, is dat kans groot dat het contact verwatert. Overigens wordt niet alleen het contact minder. Ook gaan de kinderen iets anders denken over familie en gezin en ervaren zij de emotionele band met hun ouders als minder hecht.

Medium
Wie een heel eind bij zijn ouders uit de buurt woont, heeft in veel gevallen een minder hechte band met pa en ma. Freek Bucx vond namelijk dat de geografische afstand tussen ouder en kind hun emotionele relatie weerspiegelt. Foto: dcannflan

Kleinkinderen als sociale lijm

Als de liefde vervolgens in een gezin uitmondt, worden de banden tussen de kersverse papa’s en mama’s en hun ouders echter weer aangehaald. Een nieuwe telg in de familie werkt als sociale lijm. Hoewel de emotionele afstand enigszins blijft bestaan, is er wel weer vaker contact en wordt er meer steun uitgewisseld. Dat geldt vooral als de ouders op hun kleinkinderen gaan passen.

Ook gaan de opvattingen van de jongvolwassenen over familie en gezin (zoals over de taakverdeling tussen mannen en vrouwen) weer meer op die van hun ouders lijken. Hoe dat komt, weet Bucx niet precies. Het zou kunnen dat jongvolwassenen terugvallen op de opvattingen van hun ouders zodra ze zelf papa of mama worden en dus hetzelfde soort leven gaan leiden. Maar het zou ook kunnen dat jongvolwassenen meer op hun ouders gaan lijken, omdat ze weer meer contact met ze hebben. Onze ideeën worden immers beïnvloed door de mensen in onze directe omgeving. Hoe de vork precies in de steel zit, moet vervolgonderzoek uitwijzen.

Small

Freek Bucx deed onderzoek naar de ouder-kindrelatie tussen jongvolwassenen (18-35 jaar) en hun ouders. Daarvoor analyseerde hij de enquêtegegevens van zo’n duizend kinderen en hun partners en ouders uit de Netherlands Kinship Panel Study (NKPS). Hij onderzocht de emotionele band tussen kind en ouders, maar ook hoe vaak kinderen en ouders contact hebben, hoe vaak ze steun uitwisselen, hoe dicht ze bij elkaar in de buurt wonen, aan welke wederzijdse familie-verplichtingen ze doen en hoe ze daarover denken. Bucx promoveerde op 6 november aan de Universiteit Utrecht op zijn proefschrift ‘Linked Lives. Young Adults’ Life Course and Relations with Parents.’

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 november 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.