Je leest:

Nikkel misleidt afweercellen

Nikkel misleidt afweercellen

Auteur: | 11 juli 2003

Duitse onderzoekers ontdekten een nog onbekende manier waarop nikkel een allergische reactie kan veroorzaken. Cellen uit het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) kwamen daarbij goed van pas.

Eigenlijk houden LUMC-onderzoekers dr. Jeroen van Bergen en dr. Frits Koning (afdeling Immunohematologie en Bloedbank) zich helemaal niet bezig met allergie. Toch staan hun namen boven een artikel over nikkelallergie dat onlangs verscheen in The Journal of Experimental Medicine. “We werden een paar jaar geleden benaderd door Corinne Moulon van het Duitse Max Planck Instituut voor Immunobiologie,” vertelt Van Bergen. “Ze kon bepaalde cellen die wij gemaakt hadden goed gebruiken voor haar werk. Daar is deze gezamenlijke publicatie het resultaat van.”

De Duitsers wilden weten hoe het kan dat het metaal nikkel bij veel mensen een allergische reactie oproept. Het verschijnsel is bekend: rond nikkelhoudende piercings, oorbellen, andere sieraden en horloges kan een plek jeukend eczeem ontstaan. Een paar nikkelionen (atomen met een elektrische lading) dringen door de huid heen en afweercellen reageren daarop. De huid ontsteekt, meestal precies op de plek van contact. Op het eerste gezicht is dat vreemd, want afweercellen kunnen alleen eiwitfragmenten ‘zien’. Die fragmenten worden ‘getoond’ door speciale houdertjes op de oppervlakte van allerlei cellen, de HLA-moleculen. Surveillerende afweercellen, onder meer T-helpercellen, houden de HLA-moleculen voortdurend in de gaten en zwengelen de afweer aan als die een fragment dragen dat afkomstig van eiwitten die niet in het lichaam thuishoren, bijvoorbeeld viruseiwitten.

Nikkel zet kennelijk deze T-helpers op het verkeerde been. Maar hoe? “Bijvoorbeeld door te binden aan bepaalde getoonde lichaamseigen eiwitfragmenten,” zegt Koning. “De T-helpers zien die fragmenten vervolgens als abnormaal en slaan alarm. Italiaanse onderzoekers hebben deze hypothese ongeveer tien jaar geleden voorgesteld. Maar de Duitse groep had een T-helper cellijn in handen, afkomstig van iemand met nikkelallergie, en ontdekte dat het Italiaanse verhaal voor die T-helper niet opgaat.”

Surveillerende T-helpers hebben natuurlijk geen ogen om de door HLA-moleculen getoonde eiwitfragmenten te bekijken. Ze ‘zien’ die fragmenten dus niet, maar ‘bevoelen’ ze met speciale antennes, de T-cel-receptoren. Als receptor en HLA-plus-eiwitfragment precies in elkaar passen, is dat het sein om een afweerreactie in gang te zetten. Ieder mens heeft een haast eindeloos repertoire aan T-helpers, allemaal met een eigen antenne, om alle ongerechtigheden op te sporen. De Duitse T-helpers bleken echter niet zo selectief. Ze konden altijd plakken op bepaalde HLA-moleculen – waar vele varianten van zijn –, wat voor eiwitfragment die ook toonden. Tenminste: als er nikkelionen bij waren.

Hier kwamen de onderzoekers mede dankzij de LUMC-cellen achter. Van Bergen: “Elke cel heeft tienduizenden HLA-moleculen van een stuk of zes typen, die elk duizenden verschillende fragmenten kunnen dragen. Als een T-helper aan een cel plakt, is het moeilijk uit te maken op welk eiwitfragment de receptor past. Wij hadden nu via een trucje cellen gemaakt met één type HLA die bovendien allemaal hetzelfde fragment dragen. We maakten zulke cellen met de bedoeling een vaccin tegen kanker te ontwikkelen. De Duitsers wilden die cellen graag gebruiken. Ze namen er drie versies van, elk met een ander eiwitfragment. Toen zagen ze dat hun T-helper altijd aan dit type HLA plakt, ongeacht het eiwitfragment.”

T-helper en HLA-plus-eiwitfragment koppelen dan ook niet op de gewone manier aan elkaar, stelden de Duitse onderzoekers. Maar ze plakken via een nikkelatoom, dat als een bout enerzijds op een specifieke plaats aan het HLA zelf bindt en anderzijds aan de receptor. Die ongewone koppeling brengt vervolgens wel gewoon een afweerreactie teweeg. “Zij hebben nog veel meer werk gedaan om dit verhaal te onderbouwen,” zegt Koning. “Honderd procent zeker is het nog niet dat het zo gebeurt, maar wel heel waarschijnlijk.”

Deze nu ontdekte mogelijkheid van koppeling tussen T-helpers en HLA-moleculen verklaart waarom nikkelallergie zo makkelijk optreedt. Koning: “Deze T-helpers pakken in aanwezigheid van nikkel àlle HLA-moleculen van het bewuste type, niet alleen de enkele die een bepaald eiwitfragment dragen.” Voor mensen met nikkelallergie maakt het overigens weinig uit. De kwaal is niet te verhelpen zonder het hele afweersysteem plat te leggen, en dat is veel te gevaarlijk. Ze moeten nikkelhoudend materiaal blijven mijden.

Dit artikel is een publicatie van Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
© Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 juli 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.