Je leest:

Nieuwe maantjes voor Pluto

Nieuwe maantjes voor Pluto

Auteur: | 1 november 2005

Pluto heeft er twee begeleiders bij, blijkt uit metingen met de Hubble ruimtelescoop. Het setje dwergplaneten draait rond in de buitenregio van ons zonnestelsel, op 9 miljard kilometer van de aarde.

Spectaculaire namen hebben ze nog niet: voorlopig heten de twee nieuwe Pluto-maantjes S/2005 P1 en S/2005 P2. “Eerst kon ik het niet geloven”, zegt Hal Weaver, medeontdekker van de twee satellieten: “Mensen zoeken al zo lang naar extra manen rond Pluto.” Weaver werkt als astronoom aan de John Hopkins Universiteit in Baltimore. Samen met zijn collega’s publiceerde hij in Science over de ontdekking van P1 en P2.

Met de ontdekking van P1 en P2 komt het aantal manen rond Pluto op 3. In 1978 al ontdekten sterrenkundigen de maan Charon vlakbij Pluto. De nieuwe vondsten moeten sterrenkundigen helpen het ontstaan van de Kuiper Gordel te doorgronden. Die gordel is een gebied in de vorm van een platte donut waarin ijzige rotsmassa’s hun baantjes trekken.

Volgens veel sterrenkundige modellen bevat de Kuiper Gordel materiaal dat is overgebleven toen het zonnestelsel samensmolt uit een interstellaire gaswolk. Onderzoek van de massa’s in de Gordel kan dus waardevolle informatie opleveren over het ontstaan van onze ster en zijn planeten.

Artist’s concept van het Pluto-stelsel. We staan op het oppervlak van een van de nieuwe manen en kijken naar de rest van het stelsel. De grote schijf in het midden is Pluto, rechts daarvan staat de al bekende maan Charon. De heldere punt links van Pluto is de tweede nieuwe maan. bron: NASA, ESA en G. Bacon (STScI) Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Vlekjes

Hoe groot de twee massa’s rond Pluto precies zijn, weet nog geen mens. Zelfs het adelaarsoog van de Hubble-telescoop kan alleen lichtvlekjes zien: uit dat teruggekaatste zonlicht moeten sterrenkundigen afleiden hoe groot de manen zijn. Dat hangt erg af van hoeveel licht het oppervlak van P1 en P2 terugkaatst; puur waterijs kaatst meer zonlicht terug dan een oppervlak bedekt met teerachtige organische moleculen.

Volgens de eerste ruwe schattingen heeft P1 een doorsnee tussen de 55 en 160 kilometer, 20% groter dan de 45 tot 130 kilometer van P2. P1 draait op 65.000 km van Pluto; P2 op 49.000 km. Dat is allebei ruim twee keer zo ver van de planeet als de hoofdmaan Charon. De nieuwe aanwinsten stralen 5000 keer minder licht uit dan Pluto, die met het blote oog al niet zichtbaar is. De negende planeet is zelf 2990 kilometer breed.

Hubble-opnames van Pluto en zijn omgeving. Links zijn alleen Pluto en Charon zichtbaar. Door extreem te overbelichten worden de lichtzwakke maantjes P1 en P2 zichtbaar in de middelste en rechterafbeelding. bron: NASA, ESA, H. Weaver (JHU/APL), A. Stern (SwRI) en het Hubble Space Telescope Pluto Companion Search Team Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Hubble’s Advanced Camera for Surveys ontdekte de twee kandidaat-maantjes op 15 mei 2005. Drie dagen later richtte Hubble zijn blik nog een keer op de negende planeet; de twee lichtvlekjes waren er nog steeds en leken rond Pluto te bewegen.

Na de ontdekking van twee nieuwe manen rond Pluto was het natuurlijk zoeken naar nóg meer satellieten van de kleine planeet. Die werden niet gevonden. Southwest University-sterrenkundige en mede-ontdekkerAndrew Steffl: “Het is heel onwaarschijnlijk dat er nog meer maantjes van meer dan 10 km. breed rond Pluto draaien.”

“Het is net een zonnestelsel in het klein”, legt Weaver uit hoe bijzonder de vondst is. Gigantische planeten als Jupiter of Saturnus hebben tientallen manen, vaak ingevangen asteroïden. Weaver: “Hoe kan een planeet die zelf maar zeven tiende zo zwaar is als onze maan zoveel satellieten hebben? Daar moet een verklaring voor komen.”

Deze opnames zijn gemaakt op 15 mei 2005 (links) en 18 mei 2005 (rechts). De manen Charon, P1 en P2 draaien duidelijk tegen de klok in om Pluto heen. bron: NASA, ESA, H. Weaver (JHU/APL), A. Stern (SwRI) en het Hubble Space Telescope Pluto Companion Search Team Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Inslag

Volgens de eerste waarnemingen aan P1 en P2 draaien de nieuwkomers in hetzelfde vlak rond Pluto als Charon. Dat wijst erop dat ze tegelijkertijd zijn ontstaan. Charon is een reus onder de manen van het zonnestelsel: met 15% van de massa van zijn planeet is relatief groter dan bijvoorbeeld onze eigen maan (1,2% van de aardmassa). De rotsblokjes Phobos en Deimos rond Mars vallen daarbij in het niet – om van de manenzwermen rond Jupiter en Saturnus maar te zwijgen.

Volgens sterrenkundige Robin Canup van Southwest Research Institute in Boulder, Colorado, is het merkwaardige duo Pluto en Charon ontstaan tijdens een rampzalige botsing. In de oertijd van ons zonnestelsel is volgens Canup een massa ter grootte van Pluto op de oerplaneet ingeslagen. Charon is een brokstuk dat rond Pluto is blijven zweven, zegt de sterrenkundige, die simulaties van het ontstaan heeft gemaakt. De vondst van P1 en P2 is geen hard bewijs voor Canup’s theorie: hij geeft zelf toe dat de twee manen ook massa’s uit de Kuiper Gordel kunnen zijn, die door Pluto’s zwaartekracht zijn ingevangen.

Planetair debat

De vondst van twee manen rond Pluto wordt ongetwijfeld aangegrepen om de discussie over Pluto’s status weer aan te zwengelen. Sterrenkundigen vinden dat Pluto, sinds een paar maanden niet eens meer de grootste massa in de Kuiper Gordel, zóveel kleiner is dan de andere planeten dat hij de titel niet verdient. Om maar wat olie op het vuur te gooien: het arme beestje heeft evenveel manen als alle binnenplaneten samen, en generaties zijn opgegroeid met de wijsheid dat onze zon negen planeten heeft. Laten we dat zo houden. Mike Brown, dé jager op Kuiper Gordel Objecten: “De meeste wetenschappers hebben nog niet door dat de term planeet hun eigendom niet meer is”.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 november 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.