Je leest:

Nieuwe infecties en ook meer van de oude infecties

Nieuwe infecties en ook meer van de oude infecties

Auteur: | 29 september 2015

In de moderne volksgezondheid van West-Europa spelen vectorziekten nauwelijks een rol van betekenis. In de (sub)tropen is dat wel anders. Daar hebben infecties die worden overgedragen door insecten of teken nog altijd een belangrijk aandeel in ziekte en sterfte. De oorzaken van deze verschillen liggen, naast de biologische en ecologische factoren, vooral in het klimaat en de sociaal-economische ontwikkeling.

Vectorziekten zijn afhankelijk van insecten of teken voor hun transmissie tussen mensen of dieren. De ziekteverwekkers circuleren tussen gastheer (mens of dier) en insect of teek. In de gastheer worden ze aan een constante temperatuur blootgesteld, maar in het insect zijn ze afhankelijk van de omgevingstemperatuur. De groep insecten die betrokken is bij ziekteoverdracht behoort tot de hematofagen: bloedzuigende insecten. Teken – geen insecten maar spinachtigen – voeden zich uitsluitend met bloed van mens en dier, en zijn bij verschillende ziekten ook belangrijke vectoren. Door hun eigenschap bloed op te nemen als voedingsstof, kunnen al deze dieren besmet raken met een ziekteverwekker en deze doorgeven aan een nieuwe gastheer tijdens een volgende bloedmaaltijd.

Insect én ziekteverwekker afhankelijk van temperatuur

Bij de relatief lage temperaturen in West-Europa kunnen de ziekteverwekkers zich maar langzaam, of helemaal niet, ontwikkelen in het insect. In de (sub)tropen zijn de klimaatsomstandigheden zo dat zij in het insect uit kunnen groeien tot infectieuze stadia. Als insecten eenmaal infectieus zijn, blijven ze dat hun hele verdere leven. Ze kunnen vanaf dat moment telkens als ze een bloedmaaltijd nemen de ziekteverwekkers overbrengen. Dat gebeurt via de zuigsnuit, waarmee ze een soort antistollingsmiddel in het bloed van de gastheer spuiten, voor ze een bloedmaaltijd nemen. De omgevingstemperatuur bepaalt dus in belangrijke mate of een geografisch gebied geschikt is voor de overdracht van vectorziekten.

De omgevingstemperatuur beïnvloedt ook het insect. Deze is voor zijn ontwikkeling afhankelijk van de omgevingstemperatuur omdat koudbloedige insecten niet hun eigen lichaamstemperatuur kunnen reguleren. In een (sub)tropische omgeving kunnen insecten snel tot ontwikkeling komen waarbij ze vele generaties per jaar produceren. In het gematigde klimaat van West-Europa ondergaan insecten een winterrust onder invloed van de voor hen ongunstige temperatuur, terwijl de zomertemperatuur bepaalt hoe snel de insecten kunnen groeien en zich voortplanten.

Door de opwarming schuiven knutten verder op naar het noorden. In Italië zorgen ze nu al regelmatig voor de uitbraak van de virusziekte blauwtong onder schapen.
Biowetenschappen en maatschappij

Malaria in Europa

Europa heeft tot aan de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden gehad van malaria. In de Middeleeuwen en de Renaissance kwamen ook de builenpest en vlektyfus nog voor. Malaria werd overgedragen door steekmuggen, builenpest door rattenvlooien en vlektyfus door kleerluizen. Door verbeterde hygiëne, woningbouw en algemene kennis over volksgezondheid, verdwenen builenpest en vlektyfus uit Europa.

De ontdekking van synthetische insecticiden zoals DDT en dieldrin in de tweede helft van de twintigste eeuw zorgden voor relatief goedkope en effectieve manieren van insectenbestrijding, inclusief de bestrijding van de vectoren van infectieziekten zoals malaria. In 1970 is Europa officieel vrij verklaard van malaria.

De klimaatverandering leidt tot een geleidelijke opwarming van de aarde en een stijging van de zeespiegel. Dit proces zal naar verwachting ook ingrijpende veranderingen in de verspreiding en populatiedynamiek van insecten veroorzaken, inclusief de vectoren van infectieziekten. Door verhoogde temperaturen zullen insecten vroeger in het jaar uit hun winterslaap komen en tot later in het najaar actief blijven.

Steekmuggen, die vaak als volwassen mug in holle bomen of beschutte plekken overwinteren, worden in april actief, en leggen hun eitjes in oppervlaktewater. De watertemperatuur bepaalt de ontwikkelingssnelheid. Bij verhoogde watertemperaturen als gevolg van klimaatverandering, gaat de ontwikkeling van insecten sneller, en kunnen de muggen meer generaties per jaar produceren.

Ook teken, die als eitje, larve of nimf overwinteren, worden steeds vroeger in het voorjaar actief en kunnen daardoor ook eerder bloed opnemen en hun ontwikkeling versnellen. Een eerste effect van klimaatverandering op insecten is dus een verandering in de timing van hun ontwikkeling – de zogenoemde fenologie – en hun voortplantingssnelheid. Insecten kunnen zich, kortom, goed aanpassen aan veranderingen in hun omgeving; ze profiteren er zelfs van door verhoogde reproductie en een toename in populatiedichtheid.

De Aziatische tijgermug, een potentiële vector voor de virusziekte chikungunya.
Biowetenschappen en maatschappij

Nieuwe gasten

Een ander effect van klimaatverandering is de introductie en vestiging van exotische vectoren. Insecten die van nature voorkomen in de (sub)tropen, worden regelmatig aangetroffen in Europa, waar ze binnenkomen met handel, reizigersverkeer of zelfs met moessonwinden. Bekende voorbeelden hiervan zijn de vestiging van de Aziatische tijgermug, Aedes albopictus, en de knut Culicoides imicola in Italië. Aedes albopictus komt van oorsprong voor in Zuid-Oost Azië, maar heeft zich door handel in Zuid-Europa, Noord- en Zuid-Amerika gevestigd. Deze steekmug is niet alleen een ernstige plaag door haar bijtgedrag op mensen, maar is ook een vector van knokkelkoorts, chikungunya en andere vectorziekten. In Italië heeft deze mug zelfs een lokale epidemie van chikungunya veroorzaakt.

Culicoides imicola is een beruchte vector van het blauwtongvirus. Deze knut komt van nature voor in zuidelijk Afrika, maar kan met moessonwinden meegevoerd worden over de Middellandse Zee. Vanaf 1990 heeft deze mug zich in Italië gevestigd, waar het jaarlijks zorgt voor uitbraken van blauwtong onder schapen.

De vestiging van Aedes albopictus en Culicoides imicola in Zuid-Europa was mogelijk door het voor deze insecten gunstige klimaat: warme zomers en relatief milde winters. Onder het historische klimaat van Noordwest-Europa kunnen deze soorten zich niet handhaven in landen als Nederland, Denemarken of het Verenigd Koninkrijk. De voorspellingen uit de jongste klimaatmodellen suggereren dat dit in de toekomst wel eens zou kunnen veranderen, en dat ook in Nederland vestiging van exotische vectoren kan plaatsvinden.

Klimaatverandering kan dus leiden tot omstandigheden die de populaties van onze ‘eigen’, endemische bloedzuigende insecten gunstig zal beïnvloeden, maar die ook de introductie en vestiging van exotische vectoren mogelijk zal maken. Dat betekent niet automatisch dat de ziekteverwekkers die bij deze vectoren horen zich ook kunnen vestigen. Zij kunnen zich alleen in het insect ontwikkelen bij geschikte temperaturen. Een verhoging van de (zomer)temperatuur kan voldoende zijn voor de ontwikkeling van een ziekteverwekker in het insect, en een uitbraak van een vectorziekte.

Voorbeelden hiervan zijn de uitbraak van blauwtong in Nederland en België in 2006 en chikungunya in Zuid-Frankrijk in 2011. Deze uitbraken waren mogelijk door een samenloop van omstandigheden die gunstig waren voor deze ziekten: aanwezigheid van relatief hoge populatiedichtheden van de vectoren, geschikte (hoge) temperatuur voor de ontwikkeling van het blauwtongvirus en het chikungunya virus, en aanwezigheid van geschikte gastheren (schapen en koeien voor blauwtong; mensen voor chikungunya).

De voorbeelden van blauwtong en chikungunya tonen aan dat exotische vectorziekten zich onder gunstige klimaatsomstandigheden kunnen vestigen en verspreiden. Maar ook bestaande vectorziekten kunnen profiteren van klimaatverandering. De ziekte van Lyme, tekenencephalitis en het West Nile virus circuleren nu al in grote delen van Europa, waar ze lokaal, maar soms ook op grote schaal zorgen voor ernstige gezondheidsproblemen.

Lyme en tekenencephalitis worden overgedragen door de schapeteek Ixodes ricinus. In ons land is deze teek overal aanwezig in natuurgebieden en tuinen. Ze is ieder jaar verantwoordelijk voor meer dan 25 duizend gevallen van de ziekte van Lyme.

Zowel de periode waarin teken actief zijn, als hun verspreiding en de mate van hun besmetting met de ‘Lymebacterie’ Borrelia zijn in Nederland toegenomen.
Biowetenschappen en maatschappij

Tekenencephalitis komt voor in de Alpenlanden, Oost-Europa en Scandinavië, en wordt overgebracht door deze zelfde Ixodes ricinus. Tekenovergedragen ziekten zijn dus endemisch in grote delen van Europa, maar het risico op overdracht is beperkt tot de zomermaanden. De vectorteken zijn inactief bij temperaturen beneden de 5 °C. Door de klimaatverandering zullen de risico’s zich dus over een langere tijd in het jaar verspreiden.

Zelfs de ‘gewone’ huismug kan een grotere plaaggeest worden dan zij al is. De huismug Culex pipiens komt overal op het noordelijk halfrond voor, en overwintert vaak in woonhuizen, schuren en stallen. In Zuid-Europa is Culex pipiens de vector van het West Nile virus, dat is binnengekomen vanuit Oost-Afrika via trekvogels. Met virusgeïnfecteerde vogels besmetten steekmuggen, en deze muggen kunnen het virus vervolgens overbrengen op mensen. Uit recente onderzoeksresultaten blijkt dat het West Nile virus zich ook in Nederland kan vestigen, als de omstandigheden gunstig zijn.

Deze voorbeelden laten zien dat vectorziekten in Europa op grote schaal aanwezig zijn, en in enkele gevallen (ziekte van Lyme, tekenencephalitis, blauwtong) nu al grote problemen veroorzaken in de gezondheid van mens en dier. Bestrijding en preventie vindt nu – waar mogelijk – plaats met geneesmiddelen en vaccinaties. Voor de ziekte van Lyme is geen vaccin beschikbaar. Er wordt vooral gewerkt aan preventieve methoden die het contact tussen teek en mens verminderen en aan voorlichting die mensen er van doordringt zichzelf goed na te kijken op teken na bezoek aan natuurgebieden. Voor tekenencephalitis en blauwtong zijn vaccins beschikbaar, maar vaccinatie is kostbaar en moet periodiek herhaald worden.

Nieuwe vectorziekten

De (sub)tropen hebben een groot scala aan vectorziekten. Malaria is hiervan de belangrijkste, en de steekmuggen die malaria kunnen overbrengen komen ook in Europa voor. Toch is de kans dat malaria naar Europa terug zal keren niet heel groot. De reden hiervoor is dat je een groot aantal mensen nodig hebt die met malaria besmet zijn om een epidemie mogelijk te maken. Bij het hoge niveau van de Europese gezondheidszorg worden patiënten met koorts snel opgespoord en behandeld. De kans dat malaria opnieuw endemisch zal worden in ons land is daardoor zeer klein.

Dat ligt anders voor ziekten die nooit eerder in Europa zijn aangetroffen. Het Rift Valley virus, het Oropouche virus en het Zika virus zijn hier voorbeelden van. Deze ziekten breiden zich buiten hun gebieden van natuurlijke oorsprong uit, en kunnen overspringen op nieuwe vectoren zoals steekmuggen of knutten als de omstandigheden gunstig zijn. Om uitbraken van deze nieuwe ziekten te voorkomen, is in Nederland een early warning systeem opgezet. Dit systeem wordt door het RIVM uitgevoerd en is erop gericht om snel exotische infectieziekten, inclusief vectorziekten, op te sporen en, indien mogelijk, te bestrijden.

Het is moeilijk te voorspellen hoe de inheemse hematofage insecten zich zullen gedragen onder klimaatverandering, maar simulatiemodellen voorspellen dat ze zich snel kunnen aanpassen en profiteren van de voor deze organismen gunstige omstandigheden. We moeten dus waakzaam zijn voor de binnenkomst van nieuwe vectorziekten, en tegelijk ook bestaande vectorziekten in de gaten houden. Klimaatverandering zal naar verwachting een groot effect hebben op inheemse en exotische vectorziekten en mogelijk voor een verandering in toekomstige gezondheidsrisico’s gaan zorgen.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 september 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.